‘Stuur dan taart als je laat bent met betalen’

Drie maanden wachten op betaling komt in de filmwereld geregeld voor. „Maar zo’n exces als bij Zwartboek heb ik niet eerder meegemaakt.”

De ‘Zwartboek’-set; rechts regisseur Paul Verhoeven Foto Rien Zilvold den haag paul verhoevens film zwartboek. bekijken van alle verschillende takes. foto rien zilvold Zilvold, Rien

Hoe simpel kan het zijn? Een film is een succes. Binnen een maand kopen een half miljoen mensen een kaartje van, zeg, 7,50 euro. Maakt 3,5 miljoen. Zwartboek van Paul Verhoeven, daar gaat het over, heeft nu al 4,8 miljoen euro opgebracht.

Waarom kan de producent dan niet een paar honderd euro overmaken naar een hotel dat hem meer dan een jaar geleden diensten heeft geleverd?

Stel zo’n simpele vraag aan een producent, en hij zegt dat geld bij speelfilm veel ingewikkelder is dan bij normaal handelsverkeer. Zwartboek-producent San Fu Maltha vertelt hoe het zit, een dag nadat hij onder druk van een faillissementsaanvraag een schikking is overeengekomen met twaalf van zijn crediteuren, onder wie drie Haagse winkeliers die nog 273 euro aan rente eisten. Er staan nog altijd hier en daar rekeningen open.

Een speelfilm heeft twee geldstromen, met elk een eigen ritme. De eerste is de financiering. De producent verzamelt geld bij subsidiefondsen, of internationale distributeurs die het recht kopen om de film in verschillende landen te exploiteren, of particuliere beleggingsfondsen.

Dat geld wordt niet op zijn rekening gestort aan het begin van de productie. Van de subsidiefondsen komt het stukje bij beetje. Zo hanteert het Europese fonds Eurimages de regel dat de laatste tranche van zijn subsidie pas wordt overgemaakt als de film is uitgebracht in het laatste land waar een coproducent gevestigd is. In dit geval is dat Duitsland, waar de film in januari in de bioscoop komt.

De internationale distributeurs betalen hun rechten volgens Maltha meestal pas twee maanden voor de première in hun land. In de Verenigde Staten wordt hij in maart uitgebracht. Alleen al in deze ‘zijstroom’ staat volgens Maltha nog zo’n vijf à zes ton uit.

De tweede geldstroom komt uit de exploitatie. Van de opbrengst in de Nederlandse bioscoop gaat zo’n 35 procent naar de distributeur, die zijn fee van dat bedrag afhaalt en er de uitbrengkosten van betaalt (de filmkopieën en de reclame). De distributeur rapporteert en betaalt per kwartaal aan de producent uit. Het eerste kwartaal eindigde in september, toen de film krap drie weken draaide. Het volgende eindigt in december.

De monsterproductie Zwartboek – met een budget van ruim 17 miljoen euro en vijf hoofdproducenten in drie landen – heeft van meet af aan een probleem gehad met de cashflow en dat probleem is niet opgehouden op het moment dat de film in de bioscoop geld begon terug te verdienen.

Blijft de vraag waarom derden de dupe moeten worden van trage geldverplaatsingen. Maltha zegt dat in de filmwereld de meeste freelancers en bedrijven goed weten dat het vaak zo werkt, en dus flexibel zijn. De meeste crediteuren zijn dan ook rustig gebleven toen advocaat Thomas van Vugt schuldeisers zocht. Net zoals Maltha de crew rustig wist te houden toen in november 2005 een staking op de set dreigde wegens onvrede met de achterstallige betalingen. „Ik heb al mijn films afbetaald”, zegt Maltha. „Zwartboek is de eerste waarbij het zo lang duurt, maar ook nu zal ik iedereen afbetalen.”

Toch stellen ook bedrijven die wél bekend zijn met de filmwereld de simpele vraag. Aviva de Groot van Art Department, het decorbouwbedrijf van De Groot en Wilbert van Dorp, die verantwoordelijk is voor de production design van Zwartboek, wijst erop dat de producent freelancers inhuurt. „Hij loopt het risico, maar hij krijgt ook de winst als het goed gaat – wij niet.” Volgens haar kunnen de freelancers die hun salaris nu bij Zwartboek bv opeisen, het uitstel niet langer dragen.

Het rekwisietenbedrijf Rob’s Propshop heeft in juni betaald gekregen, een dag nadat eigenaar Rob Hillenbrink een brief op poten naar de procuratiehouders van de bv schreef. Hij vroeg om betaling van rekeningen die al acht maanden openstonden. Drie maanden wachten op betaling komt in de filmwereld geregeld voor, zegt Hillenbrink. „Maar zo’n exces als bij Zwartboek heb ik niet eerder meegemaakt.”

Volgens hem blijven vooral de rekeningen van minder essentiële werkkrachten openstaan. „Lichtbedrijven, stuntteams en special effects zijn onmisbaar tijdens de opnames; die worden prompt betaald. Anderen worden aan het lijntje gehouden en zijn in feite medeproducent van de film.”

De Groot: „Wat een producent moet doen, is waardering tonen voor onze inzet. Stuur dan een taart als je weet dat je laat bent met betalen, dan hoor je niemand meer.” De communicatie is niet goed gegaan, geeft Maltha toe. „Sommige mensen zijn meegezogen in het cashflow-probleem van deze productie en dat vind ik vervelend voor ze.”

    • Bas Blokker