Moby in de grote stad

MET BRIL: Moby live in New York Foto Reuters Moby performs at the 'Bring Em Home Now!' concert in New York, March 20, 2006. The peace concert marked the third anniversary of the beginning of the war in Iraq. REUTERS/Erin Siegal SIEGAL, ERIN

Het is niet zo raar dat New Yorker Moby uitkwam bij zijn stadgenote Debbie Harry, toen hij een vocale partner zocht voor zijn ode aan die prachtstad. Harry is nog altijd actief, de laatste jaren weer met haar uit de mottenballen gehaalde band Blondie. Maar ze is toch vooral hét icoon van de late jaren zeventig, toen punk, new wave, avantgarde en disco de soundtrack vormden voor een New York dat heel wat schunniger en spannender was dan het toeristenoord dat het de laatste jaren is geworden.

Die sfeer wordt opgeroepen in de tekst (‘Lines of snow and popping corks / Money , drugs in old New York’) en ook in de clip. Niet met Debbie Harry overigens: de hoofdrollen worden gevuld door vier provinciaaltjes die voor het eerst in de ultieme Grote Stad aankomen en pal na het verlaten van de bus en het slaken van verbaasde en verheerlijkte kreten („New York City at last!” „Shiny!” „What’s that smell!”) worden geconfronteerd met echt grootstedelijke verschijnselen als straatroof, geweld en een potloodventer.

Vervolgens ontpoppen ze zich als een typisch eind-jaren-zeventig-begin-jaren-tachtig-dansgroepje, maar nog niet in staat om Penny de Jager naar huis te dansen. We zien de onbeholpen danspasjes in Central Park, op de Brooklyn Bridge en meer van die voor de hand liggende plekken. Ze wisselen geregeld van kostuum, waarbij het even slikken is als ze zich in nauwe, goudkleurig glimmende pakjes hijsen. Maar vooruit, zo vaak krijg je op de clipzenders niet zo’n schaars geklede, smakelijk stevig gebouwde dame te zien als ‘Tammy’.

Bij zoveel vertoon van onvolmaaktheid kan Moby het zelf wel maken om met bril en stoppels in zijn eigen clip te verschijnen, waarna hij de show steelt met een perfect staaltje breakdance. Met de dansende provinciaaltjes komt het toch nog goed: aan het eind krijgen ze hun spullen terug, en een verontschuldigende hand van de potloodventer.

Er is ook een heel andere en veel leukere clip bij dit nummer in omloop: zonder Debbie Harry, maar met zo’n onooglijke chihuahua in de hoofdrol. Het beest, in allerlei geinige outfits, scheert nog wat dichter langs de zelfkant. We zien travestie, het roemruchte Chelsea Hotel en, wellicht als een laatste eerbetoon, de pas gesloten rockclub CBGB’s, waar de roem van Blondie (èn Ramones èn Talking Heads) ooit begon.

JACOB HAAGSMA

    • Jacob Haagsma