Jonge Chinezen willen een modern huis

De woningmarkt in Peking is oververhit – dankzij de zegeningen van de vrije markt. Jonge echtparen willen allemaal in een gloednieuw huis. En wie moet dat betalen?

Nieuwbouw in Peking. De bouwvakkers zijn veelal plattelanders. De bewoners behoren tot China’s nieuwe stedelijke middenklasse. Foto AFP Chinese labourers pave a street outside a new luxury condominium project in Beijing 06 August 2006. Foreign investors are seen as playing a key role in the China's housing boom, investing in some 3.4 billion USD worth of property in 2005, accounting for 15 percent of total property purchases, and building luxury housing to attract rich overseas buyers and wealthy Chinese, even as cities run short of low-cost housing for ordinary Chinese, causing prices to rise at the same time that the unsold property stock grew 23.8 percent in the first quarter of 2006. AFP PHOTO/GOH CHAI HIN AFP

Onderwijzeres Liu Xia is begin dertig en wil een appartement kopen. Zij en haar man hebben er al een op het oog. „Prachtig”, zegt Liu. Een makelaar leidt het echtpaar rond in een modelwoning in de woonwijk ‘Park Mansion’ aan de noordoostelijke rand van Peking. In de woonkamer staan pluche stoelen, glazen tafels met gouden armaturen en met tijgerprint beklede banken.

Er is echter een probleem: de vraagprijs is 120.000 euro. Daarvan moeten ze twintig procent direct aanbetalen. Liu en haar man, die bij een IT-bedrijf werkt, verdienen samen 20.000 euro per jaar. Ze behoren weliswaar tot de opkomende middenklasse van China. Maar een appartement van 120.000 euro is voor hen nog te hoog gegrepen.

Toch willen ze hun huurwoning inruilen voor een koopappartement. Want, weten ze, de huizenprijzen zullen de komende jaren alleen maar verder stijgen. Daarom is het beter nu toe te happen. „Mijn ouders zullen moeten bijspringen”, weet Liu als oplossing.

Veel jonge echtparen verkeren in dezelfde positie als Liu en haar man. Voor de jonge generatie Chinezen is het schier onmogelijk een woning te bemachtigen op een aantrekkelijke locatie. Daar zijn de huizen veel te duur. Het alternatief, verhuizen naar de vijfde of zesde ringweg van Peking, betekent uren in de file staan om op tijd op het werk te komen.

Alleen al dit jaar zijn de huizenprijzen in de hoofdstad gemiddeld met 25 procent gestegen. Niet alleen jonge woningzoekenden hebben daaraan bijgedragen, ook buitenlandse investeerders en overzeese Chinese speculanten begeven zich massaal op de woning-markt. De huizenmarkt is zo verhit geraakt, dat de regering besloot in te grijpen.

Sinds kort is een aantal nieuwe, beperkende regels van kracht voor projectontwikkelaars en huiseigenaren. Zo mag voortaan 70 procent van de nieuw te bouwen woningen niet groter zijn dan 90 vierkante meter. Eigenaren die hun huis binnen vijf jaar doorverkopen, krijgen een forse belastingaanslag. Zo wil de regering speculatie ontmoedigen en de lagere inkomens een kans geven op de huizenmarkt.

De spanningen op de huizenmarkt zijn een logisch gevolg van de economische liberalisering. De ouders van Liu en van al die andere jonge woningzoekenden hoefden zich niet zo druk te maken over hun huisvesting. In de communistische tijd werd vrijwel iedereen gratis ondergebracht op het ommuurde fabrieksterrein – al kregen sommige kameraden ook toen mooiere woningen dan anderen.

Na de privatisering van de woningmarkt kochten projectontwikkelaars op grote schaal grond van de overheid om er villa’s en grote appartementencomplexen neer te zetten. Zes jaar geleden, na de financiële crisis in Azië, veroorzaakten China’s toetreding tot de wereldhandelsorganisatie WTO en de toewijzing van de Olympische Spelen in 2008 een ware run op huizen.

Iedereen wilde een eigen huis kopen – uit angst nooit meer een huis te kunnen kopen gezien de steeds stijgende prijzen, of juist om te speculeren. In de grote steden had tien jaar geleden 20 procent van de inwoners een eigen woning, nu is dat 80 procent. De huizenprijs per vierkante meter bedroeg 300 euro in 2000, nu het drievoudige.

Geen wonder dat veel starters nerveus zijn geworden. Sommigen protesteren openlijk tegen de in hun ogen absurde prijsontwikkeling. De internetactivist Zoutao bijvoorbeeld riep mensen dit jaar in zijn blog op tot een boycot van de huizenmarkt. Maar hij werd opgepakt en zijn blog is inmiddels van het internet gehaald.

Vastgoedspecialist Anna Kalifa van het onderzoeksbureau Jones Lang Lasalle kijkt heel anders naar de vastgoedmarkt. Ze bestrijdt dat de prijzen te hoog zijn. Volgens haar zijn de klachten van de starters terug te voeren op de zuinige Chinese mentaliteit. „Natuurlijk verdienen de jongeren niet veel, maar soms kopen families gezamenlijk wel drie huizen. In de VS bezitten niet veel mensen tussen de 25 en 30 jaar een koophuis. In China denken ze al gauw dat ze teveel betalen.” Bovendien, zegt ze: „Iedereen wil nieuwbouw. Er is hier nauwelijks een markt voor bestaande woningen. Niemand wil daar geld voor neertellen.”

Zolang dat zo is, zullen jongeren bij hun ouders blijven aankloppen voor ondersteuning bij de hypotheekaflossing. Dat geldt voor onderwijzeres Liu en ook voor de zoon van mevrouw Li Guowei, die binnenkort gaat trouwen. Hij wil niet bij zijn ouders intrekken zoals veel andere pasgetrouwde stellen doen. Maar met zijn maandloon van 400 euro kan hij ook geen huis kopen.

Mevrouw Li, haar echtgenoot, zoon, moeder en schoonmoeder woonden tot voor kort in een shiheyuan (traditioneel huisje met binnenplaats) in een oude volksbuurt in het centrum van Peking. Begin jaren ’90 had grootmoeder Li dat voor een prikje kunnen kopen van de overheid.

Maar ze moesten weg omdat in hun buurt wordt gebouwd voor de Olympische Spelen. Net als de buren werden ze verbannen naar een flat in de grauwe wijk Tian Tong Yuan, ver buiten de stad. Ze werden wel financieel gecompenseerd: 90.000 euro. De flat die de familie terugkocht, kostte 50.000 euro. Ze hielden er dus 40.000 euro aan over.

Mevrouw Li: „We waren liever op onze oude plek gebleven of hadden een mooier huis teruggekocht. Maar de winst die we hebben gemaakt, hebben we hard nodig voor onze zoon.” Mevrouw Li bedoelt dat ze haar zoon geld gaat toestoppen voor een eigen, nieuw huis. „Nu profiteren onze zoon en schoondochter tenminste nog van ons spaargeld.”