Een mens zonder gezicht is een ding

Een blik wormen is er opengetrokken, in Groot-Brittannië, door de uitspraken van de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw over de nikab. Politici, commentatoren en gewone burgers hebben zich met verve in het debat gemengd, maar niet iedereen heeft zich even behoedzaam uitgedrukt als Straw. De Britse Commissie voor Rassengelijkheid heeft al gewaarschuwd voor ‘nikab-rellen’, die erger zullen zijn dan de rellen in Noord-Engeland vijf jaar geleden. Ik moet het nog zien gebeuren. Ondertussen zijn er nog maar weinig mensen die geen mening over het onderwerp hebben.

„Wat vind jij er eigenlijk van?” vraagt een vriend die schrijft voor een uitermate politiek correct Brits tijdschrift. „Ik vind dat Jack Straw zich heel persoonlijk en voorzichtig heeft uitgelaten”, antwoord ik. „Nee”, zegt hij, „ik bedoel de sluier zelf.” Ah, de hamvraag. Makkelijker is het om een oordeel te geven over het debat. Want wat vind ik eigenlijk? Iedereen in de openbare ruimte mag dragen wat hij of zij wil. Scholen, bedrijven en de overheid zijn een ander verhaal. Maar toch, elke keer als ik zo’n zwarte gedaante zie, gaat er een klein schokje door me heen nog voordat ik er goed en wel over na kan denken. In het Westen lopen alleen leden van de Ku Klux Klan met een laken over hun kop. En een zwart laken is eng. Dan is er ook nog het schrikbeeld dat je zelf zo weggestopt zou kunnen worden.

„Ja maar”, zegt mijn vriend, „als je het die vrouwen zelf vraagt, zeggen ze dat ze er zelf voor gekozen hebben, vanwege hun religie.” Wat heeft religie, denk ik in stilte, nou te maken met een klederdracht die overduidelijk is bedacht door vrouwenhatende mannen die hun bezit zo goed mogelijk willen opbergen? Op die keuzevrijheid valt overigens ook wel wat af te dingen als het gaat om de conservatievere geloofsgemeenschappen in Groot-Brittannië. „Maar”, vervolgt hij dan, „ik beken dat ik, los van alle rationele overwegingen, ook die huivering voel.”

Laten we die gênante huivering nu voor de grap eens niet wegzetten als doorsnee middle class islamofobie. Want wat heeft het eigenlijk te maken met religie? Bij mij in de buurt loopt een man rond, vermoedelijk geestelijk gestoord, die zich van top tot teen heeft gehuld in lange donkere gewaden. Alleen aan zijn gestalte kun je zien dat het om een man gaat. Uit zijn hoge Afrikaanse hoofdtooi steken nog net wat dreadlocks, maar verder is er niets van hem te zien. Zelfs geen ogen: zijn hele hoofd is in een soort zwarte tulband gezwachteld. Hoe hij zijn weg weet te vinden is me een raadsel. Af en toe staat hij stil en draait dat blinde, gezichtsloze hoofd langzaam opzij, alsof hij ergens naar kijkt. De eerste keer dat ik dit zag, kreeg ik een weeïg gevoel in mijn maag en de instinctieve aandrang weg te rennen. Zelfs mensen die hem geregeld op straat tegenkomen, lopen nog altijd met een wijde boog om hem heen.

Ook eng: rubberen SM-maskers die alleen de neusgaten vrij laten. Van mens tot object, tot ding, en dat is ook precies de bedoeling.

Het is een heel basaal biologisch gegeven dat mensen, van baby af aan, onherroepelijk op de gezichten van anderen zijn gericht. Dat zit zo in onze hardware dat we vanzelf overal gezichten in gaan zien, in huizen, bloemen, de maan, wolken. Auto’s hebben ogen als koplampen. Het zonnetje lacht. Voor de filosoof Emmanuel Lévinas, die vond dat de westerse filosofische traditie te weinig aandacht had voor het idee van ‘de Ander’, vormde het ‘gelaat’ een cruciaal onderdeel van zijn denken. Wanneer wij iemand ontmoeten, doet ‘het gelaat van de Ander’ een appel op ons. Het spreekt onze verantwoordelijkheid en medemenselijkheid aan. Lévinas’ filosofie heeft ook een religieuze component: het goddelijke openbaart zich uitsluitend via het gelaat van de Ander.

Interessant genoeg klinkt dit terug in een artikel in The Guardian dat een jonge islamitische vrouw aan het woord liet: „Er is geen echte reden waarom je een nikab zou moeten dragen. Allah gaf ons gezichten en we zouden die gezichten niet moeten verbergen. We should celebrate our beauty.”

De nikab is niet alleen een symbool van afscheiding, het ís een afscheiding, net zo goed als een gordijn dat is. Het maakt vrouwen tot dingen, ontmenselijkt. Daarom gaat de vergelijking met andere vormen van religieuze uitingen – joodse pijpenkrullen, een kruis of een sikh-tulband – ook zo totaal mank.

Maar een symbool is het ook, en wel een politiek symbool van zelfgekozen segregatie en een afwijzing van westerse waarden. Het is het meest zichtbare symbool van mislukte integratie, wat waarschijnlijk alle politieke aandacht verklaart.

Hoe is het anders te verklaren dat er zich op dit moment een commissie buigt over de juridische aspecten van een algemeen verbod op het dragen van boerka’s in Nederland? Ik heb een boerka op zolder liggen. Cadeautje van iemand die in Afghanistan was geweest. Boerka’s zijn blauw, met een soort geweven gaasje voor de ogen. Je ziet er niets in, en ademhalen wordt behoorlijk lastig. Ook oogt de lichte stof nogal brandgevaarlijk. Nu wil ik me niet laten voorstaan op mijn exclusieve garderobe of zo, maar als er naast mij nog tien mensen zijn in Nederland die een boerka bezitten, laat staan dragen, dan ben ik heel, heel verbaasd.

Had de regering niet op z’n minst de moeite kunnen nemen om de juiste terminologie te hanteren?

Ik ben heel benieuwd op welke grond de regering het dragen van welke klederdracht dan ook in de openbare ruimte denkt te kunnen verbieden. En waarom zo’n verbod ‘voor de hand’ ligt, zoals vice-premier Zalm zei. En welke westerse waarden daarmee gediend zijn. Een ding is zeker: we worden het lachertje van Europa. Maar het ís tenslotte ook best geestig, deze poging tot symboolpolitiek. Alles is blijkbaar beter dan het afschaffen van het bijzonder onderwijs of het anderszins aanpakken van de falende integratie zelf.

corine vloet

    • Corine Vloet