Wouter Kabouter: man tussen en van het volk

En ja hoor, vier weken voor de verkiezingen verscheen ook de PvdA-lijsttrekker op televisie. Precies zoals hij zich graag aan de kijkers in het land presenteert. Tussen de mensen, in de schoolbanken. De kandidaat-premier zat gisteravond in Klasgenoten.

Met de meegaande Robert ten Brink ging Wouter Bos op de persoonlijke toer. Terug naar De Beurthonk in Odijk, een kleine protestants-christelijke school waar „elke dag de bijbel werd gehoord”. Daar zat hij 33 jaar geleden in de zesde klas, naast stoere Henk, zoon van een vrachtwagenchauffeur. „Woutertje Kaboutertje” was net elf. Hij had een klas overgeslagen, zat altijd achterstevoren in zijn bank en bleef de beste van de klas. „Jij had toch van die knickerbockers aan”, vraagt klasgenoot Adriaan als Wouter Bos, in grijs pak, geen stropdas om, is aangeschoven.

Direct begint de leider van de sociaal-democraten zijn personality show Hij draait zich om en vraagt: „Dick? Ben jij Dickie Overgauw?” Gelach, gejoel. Wie is wie? Wat ben jij veranderd! Had jij niet altijd al zo’n hippe bril? En o, volgens mij had jij die platenspeler: „Dan kwam ik met mijn cassetterecorder langs en nam ik de Beatles op. Maar dan moest wel iedereen zijn mond houden, want verbindingssnoertjes waren er nog niet.”

Hij is als wij, moesten de 1.252.000 kijkers van het RTL-programma gisteravond denken (Bos scoorde beter dan voetbal!). Geen Tweede Kamer, maar schoolbanken. Geen Bosbelasting maar Rob de Nijs. Vragen over ‘hoe Woutertje bij de meiden lag’ in plaats van commentaar geven op die vervelende analyse van het Centraal Planbureau. En vooral geen politieke betrokkenheid tonen! Welke kijker is er nog oprecht geïnteresseerd in hoe het met Nederland en de wereld gaat?

Dus toen Robert ten Brink nog even probeerde „hoe Wouter Bos er bijstaat in een peiling onder klasgenoten”, kapte het PvdA-boegbeeld dat resoluut af. Hè nee, zei hij, daar heb ik nou helemaal geen zin in. „Het is net zo leuk, dat ik nu iets mag doen dat níét over politiek gaat.”

Waar ging het wel over? Over de belevenissen van Woutertje Kaboutertje. En die waren goed voor een emotionele achtbaan met een hoofdletter E. We zaten met zijn vieren op judo, vertelde Wouter: Hans, Jos, Kees en hij. Tot een spelletje op de fiets uit de hand liep en Hans door een auto werd doodgereden.

Jos: „Ik ben thuis direct naar boven gegaan en gaan slapen.” Wouter niet: „Ik had een soort van schuldgevoel. We deden dingen die niet hoorden en toen het ging fout.” Robert ten Brink: „Is het niet bijzonder dat dit nu bij jullie allemaal tegelijk weer in het hoofd zit?”

Daarna mocht Peter vertellen over Wouters oudere broer. Peter speelde Stratego met Remco. Mijn broer was vanaf zijn navel verlamd, vertelde Wouter, en had een waterhoofd. „Hij overleed toen ik elf jaar was. Hij heeft me leren lezen. En ik profiteerde van de aandacht die hij kreeg. Als Remco naar het voetbalveld ging, kreeg hij cola en ik ook.”

Leerden deze belevenissen ons iets over Bos’ kwaliteiten als kandidaat-premier?

Nee. Of het moet zijn dat het leiderschap er al vroeg in zat. Een klasgenoot over het ongeluk: „Ik weet nog dat Wouter ons de volgende ochtend opwachtte en opving.”

Lijsttrekkerstelevisie gaat anno 2006 over het gevoel dat politici oproepen. Voor een kandidaat-premier telt alleen het imago.

Zoals Freek de Jonge woensdag in De wereld draait door zei: „Wouter Bos is alleen aan het manoeuvreren. Uit alle macht bezig politiek buiten spel te blijven.”

Lees de tv-rubriek ‘Ogen’ op www.nrc.nl/ogen