Overwinnaars zijn er niet bij Alberto Méndez

Alberto Méndez: De blinde zonnebloemen.

Uit het Spaans vertaald door Eugenie Schoolderman. Meulenhoff, 189 blz. € 16,95

Aan verhalen en romans over de Burgeroorlog en de grauwe periode daarna ontbreekt het in Spanje bepaald niet. Nobelprijswinnaar Camilo José Cela werd er dankzij zijn roman De bijenkorf beroemd mee en hetzelfde gold onlangs nog voor Javier Cercas en zijn roman Soldaten van Salamis.

Maar geen van hen heeft de wrange wanhoop van de verslagenen zo feilloos in woorden kunnen vatten als Alberto Méndez dat in De blinde zonnebloem heeft gedaan. Vernedering en vergeefsheid vormen de grondtoon van zijn bundel, waarvan de vier verhalen stuk voor stuk worden aangekondigd als verslagen van een nederlaag: ‘Eerste nederlaag’, ‘Tweede nederlaag’, enzovoort, chronologisch gedateerd van 1939 (het einde van de oorlog) tot 1942. Losjes verwijzen sommige verhalen naar elkaar, doordat bepaalde personages later opnieuw verschijnen.

Overwinnaars komen in de vier verhalen van Méndez niet voor. Zelfs de sinistere geestelijke uit het slotverhaal, die uit volle overtuiging de toog tijdelijk had afgelegd om mee te strijden met de franquistische opstandelingen, ontkomt niet aan het besef te delen in de morele nederlaag die – zo maakt Méndez in elk van zijn verhalen duidelijk – de Spaanse samenleving als geheel met de oorlog is toegebracht.

Subtiliteit in woord en plot kenmerkt alle verhalen in De blinde zonnebloemen. Bedachtzaam en soms op het lyrische af beschrijven ze een werkelijkheid waarvan de droefenis alleen maar omzichtig kan worden beschreven, wil ze door grote gebaren niet bij voorbaat worden geplet.

Ger Groot