Eindelijk Smeets lezen

Sammy Harkham e.a.: Kramers Ergot 6. Buenaventura Press, 336 blz, € 38,95

Sinds de jaren negentig is het Canadese tijdschrift Drawn & Quarterly heer en meester op het gebied van de gebundelde Amerikaanse kunststrips. Wie wil weten wat nieuw is op grafisch gebied, zonder strenge eisen te stellen aan het verhalende karakter, koopt blind een nieuwe editie van het fraai vormgegeven, maar prijzige tijdschrift. D&Q publiceert inmiddels ook boeken.

Dat er ruimte is voor meer bundels vol stripkunst van aanstormende en geroutineerde tekenaars die weigeren compromissen te sluiten, bewijst Kramers Ergot. Elk jaar presenteert uitgever/tekenaar Sammy Harkham een nieuw deel.

Het is lastig te achterhalen wat Harkhams criteria zijn om bijdragen op te nemen in Kramers Ergot. Er zijn tekenaars bij die al in Art Spiegelmans RAW verschenen. Zo is er een chaotisch verhaal van Gary Panther (‘Daltokyo’) over kolonisatie van Mars, waar tekst en tekeningen, zoals vaker bij hem, elkaar niet altijd ondersteunen. Een andere oudgediende uit RAW is Jerry Moriarty die met ‘Sally’s Surprise’ een van de hoogtepunten van Kramers Ergot maakte. Aanvankelijk is de strip over een oude schilder in krasserig zwart-blauw, maar als hij via een schilderij terug gaat in de tijd (om weer twaalf jaar oud te zijn, maar dit keer als meisje) lijken de tekeningen door de schitterende inkleuring op werk van Edward Hopper.

Nog een opmerkelijke tekenaar is de Nederlander Mark Smeets die wordt geïntroduceerd door Chris Ware. Ware leerde het werk van de in 1999 overleden Smeets kennen tijdens zijn bezoeken aan Nederland. De wat rommelige klare-lijnstijl intrigeerde hem en hij verdiepte zich in Smeets leven en werk. Nu verbaast Ware zich, na vertaling voor deze uitgave, over de vreemde teksten die hij eindelijk kan lezen.

Natuurlijk mag ook in deze verzameling Ron Regé Junior niet ontbreken. Zijn karakteristieke, naïeve tekeningen vindt je in bijna elke bundel met Amerikaanse onafhankelijke strips. Zij vormen dan altijd een van de hoogtepunten. Regé Juniors tekeningen zijn bedrieglijk simpel en spelen zich af tegen een enkele steunkleur. Er is nauwelijks diepte en op de achtergrond speelt zich van alles af dat je bijna ontgaat door de ‘platheid’ van de tekening.

Maar om een of andere reden zijn er ook een paar afschuwelijke tekenaars opgenomen. Het dieptepunt is ‘Elvis Studio’ van Helge Reumann en Xavier Rabel. Een paar pagina’s zijn volgepropt met over elkaar getekende gebeurtenissen, die niets met elkaar te maken hebben. Je bent even zoet om te achterhalen wat er gebeurt en ergert je vervolgens aan deze goedkope truc om aansluiting te zoeken bij de kunstwereld.

Kramers Ergot is een dikke bundel undergroundstrips waar Amerikanen een patent op lijken te hebben. Het is jammer dat Sammy Harkham niet zo’n stempel op de inhoud durft te zetten zoals Spiegelman en Chris Oliveros dat deden met hun tijdschriften. Daardoor is Kramers Ergot geen echte must voor iedere stripliefhebber, maar is het gedoemd tot de nichemarkt van avontuurlijk ingestelde lezers of grafisch vormgevers.

    • Gerard Zeegers