Drie drukken, dat is een vol Concertgebouw

Weijts verdiende met ‘Art. 285b’ een AKO-nominatie én de Anton Wachterprijs.

Hij schreef het boek over stalking terwijl hem zelf een rechtszaak voor dit vergrijp boven het hoofd hing.

Art. 285b, het debuut van Christiaan Weijts (1976).

Het schijnt gevaarlijk te zijn om meteen al zo veel succes te hebben, zegt Christiaan Weijts, die deze week hoorde dat hij de Anton Wachterprijs 2006 voor het beste literaire debuut zal krijgen. „Alles wat je erna doet wordt door de critici tegen het licht gehouden. En daarbij heb je het gevaar dat er na een succesvol eerste boek niks meer uit je vingers komt, of iets dat van mindere kwaliteit is. En je wilt als schrijver toch jezelf overtreffen en een beter boek schrijven. Als ik mijn boek nu teruglees, denk ik bij sommige passages: ja, dit kan ik wel overtreffen.”

We zitten in een café in Leiden, dichtbij de universiteitsgebouwen: Weijts studeerde er Nederlands en Literatuurwetenschap en is redacteur van het universiteitsweekblad Mare. Sinds een paar maanden is hij ook columnist van nrc.next. Toen een redacteur van De Arbeiderspers in 2003 zijn gebundelde Mare-columns las, getiteld Sluitingstijd, bood hij Weijts meteen een contract aan voor een roman. In drie jaar kwam het boek tot stand, in Leiden en in de zomervakantie op een terras in Rome.

Weijts: „Ik heb er lang aan geschaafd, ik vind stijl erg belangrijk. Al die tijd was ik overtuigd van de kwaliteit van het boek; als je aan het schrijven bent, moet je ook wel een zekere hoogmoed hebben.”

Overigens kreeg Art. 285b. niet alleen maar lof. Kees ’t Hart stoorde zich in de Groene Amsterdammer aan de hoofdpersoon, de jonge pianist Sebastiaan Steijns, aangeklaagd door zijn ex Victoria wegens stalking. (Artkel 285b in het Wetboek van Strafrecht gaat over belaging)

„De hoofdpersoon is inderdaad niet sympathiek”, zegt Weijts, „en hij houdt er soms rare ideeën op na over relaties. Maar stel je voor dat de hoofdpersoon aardig was en voor iedereen de deur openhield, dan krijg je toch een saai boek? Geerten Meijsing heeft me als eerste besproken, in Vrij Nederland. Hij was laaiend enthousiast; dat vond ik belangrijker.”

Meijsing noemde Art 285b een ‘groots, geestig en diepzinnig werk dat onmiddellijk bekroond zou moeten worden’. En hij herkende zich sterk in het boek, zoals de kop boven zijn artikel al aangaf: ‘Een hel van herkenning’.

Weijts: ,,Ik heb alle boeken van Meijsing gelezen, ik ben zeker door hem beïnvloed. We delen de belangstelling voor de oude Europese cultuur, de liefde voor muziek en voor Italië. Maar er zijn tientallen schrijvers die mij beïnvloed hebben, van Grunberg en Nooteboom tot Kundera.”

Weijts vertelt dat hij sinds zijn achtste piano speelt. „Mijn opa was dirigent en vioolleraar, mijn vader speelt contrabas, dus muziek zat er al vroeg in. Ik heb geen conservatorium gedaan, zoals de hoofdpersoon. Misschien had ik dat willen doen en misschien was ik dan net zo geëindigd als Sebastiaan Steijns: pianoleraar en achtergrondpianist in een restaurant.”

Steijns ontmoet de beeldschone en fatale Victoria in een peepshow, waar ze bijverdient om haar dansopleiding te kunnen betalen. Ze krijgen een verhouding die laveert tussen vriendschap en liefde. Steijns probeert Victoria te ‘bespelen’, door middel van zijn pianospel en op andere manieren. In plaats daarvan wordt hij door het meisje bespeeld: zij is hem de baas, ze zoent met andere jongens waar hij bij staat. Hij laat zich dat allemaal aanleunen, tot op een dag de bom barst.

Weijts: „Dader of slachtoffer, bespeler of bespeelde: ik wilde laten zien dat die rollen soms moeilijk te onderscheiden zijn. Is Sebastiaan nou de dader? Strikt juridisch gezien wel. Maar Victoria heeft hem aangegeven en daarmee wordt hij ook een beetje slachtoffer. De officier van justitie zegt in het boek: ‘De heer Steijns doet het voorkomen alsof hij zelf slachtoffer is van haar aangifte.’ Ik denk dat je dat in rechtszaken wel vaker ziet, dat daders zich slachtoffers voelen.”

In een roman is plaats voor die dubbelzinnigheid, in de rechtszaal niet.

„Nee, daar moet je rechtlijnig zijn. De kritiek van Sebastiaan is niet tegen die Victoria gericht, maar tegen het justitiële apparaat, tegen het feit dat er een wetsartikel bestaat dat mensen kan veroordelen louter op grond van verstuurde sms-berichten en ingesproken voicemails – de wet wordt naar de letter geïnterpreteerd, zonder dat er naar de omstandigheden gekeken wordt. Het zijn ook de moderne communicatiemiddelen die voor misverstanden zorgen. Als mensen gedronken hebben of in de war zijn, en ze hebben relatieproblemen, dan kunnen ze op elk moment hun grieven uiten. Stalkingachtige situaties kunnen zo snel ontstaan.”

Hebt u het nu over de mening van de hoofdpersoon of over uw eigen mening?

„De stem van Sebastiaan, die af en toe nogal uitschiet, hoort echt bij hem – de auteur staat van een afstand toe te kijken hoe de verschillende stemmen op elkaar inwerken. Natuurlijk ligt mijn sympathie vooral bij Sebastiaan. De hele roman heeft de opzet van een pleidooi, waarin hij zijn zaak verdedigt en pleit voor het aanpassen of schrappen van artikel 285b. Mijn eigen mening ligt daar heel dichtbij. Maar de roman is geen vehikel voor die boodschap, het verhaal is veel breder dan dat.”

Het boek leest als een roman, zeker niet als een pamflet. Maar de wetenschap dat u een paar jaar geleden zelf voor stalking veroordeeld bent, werpt dat niet een ander licht op het geheel?

„Dat maakt mij in ieder geval bevooroordeeld. En het maakt ook duidelijk waar ik een deel van mijn materiaal vandaan heb. Ik begon het boek te schrijven terwijl die rechtszaak boven mijn hoofd hing. Dat maakte veel energie vrij, dat zorgde ook voor een grote betrokkenheid.”

Die betrokkenheid had u ook de verkeerde kant op kunnen leiden.

„Ik was me ervan bewust dat ik de ironie en de zelfspot moest behouden. Het moest geen boek worden over iemand die opgesloten zit in zijn eigen verongelijktheid.”

De publicatie van het boek en de erkenning die u hebt gekregen, is dat een soort genoegdoening voor u?

„Ja, dat denk ik wel. Ik zou het leuk vinden als dit boek bij rechters en officieren van justitie terecht zou komen. Het zou mooi zijn als ze erdoor aan het denken werden gezet. Als ik terugkijk, vind ik dat die zaak me vooral goed heeft gedaan, het heeft me namelijk dit boek opgeleverd. In het verhaal zit dat element ook een beetje: op de dag dat de zaak van Sebastiaan voorkomt, moet hij ook in het Concertgebouw optreden. En dat concert is dus in zekere zin dit boek. Hoeveel mensen passen er in een vol Concertgebouw? Nou, ongeveer het lezerspubliek van drie drukken.”

Christiaan Weijts: Art. 285b. De Arbeiderspers, 323 blz, 18,95 euro