‘Agent wordt gek van prioriteiten’

Oud-minister Elco Brinkman adviseert een volgend kabinet om alle veiligheidsbeleid – voor politie, het OM en inlichtingendiensten – onder te brengen bij één superministerie.

Elco Brinkman Foto Roel Rozenburg DENHAAG;SEP2001 Elco Brinkman, voorzitter AVBB. FOTO ROEL ROZENBURG Rozenburg, Roel

Elco Brinkman herinnert zich hoe hij in 1989 betrokken was bij pogingen om de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken te fuseren tot één ministerie voor Veiligheid. Hij was toen aankomend CDA-fractievoorzitter, ten tijde van de vorming van het derde kabinet-Lubbers. Een ministerie voor Veiligheid was bij de formatie een belangrijk dossier. Maar het ging niet door. Zeventien jaar later is hij opnieuw betrokken bij zo’n voorgenomen fusie, nu als adviseur van het kabinet.

Brinkmans advies, De organisatie van de veiligheid op rijksniveau nader bezien, moet na de verkiezingen een rol spelen in de formatie. Want als men het aan de ambtenaren van Justitie en Binnenlandse Zaken overlaat, komt zo’n fusie nooit tot stand, is hem gebleken. De politiek moet zich erover uitspreken. Topambtenaren van beide ministeries hebben dat ook gezegd. ‘We moeten geholpen worden om over onze eigen grenzen heen te stappen’, kreeg Brinkman herhaaldelijk te horen.

Brinkman stelde vorig jaar voor, in een eerste advies, om de veiligheidsportefeuilles van beide ministeries onder te brengen in een superministerie en de overige portefeuilles in een tweede departement. Daarvan is hij nu teruggekomen. Hij stelt nu voor om de beleidsonderdelen die niet met veiligheid te maken hebben, zoals integratiebeleid, onder te brengen bij andere ministeries. Wat overblijft, moet integreren in dat ene veiligheidsdepartement dat hem voor ogen staat. Onder leiding van één ‘superminister’, die dan integraal verantwoordelijk is voor veiligheidsbeleid. Van Openbaar Ministerie tot politie. En van delen van de marechaussee tot de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst en onderdelen van haar militaire tegenhanger, de MIVD: het ministerie van Bestuur en Justitie.

Waarom bent U afgestapt van het concept van twee ministeries?

„De redenering was om alles op te heffen en opnieuw te beginnen. Om vervolgens tegenover zo’n ministerie van Veiligheid een departement te plaatsen met alle dossiers die te maken hebben met wetgeving en bescherming van de burger. De grondrechten, de privacybescherming, maar ook het OM dat bijvoorbeeld preventieve taken heeft. Bezwaar was dat je een scheidslijn creëert tussen enerzijds een ministerie dat er alles aan doet om mensen uit de gevangenis te krijgen en anderzijds een departement dat erop uit is om mensen aan te houden. Er moet natuurlijk ook aandacht voor rechtsbescherming zijn. Maar ons rechtssysteem zit zo in elkaar dat burgers veel rechtsbescherming hebben, ook al zoals die geborgd is in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

„Een aantal beleidsportefeuilles op Binnenlandse Zaken en Justitie kan ook makkelijk elders worden ondergebracht. Op integratiebeleid, bijvoorbeeld, ligt nu een veel te groot strafrechtelijk accent. Het is logischer om dat onder te brengen bij Sociale Zaken of Onderwijs. Hetzelfde geldt voor Koninkrijksrelaties (Nederlandse Antillen en Aruba, red.) het grotestedenbeleid, jeugdbeleid of het personeelsbeleid op rijksniveau.”

Bezwaar van het huidige voorstel is wel dat de inlichtingendienst AIVD en het Openbaar Ministerie in één politieke hand zijn, terwijl dat gescheiden circuits horen te zijn.

„Je moet niet omwille van een academische discussie over mogelijke ongewenste verstrengeling die diensten onderbrengen bij twee ministeries. Er is inmiddels wetgeving én jurisprudentie over de vraag of en hoe het OM gebruik mag maken van informatie van inlichtingendiensten. Het OM moet natuurlijk wel weten welke gegevens hij wel en niet mag gebruiken. Trouwens, waar zou de AIVD anders moeten worden ondergebracht? Je zou kunnen denken aan het ministerie voor Algemene Zaken. Maar in onze bestuurscultuur is Algemene Zaken verantwoordelijk voor coördinatie van het kabinetsbeleid. Als daar de AIVD aan wordt toegevoegd, komt er een karrenvracht aan werk bij voor de minister-president.”

Wat zou het profiel van die superminister zijn?

„Dat moet in ieder geval iemand zijn met met een zware juridische achtergrond. Hij moet een topjurist zijn. Het moet iemand zijn die volledig begrijpt dat justitie en bestuur elkaar voortdurend treffen. Anders is zo’n man of vrouw ten dode opgeschreven en het departement trouwens ook.”

In uw voorstel is de komst van een nationaal politiekorps onontbeerlijk. Dat zal de haalbaarheid ervan niet bevorderen, gezien de weerstand daartegen van bijvoorbeeld de PvdA.

„Die zware druk van burgemeesters op de PvdA is er, dat weet ik. Burgemeesters vrezen dat ze straks moeten smeken bij de minister om agenten voor handhaving van de openbare orde. Dat probleem kan worden ondervangen door in het wetsvoorstel de bevoegdheden van de burgemeester preciezer te omschrijven. Het is onomkeerbaar dat politiewerk steeds meer nationale en internationale dimensies krijgt. Maar de zeggenschap op lokaal niveau moet duidelijker.”

Wat levert zo’n ingrijpende reorganisatie op?

„Er worden rondom veiligheid door te veel bestuurders te veel prioriteiten gesteld. De uitvoerder ervan, de politieman, wordt daar gek van. Je moet kappen in het huidige oerwoud van programma’s, waarbij twee ministers voortdurend heen en weer worden geslingerd. Breng dat onder een éénhoofdige politieke leiding. Dan kun je ook de ambtelijke staf opheffen die nu nodig is om die departementen met elkaar te laten communiceren.

„Ik heb bij beide departementen achter de schermen kunnen kijken en wat je ziet, is een hoop ‘gedoe’. Als je er één ministerie van maakt, krijg je één adviserende staf.”

    • Jos Verlaan