Kip lijdt voor een mooi filetje

Koeien en kippen worden structureel mishandeld. Vooral door veehandelaren en slachters.

Toezichthouders zien het door de vingers.

Gevallen van mishandeling van dieren op veemarkten en in slachterijen. Foto Stichting Dierenrecht Stichting Dierenrecht

„In deze stal vraten de varkens elkáár op”, vertelt Bert Zuidema. Op de keukentafel in zijn woning in het Groningse Haren ligt een map met foto’s uit zijn tienjarige carrière als inspecteur dierenbescherming. Foto’s bijvoorbeeld van varkens die rondsnuffelen tussen de kadavers van soortgenoten. „De boer had de stal dagenlang op slot gedaan en deed thuis alsof er niets aan de hand was. Zijn vrouw wist van niets want ze kwam de stal niet in.”

Zuidema is oud-inspecteur van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID). Gisteren sprak hij in de Tweede Kamer tijdens een hoorzitting over dierenwelzijn.

Enige tijd terug maakte de Stichting Dierenrecht videobeelden openbaar van mishandeling op de veemarkten in Utrecht en Leeuwarden. Incidenten, zeiden betrokkenen destijds. Minister Veerman (LNV, CDA) beloofde wel dat zijn Algemene Inspectie Dienst (AID) harder z’n best zou doen, want „dit vindt iedereen erg”. De mishandeling op veemarkten is volgens Zuidema een symptoom van structureel verslechterde controle sinds de particuliere dierenbescherming LID ophield met de controle eind jaren negentig.

„Toen ik in 1990 bij de veemarkt in Leeuwarden kwam, zag ik hetzelfde als laatst op de video’s te zien was, terwijl er inspecteurs van de AID rondliepen”, vertelt Zuidema. „Zij controleerden alleen op registratie. Halfdood aangevoerde koeien, daar keken ze niet naar. Maar wij, van de LID, hebben dat toen in Leeuwarden onder de duim gekregen. Het was daar afgelopen met dit soort mishandeling. Dat het nu weer gebeurt, betekent dat de AID er de laatste jaren geen toezicht op heeft gehouden.”

Dat heeft te maken met een beleidsverandering eind jaren negentig. Toen trok de LID, een dienst met onderzoeksbevoegdheid maar onderdeel van de particuliere Dierenbescherming, zich terug uit controle op veehouders. Ze is zich gaan toeleggen op hobbydierenhouders. „Vanaf een bepaald moment moesten we alle klachten over boeren doorgeven aan de AID”, zegt Zuidema. De AID deed meestal niets. „Die letten vooral op de besteding van subsidies. Dierenleed vinden ze niet belangrijk.” Zuidema bestiert nu een manege.

Het vreemde is, dat een boer niets verdient aan dieren die hij verwaarloost. Waarom gebeurt het dan? Volgens Zuidema zijn het meestal trieste gevallen van boeren die hun bedrijf niet meer in de hand hebben.

Over het algemeen gaan juist de veehouders het beste met hun dieren om, stelt oud-keurmeester Anton Breunis. „Voor veehouders heb ik respect omdat ze begaan zijn met levende have. Hoe dichter je echter bij het slachtproces komt, hoe grover mensen worden tegen dieren. Op veemarkten gaat het om geld, en op slachterijen hoeft het dier alleen nog maar dood.”

In de pluimveeslacht zag Breunis drie jaar geleden misstanden bij een abattoir die zijn chefs, bij de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV), weigerden aan te pakken. De wet schrijft voor dat dieren worden verdoofd voordat de slacht. Hiervoor gebruikt men meestal een elektrische schok. Maar het probleem bij kippen is, zegt Breunis, dat dat kan leiden tot bloedingen in de borst, het duurste stukje vlees. En de klant wil geen bloedrode vlek op de filet.

De oplossing is een zwakkere stroomstoot. Maar dan zijn sommige kippen niet verdoofd terwijl ze hangend aan de lopende band de snijmessen tegemoet gaan. „Wat ik zag was te verschrikkelijk voor woorden”, vertelt Breunis. „Een kip die alle kanten uitfladdert en een personeelslid dat werkelijk niet wist waar hij mee bezig was. Ik heb bij herhaling in rapporten aangegeven dat ik vond dat ze de wet overtraden, dat het dierenkwelling is. Meer kon ik niet doen. Alleen een dierenarts kan aangifte doen.” Wat is er met de rapporten gebeurd? „Niks. Dat gaat gewoon in een map. Wat had ik verder moeten doen? De minister persoonlijk aanschrijven?”

Het bedekken van problemen is volgens Breunis structureel. „Er is geen teamleider die z’n nek uitsteekt. Het heeft te maken met angst. Ik ken een dierenarts die zo flink was om een slachterij op de Veluwe twee keer aan te melden bij de AID voor het overtreden van regels. Vanuit de directie van de AID is een dringend verzoek gedaan de aanmelding teniet te doen. Ik weet niet waarom. Het is nooit een zaak geworden. De dierenarts heeft de melding echter niet ingetrokken. Het is binnen de organisatie geregeld dat er verder niets gebeurde. Niemand zet z’n carrière op het spel voor kippen.”

    • Hans van der Lugt