Henry Moore

Henry Moore In zijn tijd was Henry Moore (1898-1986) even beroemd worden als Picasso. Tegenwoordig zijn Moore’s naam en invloed tanende. Het pijnlijke daaraan is dat optimisme zijn reputatie de nek om heeft gedraaid. Niet zijn eigen optimisme, maar dat van de vele honderden navolgers die zijn stijl vanaf de jaren zestig kreeg. Moore zelf was een typische 20ste-eeuwse avant-gardist, die zich kon meten met soortgenoten als Mondriaan en Picasso, ook in zijn ontwikkeling. Wie de tentoonstelling die nu aan Moore is gewijd in de Rotterdamse Kunsthal bekijkt en met enige moeite over zijn vooroordelen tegen abstracte sculpturen stapt, ziet pas goed wat een bijzondere kunstenaar hij was. Een kunstenaar die eigenlijk wel een uitgebreider en gedetailleerder overzicht zou hebben verdiend. Maar dat zou weer zo veelomvattend zijn geworden dat het goed is dat de Kunsthal zijn beperkingen heeft onderkend en zich met de sculptuur en architectuur van Henry Moore richt op diens moeizame relatie met de buitenwereld. Dat thema is zo goed gekozen dat het alsnog veel zegt over zijn oeuvre als geheel. Dat begint al bij de beroemde uitspraak van Moore die als leidraad is genomen: „Ik zie nog liever een sculptuur in een landschap geplaatst – bijna elk landschap voldoet – dan in of op het mooiste gebouw dat ik ken.” Door die uitspraak kunnen de samenstellers vaststellen dat de relatie tussen Moore en de architectuur problematisch was. Moore wilde zijn beelden niet ondergeschikt maken aan de bevliegingen van architecten, maar was daartoe gedwongen zolang hij zelf geen huizen ontwierp. Daardoor biedt de tentoonstelling een fascinerend beeld van Moore’s worsteling met de buitenwereld. Henry Moore, sculptuur en architectuur. T/m 28/1 de Kunsthal, Westzeedijk 341, Rotterdam; di t/m za 10-17u.; zo 11-17u.; Inl. 010-4400300 & www.kunsthal.nl Opbouw van de Henry Moore tentoonstelling (Foto Vincent Mentzel) In de Rotterdamse KUNSTHAL is vanaf 14 oktober 2006 t/m 28 januari 2007 een grote Henri MOORE overzicht tentoonstelling. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam,5 oktober 2006 Mentzel, Vincent

In zijn tijd was Henry Moore (1898-1986) even beroemd worden als Picasso. Tegenwoordig zijn Moore’s naam en invloed tanende. Het pijnlijke daaraan is dat optimisme zijn reputatie de nek om heeft gedraaid. Niet zijn eigen optimisme, maar dat van de vele honderden navolgers die zijn stijl vanaf de jaren zestig kreeg. Moore zelf was een typische 20ste-eeuwse avant-gardist, die zich kon meten met soortgenoten als Mondriaan en Picasso, ook in zijn ontwikkeling.

Wie de tentoonstelling die nu aan Moore is gewijd in de Rotterdamse Kunsthal bekijkt en met enige moeite over zijn vooroordelen tegen abstracte sculpturen stapt, ziet pas goed wat een bijzondere kunstenaar hij was. Een kunstenaar die eigenlijk wel een uitgebreider en gedetailleerder overzicht zou hebben verdiend. Maar dat zou weer zo veelomvattend zijn geworden dat het goed is dat de Kunsthal zijn beperkingen heeft onderkend en zich met de sculptuur en architectuur van Henry Moore richt op diens moeizame relatie met de buitenwereld.

Dat thema is zo goed gekozen dat het alsnog veel zegt over zijn oeuvre als geheel. Dat begint al bij de beroemde uitspraak van Moore die als leidraad is genomen: „Ik zie nog liever een sculptuur in een landschap geplaatst – bijna elk landschap voldoet – dan in of op het mooiste gebouw dat ik ken.” Door die uitspraak kunnen de samenstellers vaststellen dat de relatie tussen Moore en de architectuur problematisch was. Moore wilde zijn beelden niet ondergeschikt maken aan de bevliegingen van architecten, maar was daartoe gedwongen zolang hij zelf geen huizen ontwierp. Daardoor biedt de tentoonstelling een fascinerend beeld van Moore’s worsteling met de buitenwereld.

Henry Moore, sculptuur en architectuur. T/m 28/1 de Kunsthal, Westzeedijk 341, Rotterdam; di t/m za 10-17u.; zo 11-17u.; Inl. 010-4400300 & www.kunsthal.nl