Oud-ambtenaar dood gevonden

De voormalige Amsterdamse ambtenaar Tonnie van Eunen (50) is maandagavond dood aangetroffen in een pand in de Jordaan in Amsterdam. Volgens de politie heeft hij zelfmoord gepleegd. Ambtenaar Van Eunen werd in 2001 ontslagen op grond van een witwasaffaire.

Na zijn ontslag bij de gemeente ging hij door met handelen in onroerend goed, onder meer op de Wallen in Amsterdam. Ook exploiteerde hij zelf raambordelen. Hij had bekende zakenpartners, zoals de crimineel John Mieremet en pornohandelaar Charles Geerts. Ook zat hij in bedrijven die weer gelieerd waren aan bedrijven van andere bekenden van de politie. Zoals Marco P., een vastgoedhandelaar, van wie justitie nu vermoedt dat hij is afgeperst door Willem Holleeder.

De panden die Van Eunen verhandelde veranderden vaak snel van eigenaar, waarbij de waarde van de panden enorm steeg of daalde. Eind vorig jaar zou Van Eunen met Geerts en een ander een hoerenpand aan een dochteronderneming van woningcorporatie Het Oosten verkopen, die dergelijke panden opkoopt om ze uit het prostitutiecircuit te halen. De winst zou vijf ton bedragen. Uiteindelijk ging de koop niet door.

Van Eunen bracht in de jaren negentig als ambtenaar van de gemeente Amsterdam zijn werkgever herhaaldelijk in verlegenheid. Midden jaren negentig werd hij veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf en dienstverlening wegens betrokkenheid bij hasjhandel. Maar ontslagen werd hij niet. Hij kreeg een proeftijd opgelegd die in 1999 afliep.

In die proeftijd breidde hij zijn criminele activiteiten verder uit, ondermeer met witwaspraktijken op de Wallen. Daarbij trad hij vooral op als katvanger voor zware criminelen. In zijn hoedanigheid als bordeelhouder op de Wallen onderhandelde hij met collega-ambtenaren over verstrekking van vergunningen. In 2000 legden bouwinspecteurs van de Dienst Binnenstad nog in een gerechtelijke procedure verklaringen af ten gunste van Van Eunen, maar in strijd met het gemeentelijke prostitutiebeleid.

In 2001 besloot toenmalig wethouder Geert Dales (Personeelszaken) om Van Eunen te ontslaan, ongeacht de consequenties bij de ambtenarenrechter. Eerder was het risico dat de gemeente zulke procedures zou verliezen, reden om hem niet te ontslaan. Van Eunen had immers toestemming van zijn superieuren om in zijn vrije tijd in vastgoed te handelen.