Kosten woning gelijk aan 20 jaar geleden

Nederlanders met een koopwoning zijn hetzelfde deel van hun inkomen kwijt aan hun huis als twintig jaar geleden. De huizenprijzen stegen weliswaar, maar dat is gecompenseerd door stijgende inkomens en de dalende rente. Dat concludeert het Ruimtelijk Planbureau (RPB) in de gisteren verschenen studie ‘Betaalbaarheid van koopwoningen en het ruimtelijk beleid’.

Voor de stijging van de huizenprijzen bestaat volgens het Ruimtelijk Planbureau een aantal redenen. Zowel de inkomens als het aantal tweeverdieners is sterk gestegen, de hypotheekvoorwaarden zijn versoepeld (twee inkomens mogen bij elkaar worden opgeteld), de rente is lager, en de huren zijn gestegen. Daardoor kunnen en willen steeds meer mensen een woning kopen.

Wel zijn er grote regionale verschillen. In de zogeheten Noordvleugel – het gebied ruwweg tussen Amsterdam, Haarlemmermeer en Utrecht – zijn de huizenprijzen sneller gestegen dan in de rest van Nederland. Dat komt door de grote economische groei en de snellere stijging van het inkomen. In de Noordvleugel is het afgelopen decennium weliswaar gebouwd op grote nieuwbouwlocaties, maar „er wordt nog steeds onvoldoende gebouwd”, zegt onderzoeker Gusta Renes.

De meeste nieuwbouwwoningen zijn de afgelopen decennia neergezet in regio’s met weinig economische groei en waar de huizenprijzen al laag waren, zoals Flevoland, en grote delen van Overijssel, Brabant en Limburg. „Er is min of meer op de verkeerde plekken gebouwd”, zegt onderzoeker Renes.