Ingetogen Huws speelt met taal en techniek

In haar korte film ‘The Chocolate Bar’ (2006, 35mm film, 4.30 minuten) eert Bethan Huws de kunstenaar Marcel Duchamp, die van chocola hield. Huws, Bethan

Expositie: Bethan Huws, B.A.C.A. Europe Laureaat 2006. Bonnefantenmuseum, Avenue Céramique 250, Maastricht. Tot 14/1. Di–zo 11-17u. Inl.: 043-3290190, www.bonnefanten.nl.

Onlangs is aan de vrijwel onbekende Bethan Huws de Biennial Award for Contemporary Art uitgereikt. De B.A.C.A. (50.000 euro, een expositie en een catalogus) wordt sinds 2000 door het Bonnefantenmuseum in Maastricht toegekend aan een Europese kunstenaar tussen de 35 en 45 jaar. Aanvankelijk heette deze prijs The Vincent, maar naam en concept zijn weggekaapt door het Stedelijk Museum. Zo heeft Nederland nu plotseling twee grote prijzen voor beeldende kunst.

Het is een mooie keuze van de jury. Huws (1961) is geboren en opgegroeid in Wales, volgde verschillende kunstopleidingen in Londen en woont sinds haar studie in Parijs. Zij is van de generatie van de Young British Artists (Tracey Emin, Damien Hirst), maar haar ingetogen, door de conceptuele kunst geïnspireerde werk staat lijnrecht tegenover dat van de sensatiebeluste YBA’s. Huws omschrijft haar kunst als „minimaal ingrijpen in dat wat er is”. Hoe minimaal dat kan zijn, is te zien in de achterste zaal in het Bonnefanten. Huws bouwde daar boven de houten vloer een identieke vloer. De zaal is verder leeg. Afgezien van de kleurverschillen van het oude en het nieuwe hout en de verhoging, is het werk onzichtbaar.

Huws is grootgebracht op een boerderij, haar moedertaal is Welsh. In het begeleidende boek beschrijft zij in lyrische bewoordingen het landschap van Wales, en hoe ze ’s zomers de lange weg naar school liep, precies wist waar de eerste sneeuwklokjes en de wilde rozen bloeiden, waar de koekkoek zong en waar bosbessen en bramen groeiden.

Huws was zich al jong bewust van de ondergeschikte positie van Wales tegenover de Britse cultuur. Zij werd hier weer aan herinnerd toen Nicholas Serota, directeur van de Tate Modern, zijn collega van het Bonnefanten opbelde om hem te feliciteren met de toekenning van de B.A.C.A. aan een Britse kunstenaar (en een werk van haar aankocht). Huws voelt zich niet Brits, haar studietijd in Londen heeft ze ervaren als een vorm van ballingschap. Engels is haar tweede taal, haar derde taal is Frans.

Taal is de leidraad in haar oeuvre. De Floorpieces, die ze maakt sinds het eind van de jaren tachtig, noemt ze tweetalige, Welsh-Engelse vloeren.

Sinds 1999 produceert Huws ook ‘Woordvitrines’, metalen kastjes met een glazen deur en een zwarte achterkant met sleuven waarin witte plastic letters passen. Hierin zet ze teksten die op verschillende manieren te interpreteren zijn en die vaak verwijzen naar twintigste-eeuwse kunst. Zo is er een Woordvitrine die het „Ceci n’est pas une pipe” van Magritte tot uitgangspunt heeft. „This is not a mirror”, staat er in witte lettertjes, en eronder opnieuw: „This is not a mirror”.

Huws’ werk mag minimaal zijn en conceptueel van karakter, het is ook rijk en afwisselend. Ze gebruikt voor haar spel met taal en kunst de meest uiteenlopende materialen en technieken. Sommige werken gaan over jeugdherinneringen. Van een enkel grassprietje maakt ze een zeilbootje met een mast. In minuscule tekeningetjes en ijle aquarellen weet ze, met slechts enkele lijnen of vlekken, het weidse landschap op te roepen. Op haar tentoonstelling waart overal de geest van Marcel Duchamp. Met neonlampen construeerde Huws een flessenrek. Het humoristische filmpje The Chocolate Bar is op een onnadrukkelijke manier een interpretatie van het werk van de grote meester. Het zit vol met Duchampiaanse woordspelletjes, en gaat over zijn liefde voor chocola, over zijn gewoonte om zich als vrouw te verkleden en over zijn beroemde schilderij Nu descendant un escalier.

In sommige werken is de taal afwezig en valt het spreken stil. De film Singing for the sea maakte Huws na het overlijden van haar moeder, toen ze zich realiseerde dat ze nooit meer met elkaar zouden praten. Aan het strand van Northumberland zingt een groep Bulgaarse vrouwen in klederdracht naar de zee, de schelle klanken verwaaien in de wind.

    • Janneke Wesseling