Zuid-Soedan boos over uitzetten Pronk

In Soedan kwam gisteren uit onverwachte hoek steun voor de uitgewezen Jan Pronk. De Zuid-Soedanese vice-president Riek Machar vertelde de BBC dat tegen de afspraken in zijn regering niet werd geraadpleegd over de uitwijzing. „De situatie in Darfur zal er door verslechteren”, klaagde Riek.

Pronk werd aanvankelijk vooral aangesteld voor vredesbesprekingen voor de oorlog in Zuid Soedan. Hij deed maandenlang mee aan het overleg en kwam na de ondertekening van het verdrag aan het hoofd te staan van de tienduizend man tellende VN-macht in het zuiden. Bij zijn benoeming eiste Pronk dat ook de ‘Darfur’ in zijn takenpakket zou zitten. Sindsdien hebben de zuidelijke leiders, onder wie Riek, hun onvrede laten blijken over de beperkte tijd die Pronk aan het zuiden besteedde.

Er heerst vrede in Zuid-Soedan maar de uitvoering van het in 2005 gesloten akkoord laat te wensen over; volgens sommige waarnemers loopt het vredespact gevaar. De rebellen die nu de semi-autonome regering van Zuid-Soedan vormen, klagen over de verdeling tussen noord en zuid van de olie-inkomsten en over opleiding van gemeenschappelijke militaire eenheden. Het meest heikele punt betreft de status van het olierijke gebied Abyei.

Volgens Riek vond de benoeming van Pronk plaats nadat zowel regering als zuidelijke rebellen daarmee akkoord waren gegaan en kan hij dus ook niet worden uitgewezen zonder het fiat van zowel Noord- als Zuid-Soedan. De zuiderlingen hebben behalve hun semi-autonome status ook enkele politici in de regering in het noorden. De ironie wil dat de minister van Buitenlandse Zaken, Lam Akol, onder wiens verantwoordelijkheid Pronks uitwijzing valt, een zuiderling is. Binnen de zuidelijke regering wordt Lam Akol door veel collega’s echter beschouwd als „een verrader” wegens zijn nauwe relatie met de noordelijke machthebbers.