Wapenbezit is een stukje ‘suissitude’

In Zwitserland woedt een heftig debat over de vele wapens die thuis worden bewaard. Voor velen behoort wapenbezit tot de traditie – anderen wijzen op dramatische statistieken.

Het blad Annabelle voert campagne tegen wapenbezit: ‘Wapens horen niet in het gezin’. Foto Annabelle Annabelle

„Een jachtgeweer kunt u zo meenemen, met munitie”, zegt de verkoopster in de wapenwinkel, terwijl ze langs vitrines vol geweren en pistolen loopt. Boven haar hoofd hangen geweien; leren wapenkoffers gaan voor honderden franken van de hand. „Als u een klein handwapen wilt, moeten we een formulier voor de politie invullen. Als u ingeschreven staat in Zwitserland en geen strafblad heeft, is dat meestal een formaliteit. Dan kunt u er nu een uitzoeken en het over twee weken ophalen.”

De naam van de verkoopster en de winkel mogen niet in de krant. Wat hier gebeurt, is legaal in Zwitserland. Maar dezer dagen voelt iedereen zich aangeschoten wild die zich met de wapenhandel inlaat, zelfs bóvengronds. In dit land, waar kinderen van hun ouders leren hoe je met wapens omgaat, waar schietclubs bij het dorpsleven horen en waar een politicus die het eerste hert van het seizoen schiet betraand het avondnieuws haalt – in dit land is een vurige lobby op gang gekomen om het wapenbezit in te perken.

Directe aanleiding is de moord op de voormalige skikampioene Corinne Rey-Bellet (33) en haar broer, eind april. Rey-Bellet, die een zoon had van twee en zwanger was, werd door haar man doodgeschoten. Ze hadden huwelijksproblemen. Later sloeg de man, een bankier uit Sankt Gallen, de hand aan zichzelf.

Hoe hij aan het wapen kwam? Eenvoudig: net als zoveel Zwitserse mannen was hij reservist van het leger. En reservisten mogen hun wapens thuis bewaren, al hoeven ze maar eens per jaar op oefening.

Daarna begon het Duitstalige vrouwenblad Annabelle een petitie, ‘Nee tegen vuurwapens thuis’ – met een foto erbij van een modelgezinnetje met twee kinderen, waarbij de loop van het machinegeweer van de vader op de wang van zijn vrouw is gericht.

Het blad eist dat er een nationale registratie van vuurwapens komt en dat dienstwapens voortaan in kazernes worden bewaard, niet thuis. Intussen zijn er ruim 17.000 handtekeningen verzameld.

De actie leidde tot hevige debatten in het parlement. En omdat die debatten samenvielen met de herdenking van een schietpartij in het kantonale parlement van Zug in 2001, waarbij een man met een dienstwapen veertien politici doodde en achttien verwondde, kregen ze in Zwitserland veel aandacht. Vandaar dat ook recent onderzoek van de Nationale Wetenschapsstichting ineens overal werd geciteerd: 58 procent van de moorden in Zwitserland vindt in familiekring plaats (relatief meer dan in andere westerse landen), en wordt in veertig procent van de gevallen met een vuurwapen gepleegd. En bij de helft van alle zelfmoorden, blijkt uit studies van de universiteit van Zürich en van ’s lands bekendste criminoloog, Martin Killias uit Lausanne, wordt een dienstwapen gebruikt. Deze wetenschappers voeren aan dat niet alleen het wapenbezit, maar ook het aantal moorden en zelfmoorden drastisch is gedaald in landen als Canada, vanaf het moment dat het wapenbezit daar werd ingeperkt. Zij bepleiten voor Zwitserland hetzelfde.

Volgens Emile Joyet, een voormalige gendarme uit Genève, zijn er tussen de vijf en tien miljoen wapens in omloop in Zwitserland. „De staat heeft zoveel dienstwapens ‘in de natuur’ verspreid dat ze niet meer weet waar ze zijn.” Het leger vraagt verouderde wapens meestal niet terug. „Dat spul ligt maar in een kast, wat moet ik ermee?” zegt een zakenman die wapen en uniform in de kelder achter slot en grendel heeft, vanwege de kinderen.

Maar een vrouw uit Bern, wier gezin een huis deelt met een andere familie, vertelt dat haar labiele buurman soms tijdens ruzies met zijn wapen loopt te zwaaien. „Dan durven we de deur niet uit.”

Dienstwapens zijn niet het enige probleem. Wie een pistool bij een wapenwinkel koopt, moet een politieformulier invullen. Maar veel wapens worden door particulieren verkocht, niet door winkels. Als iemand zijn wapen kwijt wil, zet hij gewoon een advertentie op een website. Hij maakt een contract met de koper, als bewijs dat hij niet meer verantwoordelijk is voor het wapen. Dat contract hoeft bij geen enkele instantie te worden neergelegd. Vandaar dat niemand overzicht heeft over wie wat voor geschut in huis heeft.

Zo heeft Frank Leutenegger zeker driehonderd wapens thuis, in de buurt van Lausanne. Antieke, nieuwere: hij verzamelt ze zoals anderen schilderijen verzamelen. Met sommige wapens schiet hij op een club, andere liggen als historische objecten in vitrines. Leutenegger gaat op zijn website swissguns.ch tekeer tegen extra regulering, en is onlangs een tegenpetitie tegen het blad Annabelle begonnen (ruim 10.000 handtekeningen nu). „Wapens horen bij Zwitserland”, zegt hij. „Volgens onze militaristische traditie ben je geen man als je niet op ieder moment klaar bent om je land te verdedigen. Wapens getuigen van vaderlandsliefde en mannelijkheid. Mijn moeder zag mij liefst het hele weekend met wapen paraderen, toen ik in dienst zat. Mijn vrouw is net zo bang voor mijn wapens als ik voor haar stofzuiger.”

Hoewel het parlement nog niets heeft besloten over restricties op wapenbezit, vreest Leutenegger het ergste. Hij weet wel dat steeds meer mensen onverantwoord met wapens omgaan. Maar dat komt door het stijgende aantal buitenlanders, zegt hij, en de urbanisatie. „Buitenlanders hebben niet zo’n vertrouwde band met wapens als wij. En lefgozers in grote steden vinden het cool. Ik zie daar op schietclubs steeds meer roze of rode wapens: afgrijselijk. De oude dorpscultuur, waarin je van kindsbeen af respect leerde hebben voor wapens, verdwijnt.”

Alle reden dus, om het wapenbezit in te dammen? Of om, zoals sommigen voorstellen, het bezit van munitie aan banden te leggen. „Nee”, zegt hij fel. „Mísbruik moet zwaarder worden bestraft. Daar ben ik voor. Maar wie aan het wapenbezit komt, komt aan de suissitude. Aan onze tradities.”

Ook in de wapenwinkel voelen ze de bui hangen. Een oudere heer komt een revolver brengen, om te verkopen. Iemand belt om te vragen hoe duur het is om het hout van zijn jachtgeweer te laten vervangen.

Het ís duur: drieduizend frank. Handgemaakte metaalgravures van panters of vrouwen die sommige anderen bestellen, zijn nog kostbaarder. „Bij ons thuis was het op zondag naar de mis, en dan naar de schietclub”, zegt de winkelier. „Het kanton betaalde de helft van de munitie. Schieten hoorde bij het sociale weefsel. Ik begon op mijn zevende. Nu kijkt iedereen televisie en zijn er honderd andere vormen van vrijetijdsbesteding. Het is ieder voor zich. Onze clientèle loopt al terug. De typisch Zwitserse ambiance gaat langzaam verloren.”