Een diepe buiging voor Palermo

Palermo is de verrassende koploper in de hoogste afdeling in de Italiaanse voetbalcompetitie. Met bescheiden middelen blijft het de concurrentie voor.

Luisteren naar een iPod? Geen speler van Palermo die dat zondag deed, voorafgaand aan de uitwedstrijd bij AC Milan. Dat zegt iets over de teamgeest bij Palermo, de nieuwe koploper in de hoogste afdeling van het Italiaanse betaalde voetbal, de Serie A.

De spelers van Palermo namen stadion San Siro in zich op, als muzikanten voor een groots concert. Ze spraken met elkaar, zwaaiden naar de circa achtduizend meegereisde supporters, die urenlang onderweg waren geweest om de Noord-Italiaanse stad te bereiken, en inspecteerden de grasmat.

Het was de perfecte voorbereiding; Palermo won zondagavond met 2-0 bij het ‘grote’ AC Milan. Dat was sinds 8 mei 2005 – toen Juventus met 1-0 zegevierde – geen club meer gelukt. Omdat Inter Milaan afgelopen weekeinde punten liet liggen bij Udinese (0-0) voert de ploeg van trainer-coach Francesco Guidolin de ranglijst aan, samen met Internazionale.

Palermo beschikt over een uitgebalanceerde ploeg. Het elftal speelt snel, zorgvuldig en is meedogenloos als het moet. In het doel staat een keeper van 39 jaar, Alberto Fontana; een Australisch international, Mark Bresciano, stofzuigert er over het middenveld en in de spits staat Carvalho Amauri, een lange Braziliaan. Daarnaast telt Palermo een aantal oud-internationals. David di Michele, Christian Zaccardo en Andrea Barzagli droegen één voor één ooit het shirt van de wereldkampioen.

Palermo, opgericht in 1898, kent een roerige geschiedenis. De Siciliaanse club werd tweemaal (in 1939 en 1986) opgeheven wegens financiële problemen, maar kwam telkens terug. In de jaren tachtig en negentig speelde Palermo voornamelijk in de Serie C. In 2001 promoveerde de club naar de Serie B. In 2004 werd het in die afdeling kampioen.

Palermo presteert uitstekend sinds de terugkeer in de Serie A. In het seizoen 2004/2005 eindigde de club als zesde, na een afwezigheid van ruim dertig jaar in de hoogste Italiaanse voetbalcompetitie. Vorig seizoen behaalde het de vijfde plaats, waarmee het verzekerd was van deelname aan het UEFA-Cuptoernooi. Ook in Europees verband zijn de resultaten goed. Vorige week donderdag won Palermo in Duitsland van Eintracht Frankfurt, met 2-1. Voorzitter Silvio Berlusconi van AC Milan maakte zondag een diepe buiging voor Palermo. Zijn club had volgens de premier niet verloren door de arbitrage (een goal van Gilardino werd wegens duwen afgekeurd, red.), maar van een goed georganiseerde tegenstander.

Natuurlijk had Palermo wat geluk nodig om te zegevieren. Andrea Pirlo en de Brazilaan Kaka raakten in dezelfde minuut de paal, en Filippo Inzaghi had zijn dag niet. Clarence Seedorf werd zelfs uitgefloten toen hij in de tweede helft werd gewisseld.

Palermo, waar in het verleden ook de huidige internationals Luca Toni en Fabio Grosso speelden, krijgt alle lof toegezwaaid in de Italiaanse kranten. De invloedrijke sportkrant La Gazzetta dello Sport schreef over ‘een superieur Palermo dat niet voor niets de ranglijst aanvoert’. Guidolin laat zijn elftal daarbij niet bepaald Italiaans spelen; het accent ligt niet op de verdediging, maar op de aanval.

De acrhitect van het elftal is de voorzitter van Palermo, Maurizio Zamparini. Hij heeft met beperkte financiële middelen en een slim inkoopbeleid de ploeg mede gevormd. Palermo kan slechts jaloers zijn op het bedrag dat Milan in augustus neertelde voor het Braziliaanse talent Ricardo Oliveira; 21 miljoen euro.

Van de landstitel, de Scudetto, wil de coach Guidolin vooralsnog niets weten. „We concentreren ons op een plaats die recht geeft op Europees voetbal. De titelstrijd laten we graag over aan de andere ploegen”, zei hij na de zege op Milan. Zamparini (65) daarentegen wil de Scudetto naar Sicilië brengen. „Het zou mooi zijn, over twee jaar als we een nieuw stadion hebben.”