De F van Frustratie

Het stierf van de oud-Feyenoorders op de tribune. Mike Obiku, Bennie Wijnstekers, Peter Houtman, Stanley Brard. En warempel, liep daar niet de levende legende Henk Schouten met het stramme lijf op weg naar zijn plekje in de Kuip?

Aan de rand van de tweede ring hing een klein spandoek, gemaakt van een wit kinderlaken: Henk Fräser forever. Fräser en John de Wolf, zag er als aanvaller maar eens ongeschonden langs te komen.

De Wolf en Fräser, het is alweer even geleden.

Als Angelos Charisteas drie keer uitgegleden is en Ali Boussaboun alleen voor de keeper komt en mist, dacht het publiek aan Dirk Kuijt en Salomon Kalou. Je gaf de bal een ram naar voren, dan deden die twee jongens er wel iets aardigs mee. Kuijt en Kalou, geweldige voetballers, maar ja, oud-Feyenoorders.

Aan een onzichtbaar roer staat Wim Jansen, mister oud-Feyenoord. Kent alle coupletten van Ketelbinkie uit zijn hoofd maar stopt zijn oren dicht bij de opwarmingshouse voor Het Legioen. En is ook doof voor tips voor goede aankopen, vrees ik.

Het stond al vlot 0-2 voor Ajax.

Tegenover me hing een spandoek voor verzorger Gerard Meijer, al 47 jaar werkzaam in de Kuip. Zeer oud-Feyenoord. Schitterende trouw aan de club, hij is geboren in een waterzak en gedoopt in massageolie. Toch gek, dat je naar een voetbalclub gaat met een spandoek voor de verzorger. Dan is er iets mis.

De F op de shirtjes is de F van Frustratie. Naast het Ajax-vak stonden acht suppoosten met een groen vangnet klaar om Feyenoord-hooligans te vangen. Het lukte ze nog ook. Als spartelende kreeften raakten de bloeddoorlopen jongens verstrikt in het net. Hooligans, toch ook alweer een beetje ouderwets.

Op het veld holden Feyenoorders weg voor de tegenstander. Daar kon ik me iets bij voorstellen; Ajax was twee keer sneller, slimmer, technischer. Wat erger was, de Feyenoorders waren ook als de dood voor de bal. Je hoorde ze boven de 45.000 toeschouwers uitkermen: ‘Alsjeblieft, speel dat enge ronde ding niet naar mij. Weg, weg, weg!’

Pierre van Hooijdonk maakte met een onbesuisde actie een einde aan zijn wedstrijd. Rode kaart. Vlak voor de ingang naar de catacomben zag ik zijn gezicht. Kon niet anders, hij werd uitverkoren tot oud-Feyenoorder van de wedstrijd.

Bennie Wijnstekers begreep de actie van Van Hooijdonk. ‘Als ik vroeger verloor, schopte ik de eerste de beste Ajacied ondersteboven. Dan maar rood. Ik had niks tegen Ajax, niks tegen Ajacieden. Ik was gewoon boos, op mezelf.’

Links van me zat een man alleen. Zag ik dat goed? Hij lurkte aan een pijp. Heel af en toe zag ik en wolkje rook opstijgen. Een man met een pijp tussen woedende jongens met tattoo’s en verkrampte middelvingers. Het was een zeer onbekende en een zeer oude Feyenoorder. Hij zat er verdwaasd bij.

Direct na de wedstrijd trof ik oud-Feyenoorder Peter Bosz, in dienst als technisch directeur. ‘Zelfkastijding’, zei hij tegen me.

Ze zeggen dat Feyenoorders – en al die kansarme Rotterdammers eigenlijk – zo meesterlijk kunnen zwelgen in hun ellende, in die klotestad vol armoede en steekpartijen. Misschien is het zo. Nu word ik boos, maar niet op mezelf, Bennie. Op de club, de spelers, de voorzitter. Waar blijft verdomme het nieuwe Feyenoord? Nederland heeft er recht op.

    • Wilfried de Jong