Sipke Ernst, grootmeester

Hans Ree over Sipke Ernst, de derde Friese schaakgrootmeester

In de voorlaatste ronde van het Corustoernooi van 2004 won Magnus Carlsen, die toen 13 jaar was, in de C-groep een leuke offerpartij van Sipke Ernst. Het betekende dat Carlsen de groep zou winnen en het jaar daarop zou promoveren naar de B-groep.

Op die dag gaven Genna Sosonko en ik commentaar voor het publiek. Dat publiek smeekte, of liever gezegd eiste, dat we de kleine Magnus naar de commentaarzaal zouden halen om hem zelf zijn partij tegen Ernst uit te laten leggen. Hij had in zijn korte leven nog nooit een volle zaal toegesproken en hij deed het een beetje onbeholpen, maar dat maakte het juist zo mooi.

Er werden veel foto's genomen van Magnus op het podium, waar hij tussen Genna en mij in stond. Toen het was afgelopen, zei Genna, die in het verleden twee keer de hoofdgroep van het toernooi had gewonnen: „Later zullen ze ons alleen nog kennen omdat we nu met Magnus op de foto kwamen.” Ach, ja, en wat zou er dan bij zo'n foto staan, als die veel later weer eens afgedrukt zou worden? Waarschijnlijk iets als ‘een nog zeer jonge Magnus Carlsen, hier met twee medewerkers van het Corustoernooi.’

Sipke Ernst liep toen misschien hetzelfde gevaar, dat hij later alleen nog herinnerd zou worden als de man die een gedenkwaardige partij van Carlsen had verloren. Zoals Kieseritzky alleen nog bekend is als de verliezer van de ‘onsterfelijke partij’ tegen Anderssen, ook al was hij in zijn goede tijd een van de sterkste spelers ter wereld. Gelukkig speelde Carlsen later partijen die nog onsterfelijker werden dan zijn partij tegen Ernst en bovendien heeft Ernst zelf ook veel mooie en avontuurlijke aanvalspartijen gespeeld.

Eind vorige week behaalde Ernst op het Europese clubkampioenschap in de Oostenrijkse plaats Fügen zijn derde grootmeester-resultaat. Het betekent dat hij op het volgende FIDE-congres tot grootmeester benoemd zal worden, als 22ste Nederlander en als derde Fries.

Er waren in Fügen twee Nederlandse clubs, maar de prominente Nederlandse schakers, zoals Van Wely, Nijboer, Werle en ook Ernst, speelden allen voor buitenlandse clubs, Ernst voor de Duitse club Aljechin Solingen.

Sipke Ernst (1979) studeert Nederlands in Groningen en in een interviewtje zei hij in 2004 dat hij zeker geen beroepsschaker wilde worden. Met zijn rating, in de buurt van 2500, zou dat volgens hem altijd rommelen in de marge zijn en een leven vol financiële problemen opleveren. Voor een behoorlijk bestaan als prof moest je 2650 hebben en dat zag hij zichzelf nooit halen.

Hij zal dus wel neerlandicus worden in plaats van schaker. Jammer, maar niets aan te doen. Hij legt de lat overigens wel hoog met 2650. Dat is het niveau van bijvoorbeeld de Belg Mikhail Gurevich, ex-kampioen van de Sovjet-Unie en lang bij de top tien, die nu 2648 heeft. Als dat echt de grens zou zijn voor een verantwoord bestaan, kunnen in Nederland alleen Tiviakov en Van Wely beroepsschaker blijven.

Sipke Ernst – Smbat Lpoetian, ECU Club Cup, Fügen 2006

1. d4 e6 2. c4 d5 3. Pc3 Le7 4. Pf3 Pf6 5. Lg5 h6 6. Lh4 0-0 7. e3 b6 8. Le2 Lb7 9. Lxf6 Lxf6 10. cxd5 exd5 11. b4 c6 12. 0-0 a5 Hoewel deze zet vaak gespeeld is, zelfs door grote schakers als Karpov en Spassky, lijkt hij me niet goed. 13. b5 c5 14. Pe5 Een onprettige stelling voor zwart. De relatief beste oplossing is misschien 14...Lxe5 15. dxe5 d4 16. exd4 cxd4 17. Pa4 Dg5, maar ook in die variant zijn de ervaringen niet gunstig voor zwart. 14...Dc7 15. Pg4 Pd7 16. Lf3 cxd4 17. Pxf6+ Pxf6 18. Dxd4 Dc5 19. Pa4 Dxb5 19...Dxd4 20. exd4 zou tot een eindspel leiden dat waarschijnlijk niet te houden is voor zwart. 20. Tab1 De8 21. Pxb6 Td8 22. Tfc1 Maar ook dit is een troosteloze stelling voor zwart. Een pion moet hij zeker verliezen, maar het wordt nog erger. 22...Pe4 23. Tc7 Lc8 24. Ld1 Lf5 25. La4 De6

26. Ld7 Een leuke zet waarna zwart een kwaliteit of de dame moet geven. 26...Dd6 27. Tc6 Txd7 28. Txd6 Txd6 29. f3 Pf6 30. e4 Lg6 31. e5 Tc6 32. Tf1 Nu het werk gedaan is gaat wit een beetje nonchalant spelen. Na 32. Tb2 was het snel afgelopen geweest. 32...Tb8 33. exf6 Tbxb6 34. h3 Bang voor het spookbeeld van twee zwarte torens op zijn tweede rij doet wit weer een erg voorzichtige zet. Er was geen bezwaar tegen 34. Dxd5 Txf6 35. Dxa5 34...Txf6 35. Dxd5 a4 36. Tf2 Kh7 37. Td2 Tfe6 38. Da5 Ta6 39. Dc3 Ta8 40. a3 h5 41. Kh2 Tee8 42. f4 Tec8 43. Df3 f6 44. f5 Le8 45. Db7 Tcb8 46. De7 Tb1 Wit heeft de winst niet echt in gevaar gebracht, maar met 46...Ta5 had zwart nog wat kunnen vechten. 47. Tc2 Lb5 48. Tc7 Zwart gaf op.