Waar is dat kind gebleven?

Waar houdt de roman op en begint de non-fictie? Die vraag is onontkoombaar bij het lezen van het boek van Dorinde van Oort over haar stief-oma.

Dorinde van Oort Foto Chris van Houts Houts, Chris van

Dorinde van Oort: Vrouw in de schaduw. Een familiegeschiedenis. Cossee, 270 blz. €19,90

‘Het geheime leven van P.J. Oud’ zou de familiegeschiedenis kunnen heten die Dorinde van Oort heeft geschreven. Oud, de liberale leider die burgemeester was van Rotterdam en later een van de oprichters van de VVD, figureert namelijk prominent in dit verhaal waarin buitenechtelijke relaties, een weggestopt onwettig kind, maar ook incest en poging tot moord tot de ingrediënten behoren.

Families die generaties lang een diep geheim meedragen, dat maar niet weg wil gaan en dat ooit verteld moet worden door de weinigen die ‘weten’ – het is een prachtig romanthema. Het boek van Dorinde van Oort zou dus ook kunnen heten: Van P.J. Oud, de dingen die voorbijgaan ... áls het een roman was geweest. Maar die is al door Louis Couperus geschreven.

In Vrouw in de schaduw lopen fantasie, veronderstelde werkelijkheid en werkelijkheid niet alleen door elkaar heen, zij zitten elkaar ook in de weg. Tegen het einde van het boek zegt de vader van de vertellende ik-figuur, Lepel Mansborg, dat hij geen contact meer met haar wil. ‘Ik verdom het om als schietschijf te dienen voor mijn fabulerende dochter...’ voegt hij haar toe. Die fabulerende dochter beschuldigt hem van medeplichtigheid aan een moordaanslag waarvan ze de bewijzen gevonden zegt te hebben in familiepaperassen. Hij zou samen met zijn stiefmoeder Annetje Beets de indertijd bekende zanger Christiaan Mansborg, zijn vader, om zeep hebben willen helpen.

Nu zou deze beschuldiging weinigen interesseren als de man die zich schietschijf voelt van een dochter met een op hol geslagen fantasie in werkelijkheid niet Jan van Oort zou heten, de kunstenaar die onder het pseudoniem Jean Dulieu naam maakte als schepper van Paulus de Boskabouter. Het is dus: overspelige Oud meets moordzuchtige Boskabouter. Maar om daar een geloofwaardige reconstructie van te maken is meer nodig dan de verzekering van de schrijfster dat alle feiten in het boek kloppen. Nergens wordt immers duidelijk waar de non-fictie begint of de roman ophoudt. Is het een literaire documentaire of schept de schrijfster een eigen werkelijkheid? Voor dat laatste zijn de romanpersonages niet levensecht genoeg, tegen het eerste spreekt dat diezelfde personages werkelijk hebben bestaan of nog leven.

Centraal in het warrige verhaal staat het lange leven van de stief-oma van de schrijfster, Annetje Beets, die ook in werkelijkheid zo heette. Alleen de naam van de familie Van Oort is veranderd. De vertelster heet Emma Mansborg, dochter van Lepel Mansborg, kleindochter van de bekende zanger Christiaan Mansborg, die sprekend lijkt op de eertijds bekende zanger Hendrik van Oort. De derde echtgenote van deze Christiaan is Emma’s stiefoma Annetje Beets, een oud-verpleegster die bijna honderd is geworden.

Dorinde van Oort ontdekte dat haar stief-oma voordat ze met haar grootvader trouwde jarenlang samenwoonde met de vader van de liberale politicus Oud en wilde uitzoeken hoe dat zat. Welnu, P.J. Oud had als getrouwde man, tijdens de Eerste Wereldoorlog, een liefdesrelatie met Annetje. Die werd zwanger. Om een schandaal te voorkomen zou de vader van P.J. Oud, H.C. Oud, Annetje hebben gecompenseerd, eerst met geld, later door haar in huis te nemen als verpleegster, weer later als levensgezellin. De oude Oud misbruikt en vernedert haar.

Dit had einde verhaal kunnen zijn, maar daarmee heb je uiteraard geen boek. Dorinde alias Emma begint dan ook, gedreven door een onstilbaar verlangen naar het ontraadselen van de oorzaken van de ontwrichting en doem die haar familie teisteren, een speurtocht in privé-, gemeente- en ziekenhuisarchieven. In het paspoort van de overleden Annetje Beets vindt zij een half ingevuld formuliertje waaruit zou kunnen blijken dat de stief-oma als ongetrouwde verpleegster in 1916 een kind heeft gebaard. Ook vindt ze een foto van P.J. Oud. De conclusie ligt voor de hand: er moet een onwettig kind van Annetje en P.J. Oud geweest zijn.

Waar is dat kind gebleven? Bij een zuster van Annetje. Dat hij de zoon van P.J. Oud is weet hij niet, maar Emma leidt het af uit zijn voornaam: Piet. Annetje zelf wordt uiteindelijk door Oud tegen betaling uitgehuwelijkt aan een buurman, de zanger Christiaan Mansborg, die eerder – het verhaal is nogal ingewikkeld – getrouwd was met een dochter van politiek tekenaar Johan Braakensiek. Waarbij moet worden vermeld, dat de vader van schrijfster Dorinde van Oort een kleinzoon is van Braakensiek.

In dit boek lopen niet alleen fictie en feiten door elkaar, maar ook daadwerkelijk ondernomen onderzoek en een fictieve speurtocht. Ook dat is een bekend literair procédé waarbij alles afhangt van de geloofwaardigheid. Of de speurtocht werkelijk heeft plaatsgehad (denk aan In Cold Blood van Truman Capote) of zich louter in de wereld van de roman afspeelt (denk aan Obsession van A.S. Byatt en Alles over Tristan van Tommy Wieringa) hoeft voor de spanning in het relaas niet uit te maken. Als het maar intern consistent is en blijft. Daar nu heeft de auteur van Vrouw in de schaduw een probleem. Om het verhaal van de nodige spanning te voorzien, laat zij haar fantasie de vrije loop. Dus redt haar alter ego Emma half verbrande brieven uit open haarden en prullenbakken, laat ze ons getuige zijn van twee mislukte abortussen en van de geheime geboorte van Annetjes zoon.

Er is uiteraard niets op tegen om waargebeurde verhalen te fictionaliseren. Bijvoorbeeld in een roman waar voor uiteenlopende personages figuren als P.J. Oud en Jean Dulieu alias Jan van Oort model hebben gestaan. Omgekeerd kunnen schrijvers van non-fictie, zoals in Nederland met succes bedreven door Geert Mak, Annejet van der Zijl en Frank Westerman, naar hartelust gebruik maken van hun inlevingsvermogen en vertelkunst om hun verhalen literaire zeggingskracht te geven, zonder de feiten geweld aan te doen.

Wat Dorinde van Oort echter doet is zelf feiten scheppen, zoals in een roman, en deze vervolgens presenteren als een historische reconstructie. Maar aan haar waarheidspretentie doet zij afbreuk door te fabuleren en voor een romanschrijfster dringt zij onvoldoende door in de belevingswereld van haar personages. Zij combineert met haar hybride aanpak dus niet het beste van twee werelden, maar verliest de interne waarheid die elk boek – documentaire of roman – moet belichamen.

Als reconstructie van een familiedrama schiet het boek tekort om de eenvoudige reden dat het bestaan van de ‘geheime’ zoon van Annetje en P.J. Oud niet aannemelijk wordt gemaakt, laat staan dat de schrijfster feiten aandraagt die het moordplan dat Annetje en haar stiefzoon Lepel Mansborg beramen, ook maar enigszins overtuigend zouden kunnen maken. Waarom zou Lepel Annetje helpen zijn bloedeigen vader koud te maken? Een erfeniskwestie biedt uitkomst. Bovendien zal er wel een seksuele relatie tussen die twee bestaan hebben.

Of het nu fictie of non-fictie moet heten, het verhaal is in beide gevallen niet geloofwaardig.. De plot is daar te zwak voor. Als de fantasie tekort schiet, moet het familie-archief uitkomst brengen en omgekeerd. Een in het boek opgenomen katern met oude familiefoto’s, andere documenten zoals een verpleegstersdiploma van Annetje, het suggereert allemaal een historisch te verantwoorden verhaal. Het Algemeen Dagblad wist dan ook op gezag van Dorinde van Oort te melden: ‘P.J. Oud, ex burgemeester van Rotterdam en één van de VVD-prominenten van het eerste uur, had een onwettig kind.’ Zo bezien is haar boek dus geslaagd als een listig spel met fictie en (constructies van) feiten. Het familiegeheim is eindelijk onthuld en erkend, zij het dat de moordaanslag van de ex van P.J. Oud en de schepper van Paulus de Boskabouter de pers nog niet heeft gehaald.

Wat we hier in werkelijkheid hebben, is niet de reconstructie van een familiegeschiedenis. Vrouw in de schaduw is een als literaire documentaire verpakte roman over een door familiedrama’s geobsedeerde vrouw die haar fantasie niet in toom kan houden en verstrikt raakt in steeds krankzinniger bewijsvoeringen en associaties. Om te kunnen overtuigen, had Dorinde van Oort het verslag van die obsessie moeten schrijven.

    • Elsbeth Etty