Stress

Jonge heren!

Onaangenaam getroffen werd ik deze week door het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau over de tijdsbesteding van de Nederlander. Dat het middagdutje er tegenwoordig bij inschiet, en dat er veel tijd wordt gespendeerd aan (porno op) internet – daar kon ik nog mee leven. Misschien heeft het een met het ander te maken.

Wat mij echter diep teleurstelde, was de constatering in het rapport dat mannen weliswaar iets minder zijn gaan werken, maar dat dit niet ten goede is gekomen aan hun portie huishoudelijk werk.

„Zo lijken vrouwen de dupe te zijn van een steeds veeleisender maatschappij”, las ik in een samenvatting. „Zij hebben het per week twee uur drukker gekregen, terwijl mannen evenveel tijd kwijt zijn aan verplichtingen als in 2000. In de dertig jaar dat het SCP onderzoek doet naar tijdsbesteding zijn vrouwen nog nooit zo druk geweest. Mannen mogen het door hun langere werkweek per saldo nog altijd drukker hebben, vrouwen rapporteren meer stress.”

Hoe hebben we het nu, jonge heren?

Lange tijd heb ik gedacht dat ik tot een uitstervende generatie behoorde van mannen die hun vrouwen nog dagelijks met de zweep naar het aanrecht en de wastobbe joegen, korte commando’s blaffend als „Waar blijft de jus?” en „Kom op met dat schone overhemd”. Een beschamende fase in onze geschiedenis, getuigend van een soort VOC-mentaliteit, waar alleen onze minister-president nog trots („toch”?) op is.

Wij hadden ons lesje geleerd, dacht ik. Wij hadden inmiddels zelf dochters gekregen, en wij wilden dat zij een onbezorgdere en onafhankelijkere toekomst kregen dan hun moeders. Niet dat wij het feminisme gretig omarmden, en zeker niet als het in de felrode tuinbroek van Anja Meulenbelt was gestoken, maar wij moesten toegeven dat zij een punt hadden „waar wij niet langer omheen konden”.

Wij beterden dus ons leven, zo goed en zo kwaad als dat nog ging. Wij leerden een eitje bakken, een sokje stoppen en een stofje zuigen en wij deden nu in ieder geval samen „gezellig de afwas”. Op vakanties kwamen wij eindelijk ook eens als éérste uit ons nest met de knusse toevoeging: „Je doet thuis al zoveel.” Een beetje bedrieglijke woorden, want ze lieten de status-quo in het gewone leven grotendeels intact, maar zonder enige huichelarij vaart niemand wel.

Maar, beste jonge heren, wat lees ik nu?

Als ik het rapport van het SCP goed begrijp, is er geen ruk veranderd – ik zeg het maar even in uw eigen idioom. Sterker nog, de situatie lijkt voor de met een man samenwonende vrouw eerder verslechterd. Ze heeft het nog nooit zó druk gehad en ze lijdt onder stress. En ik geloof het, want ik kijk om me heen en ik zie veel jonge vrouwen die zich de hele dag uit de naad haasten en coördineren om baas, man & kind tevreden te stellen.

Als ze pech hebben, worden ze ook nog eens in de steek gelaten omdat hun man toe is aan een ‘jonger ding’ , dat ‘meer aandacht’ voor hem heeft.

Het hoge woord moet er maar eens uit, heren, jong en oud: wij willen niet deugen.

    • Frits Abrahams