Beter weten hoe ’t over een week is

Europa’s eerste operationele weersatelliet met een polaire baan (MetOp-A) is gisteravond gelanceerd vanaf de basis Bajkonoer in Kazachstan. Met elf instrumenten aan boord gaat de kunstmaan de weer- en klimaatmodellen verbeteren. De weersverwachtingen voor de iets langere termijn (een week) worden beter, denkt het KNMI.

Sinds juli werd geprobeerd de 4.000 kilo zware weersatelliet te lanceren, maar steeds gooiden communicatiestoringen, menselijke onhandigheid of harde wind roet in het eten. Gisteren om 18.28 uur Nederlandse tijd slaagde de zevende lanceerpoging.

MetOp-A is ontwikkeld door ESA en de Europese weersatellietbeheerder EUMETSAT. Maar het KNMI gaat met het instrument Ascat de Nederlandse weersverwachting verbeteren. Ascat meet nauwkeurig de rimpeling op het aardse wateroppervlak, om de windkracht en -richting te bepalen. Is de zee vlak, dan is het windstil. Bij zwaarder weer zijn er wel rimpelingen. Anton Verhoef, onderzoeker bij het KNMI, licht het belang van juist die windgegevens op zijn kantoor in De Bilt toe: „Wind bepaalt waar het weer heen gaat. Bijna al ons weer komt vanaf de Atlantische Oceaan.”

Han van Dop, hoofddocent aan het IMAU, het instituut voor marine en atmosferisch onderzoek, legt aan de telefoon uit dat die gegevens nu nog nauwelijks bestaan. „Op land heb je overal weerstations, maar op zee niet. Satellieten bieden dan uitkomst.” Het KNMI bevestigt: „Zonder satellieten ben je boven water blind.”Met deze extra gegevens kan de huidige weersituatie beter worden beschreven, zegt Van Dop, waardoor de rekenmodellen de toekomstige situatie, de weersverwachting, beter kunnen uitrekenen.

Dus die 2,4 miljard euro Europees belastinggeld is goed besteed? Volgens de deskundigen wel. Verhoef: „Het is niet zo interessant of het morgen 25, 26 of 27 graden wordt. Wel om te kunnen zeggen: volgende week is dat nog steeds zo.” Van Dop is het met hem eens. „Vooruitkijken heeft economische waarde.”

    • Wouter Hylkema