Van presidentieel passant tot staatsman

Al enkele weken is de politieke klasse in Indonesië in rep en roer over een boek van oud-president Habibie. Hij zou in mei 1998, de nadagen van het bewind van Suharto, een staatsgreep verijdeld hebben.

Oud-president Habibie Foto AFP Indonesian Prime Minister Bacharuddin Habibie arrives with a smile and a wave for photographers at the Queen Elizabeth II Centre in London 03 April for the start of the ASEM 11 Summit of leaders of the EU and Asiatic nations to discuss future trading between the two continents and the troubled Asian economy.
Oud-president Habibie Foto AFP Indonesian Prime Minister Bacharuddin Habibie arrives with a smile and a wave for photographers at the Queen Elizabeth II Centre in London 03 April for the start of the ASEM 11 Summit of leaders of the EU and Asiatic nations to discuss future trading between the two continents and the troubled Asian economy. AFP

De herinnering aan Rudy Habibie is die van een excentrieke vliegtuigbouwkundige, twintig jaar lang als minister van Technologie zij-aan-zij met de autoritaire Suharto. Bekend van zijn dure obsessie met een eigen, Indonesische luchtvaartindustrie en ook de man die voor Indonesië de halve DDR-marine opkocht. En wiens presidentschap beschouwd werd als een laatste stuiptrekking van de Orde van Suharto, maar die toen onverwachts in zeventien maanden tijd het hele land overhoop haalde door politieke gevangenen vrij te laten, de persvrijheid te herstellen, politieke partijen toe te laten en de eerste vrije verkiezingen sinds 1955 voor te bereiden.

Al enkele weken is de politieke klasse in Indonesië in rep en roer over een boek van Habibie’s hand. Daarin beschrijft hij hoe hij een staatsgreep heeft verijdeld, die een generaal – tevens schoonzoon van Suharto – in mei 1998 zou hebben voorbereid.

In de maalstroom van alle gebeurtenissen werd Habibie na 500 dagen presidentschap door het parlement weggestuurd, verdween uit beeld. Hij woont nu een deel van het jaar in Jakarta, een ander deel in Duitsland, het land waar hij het ingenieursdiploma haalde en op jonge leeftijd directeur werd bij vliegtuigbouwer MBB.

Zeventig jaar is hij nu, maar nog dezelfde druk gebarende waterval van woorden en even hevig gesticulerend als in de tijd (1978-1998) dat hij buitenlandse staatshoofden in de grote vliegtuigfabriek van Bandung rondleidde. Hij spreekt Duits met een licht Nederlands accent en Nederlands met een Duits accent – het gevolg van een jeugd op Sulawesi met Nederlands als voertaal, een Nederlandse HBS en een Duitse Technische Hochschule. Vanwaar al die opwinding?

In zijn ruime kantoor in Jakarta vertelt Habibie: „Voor die opwinding over mijn boek heb ik ook maar één verklaring: als je mensen jarenlang in het donker opsluit en het licht gaat ineens aan, dan gebeuren er gekke dingen.” Waarmee hij maar wil zeggen dat de militaire kaste in zijn land met openbaarheid nog altijd niet goed raad weet. „Het is een leerproces, heel nuttig eigenlijk voor iedereen.”

In zijn boek Detik-Detik yang Menentukan – dat later in het Engels als Decisive Moments moet verschijnen – beschrijft Habibie minutieus de zeventien maanden van zijn presidentschap. Begin mei 1998 had president Suharto geconstateerd dat het tijd was om op te stappen, het leger betogers zwol elke dag verder aan, er was geen houden meer aan. Zijn a-politieke vice-president Rudy Habibie werd geacht ook te vertrekken en, zo gaat de speculatie, ruimte te maken voor een tijdelijk presidentschap van een generaal.

Maar in de nacht van 21 mei 1998 deed Habibie het anders: hij bleef, ontsloeg de commandant van de elitetroepen, generaal Subianto, en werd meteen daarna als president beëdigd. Daar was Suharto nog bij, maar daarna hebben ze elkaar nooit meer gezien en kwam er abrupt een einde aan vijfentwintig jaar intensieve samenwerking.

Elkaar sedertdien ook nooit meer gesproken? Habibie: „Nee, wat mij betreft geen probleem, maar hij wil kennelijk niet meer.”

Suharto doet er het zwijgen toe, maar de destijds ontslagen generaal Subianto, toen tevens schoonzoon van Suharto, roert zich des te meer. Hij verschijnt in elk denkbaar praatprogramma om Habibie’s beweringen tegen te spreken, de democratische gezindheid van zichzelf en de hele legertop te bezweren en rectificatie te eisen. Het is een wonderlijk schouwspel van generaals die nog een beetje loyaal willen blijven aan Suharto en zich tegelijk wensen te etaleren als moderne democraten in uniform.

En die zich mateloos ergeren dat Habibie, „die verdwaalde ingenieur” zoals een hunner hem noemt, zich tooit met de veren van de democratisering. Terwijl hij toch decennia lang assistent van de autoritaire kleptocraat Suharto was.

Habibie ziet dat anders: „Toen president Suharto mij vroeg om de industrialisatie van ons land te organiseren, heb ik dat met alle toewijding die ik had gedaan. Met de rest had ik niets te maken. Maar ondertussen ging het beter met ons land – met het inkomen per hoofd van de bevolking, met het opleidingsniveau. Op een gegeven moment kom je niet verder wanneer je mensen niet hun vrijheid geeft. Dat zag Suharto niet, ik heb het er vaak genoeg met hem over gehad. Maar toen ik president werd, wist ik al lang dat vrijheid zo snel mogelijk aan de mensen moest worden gegeven.”

Er zijn mensen die beweren dat Habibie weinig anders deed dan met de stroom van die dagen meedrijven. Habibie: „Nee, nee. Ik had heldere voorstellingen van wat er moest gebeuren. Vergeet niet dat ik heel vertrouwd was met Europa, ik had er jaren gewoond, mijn kinderen hebben in Duitsland op school gezeten. Ik wist dat op een zeker moment democratisering dringend gewenst was. Natuurlijk volgde nog veel chaos en ellende, maar noem me eens één land waar de overgang van autoritaire staat naar democratie geruisloos of probleemloos gaat. En inmiddels beginnen we geleidelijk aan uit het dal te klimmen, daar heb ik alle vertrouwen in.”

In het zuiden van Jakarta beheert de oud-president inmiddels een bloeiend instituut, het Habibie-centrum. Het is een denktank die zich bezighoudt met vraagstukken van democratie. De 518 dagen van zijn presidentschap krijgen zo een dimensie waarbij de presidentiële passant ook staatsman wordt. Habibie kan er wel om lachen: „Kijk, toen ik als president vertrok was er grote euforie, want ik werd toch altijd nog geassocieerd met het oude regime.”

Inmiddels kantelt het beeld: het boek wil aangeven dat de democratie niet zozeer te danken is aan generaals die passief bleven, maar aan deze techneut-zonder-achterban die op het juiste moment de juiste hendels overhaalde.

In een land waar de legertop nog altijd een staat binnen de staat is, waar ex-president en generaal Suharto met fluwelen handschoenen wordt aangepakt en waar mensen weleens klagen over de chaos van de democratie, is het enorme gekrakeel wat Habibie teweeg brengt meer dan zomaar een historisch dispuut.

De meest beschuldigde generaal Subianto trommelde inmiddels een heel perscorps op om zijn onschuld te betuigen: „Ik had met of zonder Habibie een staatsgreep kunnen plegen als ik had gewild. Ik had 34 bataljons tot mijn beschikking. Maar ik wilde niet.” Hij heeft beloofd dat zijn memoires er over drie maanden zullen zijn.