Over God, voetbal en Balkenende

Het opwarmertje was goed gekozen. Al ver voor de wedstrijd Galatasaray-PSV vloog de schim van Johan Cruijff de huiskamer binnen. In de vorm van sportaforismen. De mooiste kwam uit de mond van Frits Löhnen, mental coach van Henny Huisman.

„Als je verliest, heb je niet verloren, maar is iets niet gegaan zoals je wilde.”

We hadden ingeschakeld voor het ‘spirituele interviewprogramma’ God Voor dat op deze Champions League-avond het geheim van de leider probeerde de doorgronden. Liefst vijf coaches moesten in krap twintig minuten tijd over hun helden, hun zonden, twijfel en pijn vertellen. De authenticiteit van schaatscoach Ingrid Paul overtuigde het meest, het zelfvoldane machismo van voetbalcoach Willem Leushuis ’t minst. Maar, moet ik er direct bij zeggen, wij werden belemmerd door ADHD-televisie op z’n RKK’s. Quotes waren verknipt tot soundbites, vragen ontbraken en de camera bleef godvrezend ver op afstand.

Toch zat twee uur later de stemming erin toen Tom Egbers vanuit de studio in Hilversum overschakelde naar Toine van Peperstraten. Hij stond in alleen een colbertje te blauwbekken in winderig Istanbul. Naast hem Guus Hiddink in een warme, camel trenchcoat. De PSV-trainer van vorig jaar was de analyticus vanavond.

En toen zagen we het: in het non-verbaal communiceren toont zich de leider. Hoe Guus PSV-coach Ronald Koeman begroette („Hé Ronnie) en hem dat ene bemoedigende schouderklopje gaf. Ook toen het op praten aankwam, toonde Hiddink zich de meester en Koeman de leerling. Vergelijk dit PSV eens met het jouwe, vroeg Van Peperstraten. De jongens zijn zeker niet zwakker, antwoordde Hiddink met een open oog voor eigen tekortkomingen. „Ze hebben meer ervaring en er zijn twee goede aankopen gedaan.” Zijn mooiste moment incasseerde hij na de wedstrijd, toen Toine vroeg: „Zie jij hier de komende landskampioen lopen?” Lachend duwde Guus de microfoon in de richting van Ronnie en liep weg. „Denk je niet”, sprak de enige echte leider, „dat je de microfoon aan de winnaar moet geven?”

Dat relativeringsvermogen, dat overwicht, dat natuurlijk gezag – hier zagen we hoe genadeloos verhelderend televisie kan zijn.

Of en hoe de verliezende Leeuw van Vlaanderen, coach Gerets van Galatasaray, zich daarna staande hield, hebben we niet kunnen zien. Snel door naar Pauw en Witteman want daar zat JP, de mp. Onhandig glimlachend tegenover Ali B. en , sidekick Adriaan van Dis. Hij mocht vertellen over zijn brievenboek, waar „de mannenbroedertaal” zorgvuldig was uitgegumd in ruil voor snappy verkiezingsproza (Adriaan van Dis dixit).

Het beloofde vervelende televisie te worden. Pauw en Witteman waren erop uit elke brief te bespreken – was dat de deal vooraf?

Maar toen nam Ali B. het over. Op cabareteske wijze bracht de knuffelallochtoon de premier in het nauw door de Nederlandse ‘steun’ voor Israëls oorlog tegen Libanon afgelopen zomer aan de orde te stellen. „Ik noem jou geen schoothondje, maar een wc-meid.” Toen Adriaan van Dis even later de vraag stelde of dochter Amélie zich niet schaamde voor haar ongewone vader, viel Balkenende definitief door de mand.

Zijn reactie („Wat een rare vraag”) in combinatie met afhangende van schouders en mondhoeken verraadde geen natuurlijk gezag maar oprechte wereldvreemdheid. Echte leiders verbergen dat, als ze het überhaupt al hebben.

Ga slapen, Jan Peter! Wij kiezen vanavond voor Guus. Jij hebt verloren. En dat lag niet aan de slechte bijrol van Pauw en Witteman.

Lees de tv-rubriek ‘Ogen’ op www.nrc.nl/ogen

    • Wubby Luyendijk