Oei, ik groei! Amerika nog ‘alive and kicking’

Dinsdag werd de 300 miljoenste inwoner van de VS geboren.

Tijd voor een evaluatie van dit vindingrijke land.

Het US Census Bureau heeft vastgesteld dat de Amerikaanse bevolkingsomvang dinsdagochtend vroeg het aantal van 300 miljoen zielen heeft overschreden. Het lijkt erop dat we een mijlpaal zijn gepasseerd.

De 200 miljoenste Amerikaan werd in 1967 geboren, toen de bevolking van de Verenigde Staten voor 76,6 procent blank was, vergeleken met 56,6 procent nu. Destijds werkte slechts 41 procent van de vrouwen van boven de 16, nu doet 59 procent dat. Vandaag heeft 85,2 procent van de burgers van boven de 25 ten minste een middelbareschooldiploma, tegen 51 procent in 1967.

Veranderlijkheid is altijd karakteristiek geweest voor de Amerikaanse conditie. De snelle sociale veranderingen die uit de statistieken naar voren komen, duiden erop dat de Verenigde Staten op z’n minst op deze essentiële manier zichzelf zijn gebleven: een rusteloze grootmacht, vervuld van de ambitie van de jeugd, terwijl Europa het moet doen met de comfortabele wijsheid van de middelbare leeftijd.

In zekere zin is de bevolkingsgroei ook een barometer voor en een motor van de vitaliteit van een land. De daling van de Europese bevolking is op dezelfde manier een aanwijzing voor de Europese traagheid. Van de acht individuen die dit jaar een Nobelprijs hebben gewonnen of gedeeld, waren er zes Amerikaan. Dat zegt wel iets, en dat geldt ook voor het feit dat van de twee Nobelprijzen die niet naar Amerika ging, één die voor de vrede was. Amerika verkeert vandaag de dag niet in vrede – bepaald niet – en eerdere mijlpalen op dit gebied, de 100 miljoenste Amerikaan in 1915 en de 200 miljoenste in 1967 – toen de Vietnam-oorlog woedde – werden niet minder door oorlog getekend.

Maar een verwoestende terreuraanval vijf jaar geleden en een oorlog in Irak hebben de VS in een bijzondere staat van gespannenheid gebracht, waarin wordt getracht veiligheid en vrijheid met elkaar te verenigen zonder precies te weten hoe. Ongepolijst individualisme is nog steeds ‘the American way’, maar dit is nu ook een land waar angst vaker aan de oppervlakte ligt dan ondernemingsgeest. Kinderen dragen nu zelfs helmen als ze aan het schommelen zijn. Luchthavens worden gekleurd door angst en in de ether klinken voortdurend verwijzingen naar de oorlog.

De Amerikaanse winkelstraten waren nooit zo bekoorlijk als de herinnering wil doen geloven maar bezaten wel een soort elementaire goedheid die een beetje lijkt te zijn verbitterd. De appeltaart smaakt niet meer zoals vroeger, nu managers hun aandelenopties antidateren, de dijken niet sterk genoeg blijken, tandpasta een gevaarlijk goedje is geworden en een Orwelliaans ‘Department of Homeland Security’ (ministerie van Binnenlandse Veiligheid, red.) aan de macht is gekomen.

Maar je moet Amerika niet te gauw afschrijven – het land stond er in 1967 niet beter voor dan nu en was ook niet minder verdeeld – en de rebound is net zo Amerikaans als de effectbal.

Om enig overzicht te verkrijgen, besloot ik de 200 miljoenste Amerikaan op te zoeken, een advocaat in Atlanta genaamd Robert Woo.

Life Magazine identificeerde hem 39 jaar geleden als de baby die het land over die eerdere mijlpaal heen hielp. Zijn moeder was een immigrante, een vluchteling voor de Chinese communistische revolutie. Zijn vader was een Chinese Amerikaan uit de derde generatie. Zijn vrouw is een Chinese Amerikaanse met genoeg Iers bloed om Mooney te kunnen heten. Dus gaven ze hun drie kinderen Ierse namen: Erin, Megan en Caeley. Deze familiekroniek duidt erop dat Amerika als smeltkroes nog volop in werking is. Europa is in vergelijking daarmee statisch.

Woo heeft aan de Universiteit van Harvard en aan de Harvard Law School gestudeerd. „Ik geloof nog steeds dat immigratie goed is voor ons land en dat Amerika een plaats blijft waar je van vrijheid en kansen kunt genieten”, aldus Woo. Hij heeft Atlanta zien transformeren in een mondaine internationale stad, en zijn eigen beroep door e-mail en de Blackberry zien veranderen in een bedrijfstak waarin het als onprofessioneel wordt gezien als je een klant niet binnen een uur antwoord geeft.

Technologie leidt tot stress, voor Woo en voor vele anderen met hem. Technologie leidt ook tot bedrijven als YouTube, dat deze maand door Google – nog zo’n fenomeen – is overgenomen voor 1,6 miljard dollar.

Zal de 300 miljoenste Amerikaan, die zo’n 44 jaar oud is als de 400 miljoenste zich rond het midden van deze eeuw aandient, in een land wonen van vergelijkbare fenomenen die de Amerikaanse vindingrijkheid representeren? Of zal het achteraf gezien lijken alsof dit kind werd geboren op een moment dat het land zijn hand overspeelde, zijn morele autoriteit verloor en over de top van zijn macht heen was, zodat het opkomende land van de voorouders van Woo zijn plaats kon innemen?

Mijn vermoeden is dat deze geboorte vooraf zal blijken te zijn gegaan aan een belangrijke politieke verandering in Washington, die door de verkiezingen van 7 november zullen worden ingeleid en dat deze verandering op haar beurt ertoe zal bijdragen dat het evenwicht wordt hersteld, dat van cruciaal belang is om Amerika tot voorbij het jaar 2050 vitaal te houden.

Een land waarin 200 miljoen in een tijdsbestek van 39 jaar uitgroeit tot 300 miljoen, is onvermijdelijk een land van politieke veranderlijkheid. Alles wat omhoog is gekomen, zal ook ooit weer eens neergaan, en dat geldt evenzeer voor de Republikeinse dominantie. Het geniale van dit land schuilt in zijn vermogen om veranderingen op een stabiele manier op te vangen en te verwerken.

Roger Cohen is columnist voor The New York Times © The New York Times. Vertaald door Menno Grootveld

    • Roger Cohen