Nu Justitie reorganiseert, moet VROM wel volgen

Justitie voert een groot-scheepse reorganisatie door, nadat er op Schiphol-Oost doden vielen door een falende organisatie. Bij een nieuwe bedrijfscultuur horen „nieuwe mensen”.

Het was gisteren spitsroeden lopen voor de ministers Hirsch Ballin (Justitie, CDA) en Winsemius (VROM,VVD), bij de presentatie van de kabinetsreactie op het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. De ministers hadden zich voorbereid op vragen van journalisten of er topambtenaren moesten vertrekken naar aanleiding van de bevindingen van de raad dat er ook op ambtelijk niveau verwijtbare fouten waren gemaakt bij de bouw en het beheer van het detentiecomplex op Schiphol-Oost. Daar vielen vorig jaar na een brand 11 slachtoffers en raakten 15 personen gewond. Die vragen kwamen.

Dat het kabinet na het vertrek van twee ministers ook op ambtelijk niveau consequenties zou trekken, was al eerder in perspublicaties aangekondigd. Justitie had in die discussie het voortouw in genomen en intern scenario’s opgesteld voor een grootscheepse organisatie.

Op dit departement leeft al langer het besef dat uitvoerende diensten onder de maat functioneren. Dat geldt voor de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), maar ook voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Reclassering. Daar zijn inmiddels al ingrijpende reorganisaties ingevoerd, de DJI is nu de hekkensluiter.

VROM was nog niet zover. Minister Winsemius was door zijn ambtenaren intern voorbereid op kritische vragen. Maar Winsemius wilde volgens direct betrokkenen pal voor zijn ambtenaren blijven staan, en vindt het nog niet nodig op hoog niveau ambtenaren te vervangen, bijvoorbeeld bij de Rijksgebouwendienst. De RGD heeft in de ogen van Pieter van Vollenhoven en zijn raad gefaald als eigenaar van het cellencomplex. Maar in de beantwoording van de ‘moeilijke’ vragen ging het al snel anders.

Hirsch Ballin nam tijdens de persconferentie het voortouw met de mededeling dat er een nieuwe organisatie komt die nieuw beleid moet ontwikkelen waarvoor „nieuwe mensen de verantwoordelijkheid moeten dragen”. Winsemius kon daarna niet anders meer doen dan bevestigen dat op zijn departement eenzelfde operatie op gang gebracht zou worden.

De vraag of er ambtenaren uitgerangeerd worden, gaat ook verder dan het achteraf aanwijzen van zondebokken op ambtelijk niveau. Het rapport van de Onderzoeksraad heeft al geleid tot het vertrek van de ministers Donner (Justitie, CDA) en Dekker (VROM, VVD). Maar dat is niet eens de belangrijkste overweging. Kern van de kabinetsreactie op het rapport is het bewerkstelligen van een totaal nieuwe bedrijfscultuur waarbij veiligheidsbeleid ‘tussen de oren’ van alle ambtenaren moet zitten. Dat roept de vraag op of de ‘oude garde’ hiertoe in staat is.

Van Vollenhoven had dat eerder deze maand op een hoorzitting in de Tweede Kamer ook al duidelijk gemaakt. Organisaties die met zijn raad te maken krijgen, reageren in eerste instantie afwijzend en ontkennend op zijn bevindingen. Het kan wel een jaar duren voordat het besef in dergelijke organisaties doordringt dat er echt iets moet veranderen, aldus Van Vollenhoven. Niemand zou nog voor zo lange tijd het risico moeten nemen dat er bijvoorbeeld in de tijdelijke complexen met brandgevaarlijke units iets mis gaat, vindt de voorzitter van de raad.

De Kamer debatteert volgende week over de reactie van de ministers. Nu al staat vast dat een meerderheid geen genoegen neemt met de opvatting dat achterom kijken niet zinvol is en de blik gericht moet zijn op de toekomst. Meer inspecties en rookmelders in alle cellen is volgens de meeste Kamerleden echt te weinig.

Opvallend is het standpunt van CDA’er Van Haersma Buma: „ Het is terecht dat het kabinet zich beperkt tot maatregelen voor de toekomst en niet op zoek gaat naar de schuldigen of nog eens gaat nakaarten over de bevindingen in het rapport. Dat moet het Openbaar Ministerie maar doen.”

De andere partijen willen juist wel met de direct betrokken bewindslieden op de verantwoordelijken ingaan. Ook met minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD), die geruime tijd voor de brand een rapport kreeg dat waarschuwde voor de gevaren van het tijdelijke complex: „Bij een brand zullen doden vallen.” Het lijkt er sterk op dat het rapport onderin een la is beland.