Hezbollah is de splijtzwam in Libanon

In Libanon doemt het spookbeeld van etnisch geweld weer op. Veel Libanezen vrezen dat hun moslimgemeenschap uiteen valt in sunnieten en shi’ieten. Splijtzwam is de positie van Hezbollah.

„Wij shi’ieten zijn de enigen die naar de hemel gaan, naar Allah, en alle anderen, de sunnieten, de druzen en ook de christenen: fi al-Nar! [in het hellevuur].”

Twee mannen, die met hun vrouw en kinderen op weg zijn van Sidon naar Beiroet, zitten samen in de bus te praten. „Het is niet aan jou om daarover te beslissen”, zegt zijn vriend. „In de islam is het iedereen tegenover God.” Hij wil, zegt hij, geen fitna, geen tweedracht (letterlijk: chaos), onder de moslims.

In Libanon doemt opnieuw het spookbeeld op van etnisch geweld. In het publieke debat valt herhaaldelijk het woord ‘fitna’, het uiteenvallen van de Libanese moslimgemeenschap in een sunnitisch en een shi’itisch kamp. Centraal daarbij staat de positie van de shi’itische beweging Hezbollah.

Nadat op 14 augustus een staakt-het-vuren werd bereikt tussen Israël en Libanon, is de internationale druk op de Libanese regering toegenomen om de Hezbollah-milities te ontwapenen. De vraag is wie in Libanon beslist over oorlog en vrede. Is dat Hezbollah of de regering?

Tina is lerares Frans. Ze was dertig jaar lang getrouwd met een shi’iet. „Ik weet hoe ze zijn met hun martelarencultus”, zegt Tina. „Je kunt shi’ieten niet vertrouwen. Hezbollah is niet de partij van God, maar de partij van de dood.” Ze hebben volgens haar één grote obsessie: de islamitische revolutie van ayatollah Khomeini.

„Zij willen sterven voor de islamitische republiek. Ze willen in „alle landen een Kerbala, en alle dagen een Ashura”, zegt Tina, verwijzend naar de schrijn van de shi’itische imam Hussein in de heilige stad Kerbala en de herdenking van diens martelaarschap. „Dat is hun slogan; hun geloof eist martelaarschap en boetedoening.”

De verhouding tot Iran is voor de shi’ieten een belangrijk onderwerp. Ze zijn het daarover onderling oneens. Velen vragen zich af of de Iraanse ayatollah Khamenei wel de ‘marja’, de geestelijke leider voor alle shi’ieten kan zijn. Khamenei is weliswaar de opvolger van Khomeini – die over het algemeen door Libanese shi’ieten wel als geestelijk leider werd aanvaard – maar diens leiderschap wordt betwist. Ook door de Libanese geestelijk leider Mohammed Hussein al-Fadlallah.

Hassan Nasrallah, leider van Hezbollah, staat wel achter Khamenei en met hem ook de meerderheid in het Hezbollah-politburo. De ‘Partij van God’ is na het staakt-het-vuren begonnen met een – door Iran medegefinancierde – inzamelingsactie voor hulp aan de slachtoffers van de oorlog. Via de eigen media en op straat wordt geld ingezameld voor de ‘Jihad al-Binaa’ – de wederopbouw als heilige oorlog.

Hezbollah voert ook op andere vlakken campagne. Zo verklaarde Nasrallah op de Arabische nieuwszender Al-Jazeera dat zijn organisatie zich niet laat provoceren door het anti-Syrische kamp – ondanks ‘allerlei vuile streken’.

En tijdens het grote overwinningsfeest in het hart van Beiroet op 22 september, sprak Nasrallah de menigte toe – vanachter kogelvrij glas en omringd door zijn lijfwacht – met de boodschap dat hij er niet over peinst om onder de huidige omstandigheden zijn wapens neer te leggen. De regering van premier Siniora is veel te zwak, stelde hij, die kan beter opstappen. Als Hezbollah zijn wapens zou neerleggen, zouden de Israëliërs vrij spel krijgen.

Libanese politici ruziën intussen over de macht van Hezbollah en over haar toekomstige rol. Sommigen stellen dat er een dreiging uitgaat van de shi’itische bewegingen in de regio.

Zij zien die organisaties – en daarmee de invloed van Iran – groeien en zij vrezen dat de shi’itische bewegingen de macht willen grijpen in traditioneel door sunnitische moslims gedomineerde Arabische landen (in Libanon: samen met christenen).

Ze proberen de huidige crisis aan te grijpen om Hezbollah tot ontwapening te bewegen. Ook gematigde shi’ieten, zoals de mufti van de zuidelijke havenstad Tyrus, willen dat Hezbollah in overleg met de regering de wapens neerlegt en zich gaat schikken naar de wet en de VN-resoluties 1559 en 1701 over Libanon.

De meest radicale pro-westerse – en anti-Syrische – politici eisen het opdoeken van Hezbollah, een in hun ogen ‘terroristische organisatie’. Een van hen is rechter en parlementslid Walid ‘Idou van het Toekomst-Blok van Saad al-Hariri. Hij herinnerde onlangs aan de ronde tafelgesprekken van drie maanden geleden, toen alles in Libanon nog rustig was.

„Hezbollah heeft ons daar van alles voorgelogen”, aldus ‘Idou. „Ze vertelden dat zij niets zouden ondernemen tegen Israël. Wij willen niet aanvallen, zeiden ze, maar dat was alleen bedoeld om ons zand in de ogen te strooien. Een paar weken later werd duidelijk wat hun beloftes waard waren.”

    • Wilfried Bossier