Chatten vervangt op visite gaan

Nederlanders hebben het de afgelopen vijf jaar weer drukker gekregen. Voor een bezoek aan oma is tegenwoordig weinig tijd meer, maar gelukkig heeft oma e-mail.

In dertig jaar is het aantal uren dat mensen gemiddeld per week kwijt zijn aan verplichtingen – werk, zorg en opleiding – met ruim vijf uur toegenomen. Die tendens heeft zich de afgelopen vijf jaar onverminderd voortgezet. We krijgen het steeds drukker. Omdat het aantal uren dat een week telt niet is toegenomen moet die tijd ergens anders bespaard worden. We slapen er niet minder om, eten wel iets korter, maar bezuinigen vooral op sociale contacten.

In 1975 besteedden Nederlanders gemiddeld 13,5 uur per week aan sociale contacten, binnen het huishouden en daarbuiten. Dat was vorig jaar ruim drie uur minder. De afgelopen vijf jaar is vooral ingeleverd op ‘visite ontvangen’ en ‘op visite gaan’.

Dit blijkt uit het rapport De tijd als spiegel, dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gisteren heeft gepubliceerd. Dit rapport is de eerste publicatie op basis van het tijdsbestedingsonderzoek 2005. Daarvoor hielden 2.200 mensen een week lang per kwartier in een dagboek bij wat ze deden. Het SCP houdt sinds 1975 om de vijf jaar zo’n onderzoek.

Veranderingen in de tijdsbesteding gaan doorgaans zeer geleidelijk. Als ergens in vijf jaar tijd een uur werk per week is bijgekomen of afgegaan, is dat al een flinke verandering. Binnen bepaalde groepen treden soms wel iets grotere veranderingen op, maar wat de afgelopen vijf jaar is gebeurd met het mediagebruik van jongeren is zonder precedent: in 2000 zaten jongeren van twaalf tot twintig jaar in hun vrije tijd gemiddeld bijna drie kwartier per week op internet, in 2005 was dat meer dan zes uur. Internetgebruik op school is hierbij niet eens meegeteld.

Jongeren zijn grootgebruikers van internet, maar alle leeftijdscategorieën volgen hun patroon, zij het in minder extreme mate. Zelfs 65-plussers besteedden in 2005 zeven keer zo veel tijd op internet als in 2000: ruim drie kwartier per week, in plaats van iets meer dan vijf minuten.

De totale tijd die mensen in hun vrije tijd besteden aan de media is echter niet toegenomen. Dat betekent dat het internetgebruik ten koste is gegaan van andere media. De televisie is daarvan verreweg het grootste slachtoffer. Gemiddeld werd in 2005 ruim anderhalf uur minder televisie gekeken dan in 2000. De publieke omroep verliest veel meer aan kijktijd dan de commerciële zenders: ruim een uur per week minder versus twintig minuten per week minder.

Ook in het afscheid nemen van televisie lopen jongeren voorop: beneden de twintig jaar kijken ze nog maar zes uur per week, waarvan drie kwartier naar publieke zenders. Jongeren besteden dus meer tijd aan internet dan aan tv. De zwaarste kijkers zijn de 65-plussers, die per week ruim dertien uur voor de buis zitten, maar ook bij hen loopt de kijktijd terug.

De gedrukte media – kranten, tijdschriften en boeken – hebben relatief weinig te lijden van de opmars van internet. De tijdsbesteding aan gedrukte media liep met ruim vijf minuten per week terug naar drie uur en drie kwartier. Een uitsplitsing binnen de gedrukte media geeft het gisteren verschenen rapport niet, maar uit op internet gepubliceerde gegevens blijkt wel dat Nederlanders wederom minder tijd staken in het lezen van kranten, en dat steeds minder Nederlanders in de dagboekweek überhaupt een krant lazen.

Met name bij de cijfers over mediagebruik dient te worden bedacht dat deze uitsluitend betrekking hebben op de vrije tijd. In het tijdsbestedingsonderzoek wordt ‘werk’ namelijk gezien als een homogene categorie. Wát mensen doen als ze aan het werk zijn, wordt niet geregistreerd. Zeker is dat velen ook in hun werk steeds meer media gebruiken, maar hoeveel dat is en in welke mate dit het mediagebruik in de vrije tijd beïnvloedt, is niet bekend. Voor jongeren geldt dit ook voor school en studie: dat mediagebruik is niet in kaart gebracht. Feitelijk wordt er dus nog veel meer geïnternet dan het SCP meet.

Al dat geïnternet roept nog een definitiekwestie op: het wordt allemaal gerangschikt onder ‘mediagebruik’, dus vergelijkbaar met televisie kijken of een krant lezen. Maar internetten is voor een aanzienlijk deel communicatie, veel meer te vergelijken met telefoneren of bij iemand op bezoek gaan. Uit informatie die het SCP alleen op internet heeft gepubliceerd, is op te maken dat bijna de helft van de internettijd opgaat aan communicatie, voor jongeren zelfs tweederde. Dat zou betekenen dat het mediagebruik in de vrije tijd – dat al 30 jaar tegen de negentien uur per week ligt – voor het eerst structureel aan het afnemen is.

De internettijd die wordt besteed aan communicatie vervangt dan wellicht de tijd die is bezuinigd op bezoeken aan en van familie en vrienden. Zeker nu oma ook online is.