Tamils op komst

Hoe verschillend de gevolgen van een vloedgolf kunnen uitpakken. In Atjeh begon de Indonesische regering na de tsunami van december 2004 vredesgesprekken met de gewelddadige onafhankelijkheidsbeweging GAM. Die resulteerden in een bestand en ontwapening van de rebellen onder toezicht van de Europese Unie. Aanvankelijk luwde ook in Sri Lanka na de overstroming de strijd tussen de regering en de Tamil Tijgers, die eveneens afscheiding van het moederland willen. Maar nadat vorig jaar een onverzoenlijker president, Mahinda Rajapaksa, was gekozen, werd als vanouds weer hevig gevochten. Alleen al dit jaar vielen bij geweld over en weer circa tweeduizend doden. Bij zelfmoordaanslagen maandag en vandaag waren vele tientallen, mogelijk honderden, slachtoffers te betreuren.

Het probleem van Sri Lanka is de tweedeling van de bevolking. De Singalese meerderheid drijft sinds het vertrek van de Britten een minderheid van Tamils steeds verder de hoek in. De Tamils – oorspronkelijk afkomstig uit India – zijn het armst, hebben de zwaarste en slechtst betaalde banen en worden gediscrimineerd. Ze zijn donkerder, en kleiner van stuk, dan de Singalezen. In 1983 begonnen de Tamils een langdurig en bloedig gevecht voor onafhankelijkheid. In 2001 werd hun militaire afdeling, de Tamil Tijgers, door de Verenigde Staten op de lijst van terroristische organisaties geplaatst. De Tijgers zijn goed georganiseerd en opereren ter land en ter zee met piraten- en zelfmoordeenheden. Ook vrouwen en kinderen vechten mee. Mensenrechtenorganisaties melden regelmatig dat minderjarigen worden gedwongen dienst te nemen in de guerrillalegers van de Tamils, waarmee het verschijnsel kindsoldaat zich ook buiten West-Afrika voordoet.

Voor de buitenwereld is het belangrijkste afgeleide vraagstuk van deze vrijheidsstrijd de vluchtelingenstroom die ermee gepaard gaat. Veel Tamils zijn in de loop der jaren de oorlog ontvlucht en hebben zich als asielzoeker in Europese landen gemeld, waaronder Nederland. Eind jaren negentig, toen de situatie na vredesonderhandelingen aanzienlijk rustiger leek, werden met Sri Lanka terugkeerovereenkomsten gesloten voor de repatriëring van vluchtelingen. Er is alle reden te veronderstellen dat een nieuwe golf van geweld een nieuwe vluchtelingenstroom op gang zal brengen. Dat maakt het conflict tot een zaak van internationaal belang. De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) kent uitputtende bemoeienis met de humanitaire gevolgen van de vrijheidsstrijd.

In het verleden speelden onder andere India en Noorwegen een bemiddelende rol in de oorlog, die vele bestanden en evenveel schendingen daarvan kent. Op nieuwe onderhandelingen tussen regering en Tijgers, die binnenkort zouden beginnen, ligt nu de hypotheek van een paar uiterst bloedige aanslagen. De harde aanpak van president Rajapaksa – die onder geen enkele voorwaarde Tamil-onafhankelijkheid wil – valt uit staatsbelang te respecteren. Maar de lijn die de Indonesische regering voor Atjeh koos – autonomie is onbespreekbaar; over alle andere zaken valt te praten – is verstandiger dan die van de Sri-Lankese regering. De koers van nagenoeg totale confrontatie leidt vooral tot bloedvergieten. En binnenkort weer tot vluchtelingen.