Post-modern

‘Thomas Nationwide Transport’, zo luidt voluit de naam van het huidige Nederlandse nationale postconcern. Dat de Hollandse postbode nu een Australische oorsprong heeft, is illustratief voor de dynamiek van de postmarkt de laatste vijftien jaar.

De voormalige PTT is via allerlei omwegen gesplitst en uitgegroeid tot achtereenvolgens KPN (telecommunicatie), het huidige TNT (post) dat zijn naam ontleent aan een eerdere overname van een Australisch bedrijf en, via de postkantoren, zelfs tot een onderdeel van de financiële reus ING.

Vandaag presenteert de Europese Commissie een voorstel voor een richtlijn die deze markt een nieuwe schok zal bezorgen. Over drie jaar, per 2009, moet in de EU het laatste en belangrijkste oude bastion worden geslecht: het monopolie op de bezorging van brieven tot vijftig gram. De markt voor zwaardere brieven en poststukken werd al eerder vrijgegeven. De markt voor post is enorm: de bedrijfstak neemt met een omzet van 90 miljard euro bijna een vol procent van het bruto binnenlands product van de EU voor zijn rekening.

De postmarkt is bovendien sterk in beweging. De komst van e-mail maakt de vooruitzichten troebel, hoewel zeker niet gezegd is dat post op den duur zal verdwijnen (denk aan het ‘papierloze kantoor’ dat begin jaren tachtig met grote stelligheid werd voorspeld). Maar de markt zal wél veranderen, en het is hoog tijd dat andere bedrijven dan de oude monopolisten daar volledig op mogen meespelen. Dat kan de dienstverlening efficiënter en goedkoper maken. Een verlies aan arbeidsplaatsen zal ruimschoots worden gecompenseerd, omdat consumenten en bedrijven meer geld overhouden voor andere zaken.

De richtlijn zal ongetwijfeld op verzet stuiten. Ook bij de houding ten aanzien van de postmarkt loopt er een inmiddels bekende scheidslijn door Europa. Nederland en onder meer het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zijn al eerder begonnen met liberalisering van de post. Ons land geeft, onder voorbehoud, de gehele markt al in 2008 vrij. Zuidelijker, in onder meer Italië, Spanje en Frankrijk, is de weerstand groot. Het Franse La Poste bijvoorbeeld is een moloch met 330.000 werknemers die hun privileges niet zonder slag of stoot zullen prijsgeven.

De Europese Commissie doet er goed aan de strijd aan te gaan. Zij heeft de logica van de vrije markt voor goederen en diensten in de EU aan haar zijde. Bij elke liberalisering dient de vraag te worden gesteld of er een functionerende markt is, of kan zijn. Dat is bij post zeker het geval, al zal er een mechanisme moeten zijn dat garandeert dat afgelegen en dus minder aantrekkelijke adressen op dezelfde dienst kunnen rekenen als de lucratieve adressen in dichtbevolkte gebieden.

Het voorstel van EU-commissaris McCreevy zal daar rekening mee moeten houden, mogelijk in de vorm van financiële compensatie door concurrenten voor het bedrijf dat de moeilijke klanten voor zijn rekening neemt. Dat is van groot belang, ook om de monopolisten van de postmarkt een belangrijk schijnargument tegen de liberalisering te ontnemen.