Een Amerikaanse, heldere stijl

De vroege films van regisseur Paul Verhoeven zijn op dvd uitgebracht. Ze laten de zoektocht van een maker naar zijn eigen signatuur zien.

Rutger Hauer en Jeroen Krabbé in Verhoevens Soldaat van Oranje, 1977

„Blaffen! Blaffen!” „Ik blaf niet.” „Blaffen! Blaffen! Blaffen!” Dan trekt landverrader Niels in SS-uniform zijn blaffer en schiet hij verzetsman Arie dood. Omdat-ie niet wil blaffen op commando. Niels blijft maar schieten en tieren. „Blaffen! Blaffen!”

Ik weet niet hoe het met u is, maar ik zou de hand van Paul Verhoeven en Gerard Soeteman ook in deze scène herkennen als ik hem niet net gezien had op de dvd met De vroege films van Paul Verhoeven 1959-1979. De letterlijkheid ervan, het prozaïsche zo je wilt, en het banale: een SS’er die niet doodt uit hoofde van zijn functie maar uit blinde drift. Had het niet net zo goed andersom kunnen zijn? Typisch Verhoeven/Soeteman. Plus het feit dat het verhaal van hun tv-film Voorbij, voorbij (1979) zich afspeelt in de Tweede Wereldoorlog natuurlijk.

De vroege films van regisseur Paul Verhoeven zijn op twee dvd’s in een box uitgebracht. Het is een interessante, leerzame en onontbeerlijke collectie voor iedereen die in de Nederlandse film geïnteresseerd is. Verhoeven is van alle Nederlandse regisseurs degene met de grootste reputatie – of je dat woord nu positief of negatief opvat. Kort gezegd was die reputatie in zijn eerste Nederlandse periode, tot en met Flesh&Blood in 1985: geliefd bij het publiek, verguisd door de serieuze filmkritiek. Tijdens zijn vrijwillige ballingschap in de VS en vooral door successen als Total Recall en Basic Instinct verdampte die kritiek grotendeels tot hij in heel milde vorm de kop weer opstak bij de ontvangst van Zwartboek, alweer een oorlogsfilm naar een script van Gerard Soeteman. Het waren de oude aanmerkingen: plat, niet subtiel.

Als je er Soldaat van Oranje (1976) en de documentaire over NSB-leider Mussert (Portret van Anton Adriaan Mussert uit 1968) bij optelt, krijg je de indruk dat de Tweede Wereldoorlog als een rode draad door de carrière van Verhoeven loopt. Maar van de documentaire die ook op deze dvd staat kun je veel beweren, maar niet dat hij plat is. Het is zelfs een historisch document van de eerste orde. De interviews die Verhoeven heeft afgenomen van Musserts partijgenoten, vrienden en bekenden zijn boeiend en onthullend, en dan vooral dat met ir. Willem Schermerhorn, voor de oorlog studiegenoot van Mussert, na de oorlog de eerste premier van Nederland en als zodanig direct betrokken bij de executie van de NSB-leider.

Maar het overgrote deel van het vroege werk heeft niks met de oorlog te maken en, op Voorbij, voorbij na, ook niks met Gerard Soeteman. We kunnen in de vroege films heel goed de tocht van een maker op zoek naar een signatuur volgen. In Een hagedis teveel (1960) experimenteert Verhoeven vooral met de montage en met de in deze jaren onvermijdelijk bij kunstzinnige film horende jazzmuziek. Op de commentaarband noemt Verhoeven de grote Russen als invloeden: Pudovkin, Eisenstein. Bij Niets bijzonders (1961) cirkelt de camera rond de personages op zijn Godards. In De lifters (1962) is Verhoeven bijna aangekomen waar hij wilde wezen: een Amerikaanse, heldere stijl, waarbij hij in het commentaar ruiterlijk toegeeft dat de film niet erg geslaagd is.

De commentaarband is misschien wel het mooiste van deze dvd. Verhoeven is als altijd impulsief, energiek en rücksichtlos eerlijk. Hij vertelt hoe hij tientallen jaren na dato contact zocht met Hermine Menalda, de Kim Novak-achtige hoofdrolspeelster uit Een hagedis teveel. Ja, ze wilde hem wel weer eens zien, liet ze de regisseur weten. Maar vooraf wilde ze wel even kwijt dat ze al mijn films tinnef vond, zegt Verhoeven.

De vroege films van Paul Verhoeven 1959-1979. Samengesteld door het Filmmuseum en het Instituut voor Beeld en Geluid. Uitgebracht door VideoFilmExpress.

    • Bas Blokker