Blij met de canon, maar toch...

Te veel los zand, overbodig, en twijfels of de canon ooit in de klas zal worden gebruikt.

De discussie is begonnen.

Het schieten is begonnen. Het schieten op de canon van de vaderlandse geschiedenis, die maandag werd gepresenteerd. Het was ook de bedoeling van commissievoorzitter Frits van Oostrom om discussie uit te lokken met de presentatie van zijn vijftig „historische vensters”.

Veel experts vinden de canon „te veel los zand” zoals directeur Arie Wilschut van het instituut voor geschiedenisdidactiek het verwoordt. Zijn instituut was betrokken bij het opstellen van het nieuwe examenprogramma voor geschiedenis dat vanaf komend jaar in de eindexamenklassen zal worden afgenomen. Dát programma is ingedeeld in tien ‘tijdvakken’. De nieuwe geschiedeniscanon heeft die systematiek niet, vindt Wilschut. „Ik ben heel blij dat er veel aandacht is voor wat er aan historische kennis moet worden doorgegeven, maar het systeem dat erachter zit, rammelt aan alle kanten. Natuurlijk, docenten mogen zelf weten hoe ze de canon invoeren, maar tegelijkertijd zit er wel degelijk een suggestie achter van ‘ga deze elementen nu maar als leidraad hanteren in de les’. En dan heb ik nog wel wat vragen.

Bijvoorbeeld: Is het een canon van Nederland of van de wereld? Als het Nederland is, waarom staat de boekdrukkunst er dan in, dat is geen Nederlandse vinding. En waarom dan niet de stoommachine? En waarom Napoleon wel, en Hitler weer niet? Andere vraag: is het ook een culturele canon? Zo ja, dan vind ik Rembrandt, Van Gogh en De Stijl een wel erg beperkte verzameling. Ik ben bang dat het door het gebrek aan structuur niet beklijft bij kinderen.”

Historicus J.G. Kikkert , onder meer auteur van veel biografieën over de Oranjes en jarenlang leraar geschiedenis, is op zich heel blij met de canon. „Maar ik heb er mijn twijfels over of de canon daadwerkelijk in de klas komt. Als je dit namelijk allemaal wil behandelen, heb je al minimaal 200 lesuren nodig. En dan heb je alleen nog maar de vaderlandse geschiedenis gehad. Er is nu al amper tijd voor geschiedenisles, dus dat red je nooit.”

Thomas von der Dunk, cultuurhistoricus: „Ik vind het positief dat leerlingen meer over de Nederlandse geschiedenis te weten komen. Dit is kennis die iedereen moet bezitten. Maar het gevaar is dat de politiek ermee aan de haal gaat. Ook al heeft de commissie het niet zo bedoeld: zo’n canon kan worden gebruikt om te bewijzen dat Nederland een unieke positie in de wereld heeft.”

Maria Grever, hoogleraar maatschappijgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit: „Positief is dat Van Oostrom schrijft dat het vak geschiedenis moet worden teruggegeven aan de leraar. Maar ik ben niet zo enthousiast over het fenomeen canon. Er zit veel interpretatie in. Dat sluit andere perspectieven uit. Ik zou het verschrikkelijk vinden als deze canon, die grote impact heeft, tien jaar onveranderd blijft.”

Karen van Kolfschoten (43), lerares van groep 8 op basisschool De Vlindervallei in Amersfoort, heeft enkel allochtone kinderen in de klas. Ze weet niet hoe ze de canon in haar lespraktijk moet invoeren. „Ik ben bang dat we een standaardbrochure met een standaardlesmethode krijgen toegestuurd en dat we zelf maar moeten uitzoeken hoe we dat aan onze kinderen duidelijk gaan maken.” De canon op zich lijkt haar nuttig. „Afhankelijk van de interesse van de leerkracht weten kinderen nu óf alles van Karel de Grote, óf van de hunebedden. Maar niet van allebei.”

Cabaretier Samba Schutte (23), geboren in Mauritanië en sinds 2001 woonachtig in Nederland, vindt het een beetje flauw dat elke Nederlander vijf geschiedenisfeiten moet kennen. „Vijftig zelfs? Nog flauwer.” Serieuzer: „Geschiedenis is belangrijk, maar je moet het niet verplichten. En wat doet het er in onze multiculturele samenleving toe wie Karel de Grote was?”

Annelieke Dirks (28), assistent in opleiding bij de studie geschiedenis aan de Universiteit Leiden: „Ik ben blij met de aandacht voor geschiedenis. Zeker mijn specialisatie, koloniale geschiedenis, komt er ‘goed’ vanaf. Ik kan me niet herinneren dat ik op de basisschool les heb gehad over slavenhandel, Max Havelaar, de dekolonisatie en Indonesië, en dat zit er allemaal in. Het zou goed zijn als leerlingen zelf suggesties aandragen, en zeker ook allochtone leerlingen: de canon is zeer op Nederland georiënteerd.”

Julliet (17), eerstejaars pabostudent aan de Christelijke Hogeschool Ede heeft nog niet van de canon gehoord: „Niet op de opleiding. Maar er is ook niet over gesproken op mijn stageschool waar ik deze week stage loop.”

Maarten van Rossem, historicus: „Deze canon is volledig overbodig. De commissie wil dat er discussie mogelijk is, maar dat is naïef. Uitgevers zullen er hun lesmethodes op aanpassen, waardoor de canon een van overheidswege vastgestelde geschiedenis wordt. Ik zie liever dat er meer lesuren voor geschiedenis komen. Wat de leerlingen moeten weten, is aan de leraren.”

Met bijdragen van Jantina Bos, Japke-d. Bouma, Wouter Hylkema en Derk Walters

De canon is voor 25 euro te koop in de boekhandel of te downloaden via www.entoen.nu/informatie.aspx?id=4 of 26587 naar 7585