Schandalen leiden tot leiderschapscrisis in Israël

Een serie schandalen en problemen heeft de indruk gevestigd dat Israël in een leiderschapscrisis is verwikkeld. Maar dat de regering van Olmert valt, lijkt nu onwaarschijnlijk.

De politieke tekenaars in Israël en de auteurs van politieke satire op tv zetten de Israëlische premier Olmert neer óf als een lamgeslagen bokser of een wat hulpeloos kind in een zwembad met opblaasbare vleugeltjes om de armen. Vaak voorzien van een ballon met de tekst: „Waar is Ariel Sharon gebleven.”

Terwijl Sharon vegeteert in een speciaal ziekenhuis bij Tel Aviv, tracht zijn opvolger, Ehud Olmert, zijn nog geen half jaar oude regering te redden na het vermeende fiasco in Libanon.

Een meerderheid van de Israëliërs ziet Olmert liever vandaag dan morgen vertrekken naar de particuliere sector, samen met in volgorde van belang minister van Defensie Amir Peretz (Arbeidspartij), chef-staf generaal Halutz en president Katsav die door alle Israëlische vrouwen beschouwd wordt als een enorme viespeuk.

Voeg daarbij de processen tegen de twee ex-ministers Ramon (wegens ongewenste seksuele intimiteiten) en Hanegbi (wegens regelen en ritselen) en de indruk dat Israël in een diepe leiderschapscrisis is verwikkeld, is gevestigd. Maar dat de regering-Olmert binnen afzienbare termijn valt als gevolg van deze cluster van problemen, roddels en dagelijkse negatieve berichtgeving, is onwaarschijnlijk.

Voor het voortbestaan van de regering is de affaire-Katsav niet relevant, een side-show, pijnlijk, beschamend, slecht voor het aanzien van het presidentschap. Maar het is ook een argument om het regeringssysteem en het presidentschap drastisch te hervormen en misschien wel af te schaffen ten gunste van het premierschap.

De twee omstreden ministers zijn inmiddels vervangen en de wetten tegen verkrachting, seksuele intimidatie en tegen vriendjespolitiek worden gehandhaafd. „Israël is veranderd en feministischer geworden. Klachten van vrouwen in deze machocultuur worden serieus genomen. Daar ben ik trots op”, aldus minister Tzipi Livni. Nog niet zo lang geleden werden klachten over de handtastelijkheden van generaals en toppolitici genegeerd en kon een minister met vriendjes in topfuncties wegkomen met het argument dat „iedereen dat toch doet.” (Hanegbi)

De premier is bovendien een behendig politicus, een overlever in de Jeruzalemse jungle. Hij is van plan de parlementaire basis van zijn coalitie uit te breiden met het extreem-rechtse Yisrael Beiteinu (elf zetels in de Knesset) onder leiding van de Moldaviër Avigdor Lieberman. Yisrael Beiteinu is de partij van de miljoenen joden uit de voormalige Sovjet-Unie. En Lieberman, een hardliner als het om de Palestijnen én de Arabieren in het algemeen gaat, is hun idool.

De prijs daarvoor is dat Olmert zijn in mei van dit jaar geformuleerde ambities om definitief de grenzen van de staat Israël vast te stellen, door de in 1967 bezette Westelijke Jordaanoever gedeeltelijk op te geven, drastisch moet bijstellen. Bij de opening van het winterseizoen van de Knesset voerde hij deze wending naar rechts uit zonder met een woord over zijn ingetrokken ontruimingsplannen te spreken. In plaats daarvan formuleerde hij een nieuwe agenda voor de versterking van de booming Israëlische economie. Ook de orthodoxe sector kwam hij tegemoet, die in de vorm van de Shas-partij een loyale regeringspartner is als er maar genoeg geld gaat naar de haredim, de ware Godvrezenden.

Een Palestijnse staat op de bezette Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook is daarom verder weg dan ooit. Als de verdeelde Arbeidspartij deze koerswending van Olmert aanvaardt – en dat is nog niet zeker – dan is de regering-Olmert uit de gevarenzone, maar dan zullen er geen zinvolle concessies aan de Palestijnen worden gedaan. Lieberman is bovendien de pleitbezorger van het idee om de Israëlisch-Arabische bevolking over te plaatsen naar de Palestijnse gebieden. Een idee dat weerklank vindt bij een meerderheid van de joodse Israëliërs.

Voor Olmert heeft het vaststellen van Israëls grenzen en een regeling met de Palestijnen niet langer prioriteit. Zeker niet zolang de moslimfundamentalische beweging Hamas de Palestijnse Autoriteit domineert en de gematigde president Mahmoud Abbas steeds onzichtbaarder wordt. Bovendien zijn er zaken die dringender en dreigender zijn, aldus Olmert. Hij doelde op Iran, een nucleair Iran is „een existentiële dreiging voor Israël en voor de wereld”. Iran mag geen kernmacht worden, benadrukte Olmert, die openingen wil zoeken naar de gematigde Arabische landen. Maar het is een raadsel hoe hij met Arabische tegenstanders van een nucleair Iran in gesprek wil raken, terwijl hij voorbij gaat aan de Palestijnen, de Libanezen en de Syriërs.

Al evenmin werd duidelijk hoe hij het geschonden vertrouwen in het belangrijkste instituut van Israël, het Israëlische leger, denkt te herstellen. Als er al sprake is van een leiderschaps- of vertrouwenscrisis, dan geldt die voor het volksleger. Uit de eerste interne onderzoeken blijkt dat zowel de leiding van de landstrijdkrachten als die van de marine gefaald heeft.

De roep om een nieuwe minister van Defensie en een nieuwe chef-staf wordt dan ook steeds luider. De Israëlische politieke geschiedenis leert dat premiers in problemen, zeker degenen zonder charisma, de publieke opinie willen bevredigen om de levensduur van hun regering te verlengen. Er zullen ministers- en generaalswisselingen volgen, maar Olmert blijft. „Nooit opgeven”, heeft hij van Sharon geleerd.

    • Oscar Garschagen