De co-piloot die de koers van het CDA bepaalt

Ab Klink is de souffleur van premier Balkenende. Hij pleit voor minder overheidstaken.

Volgens critici heeft hij te veel invloed. „Het CDA is nu te liberaal.”

Den Haag:10.10.6 Ab Klink, directeur CDA/WI. © foto Roel Rozenburg

In de zomer nam Ab Klink een laptop mee op vakantie. Aan het Italiaanse Gardameer schreef hij aan het verkiezingsprogramma van het CDA. Fractieleden hadden teksten aangeleverd, de leden hadden er in praatsessies over mogen debatteren. Maar het programma was bij lange na niet klaar. De verkiezingen waren vervroegd van mei 2007 naar november.

Het verkiezingsprogramma van het CDA is vooral een stuk van Ab Klink, zegt Hans Franken, Eerste-Kamerlid voor de Christen-Democraten. Klink, directeur van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA en ook senator, mocht er als secretaris van de programmacommissie de laatste hand aan leggen.

Het programma is te lezen als een pleidooi voor een kleinere overheid, voor meer eigen verantwoordelijkheid van individuele burgers, voor maatschappelijke ondernemingen.

Sylvester Eijffinger, hoogleraar economie in Tilburg en Rotterdam en bestuurslid van het Wetenschappelijk Instituut, zegt „Het programma ademt van a tot z de ideeënwereld van Klink.” Toch is Ab Klink nauwelijks bekend bij het grote publiek.

Een van zijn beste vrienden, de Rotterdamse wethouder Leonard Geluk, zegt dat Klink „maximale invloed wil uitoefenen om zijn hoogste idealen te bereiken”. „Hij weet dat je dat niet doet door het Journaal te halen.”Het Wetenschappelijk Instituut is naar het centrum van de macht in het CDA gekropen, zegt Paul Kalma, directeur van de Wiardi Beckman Stichting, de sociaal-democratische tegenhanger van het Wetenschappelijk Instituut. Kalma zelf, of andere directeuren van wetenschappelijke bureaus, kunnen daar bij hun partij niet aan tippen.

Waar begon het? Met de politieke discussies aan tafel? In elk geval raakte Klink (48) in zijn tienerjaren geïnteresseerd in politiek. Hij zag een debat in de Tweede Kamer over werkloosheid dat VVD’er Hans Wiegel had aangevraagd. „Ik dacht: daar wil ik later werken.” Niet dat daar sprake van kon zijn. Ab Klink groeide op in een gezin dat hem bescheidenheid bijbracht. Met zijn ouders, broer en twee zusjes ging hij op zondag naar de kerk, de orthodoxe Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij zat op een reformatorische school op Goeree-Overflakkee. Het ging thuis vaak over politiek, zegt Klink over zijn jeugdjaren. Zijn vader stemde SGP, soms GPV. Toen hij vertelde van zijn bezoek aan de Tweede Kamer, zei zijn vader: „Dat zal niet gaan, jongen. Je zit op de mavo.”

Na een inhaalrace op de havo en het atheneum kon Ab Klink alsnog studeren. Het werd sociologie, in Rotterdam. Hij las veel in die jaren: de Deense theoloog en filosoof Kierkegaard, de Duitse socioloog Max Weber. Klink dacht aan een baan als leraar, maar belandde op 25-jarige leeftijd, bij toeval op het Wetenschappelijk Instituut van het CDA.

Op het Wetenschappelijk Instituut maakte hij kennis met twee generatiegenoten die ongeveer gelijktijdig waren begonnen: Yvonne Timmerman-Buck en Jan Peter Balkenende. „We deelden iets”, zegt Klink. Het was het begin van een hechte vriendschap, die tot vandaag voortduurt.

Klink promoveerde in 1991 aan de Universiteit van Leiden met het proefschrift Christen-democratie en overheid. Hij had boeken van katholieke en protestantse politici uit het verleden bestudeerd, zoals Kuyper, Groen van Prinsterer en Schaepman. Hij schreef dat volgens het CDA mensen op basis van een „eigen verantwoordelijkheid” keuzes moeten maken. De overheid zou alleen taken moeten vervullen als maatschappelijke organisaties dat niet kunnen.

Balkenende pleitte een jaar later in zijn proefschrift ook voor een grotere rol voor organisaties en meer zelfregulering. De toon voor het nieuwe CDA was gezet, terwijl het oude CDA nog aan de macht was. Na Lubbers’ vertrek, in 1994, leed het CDA de grootste verkiezingsnederlaag uit de geschiedenis. Intern was er een machtsvacuüm. En dan ontstaan de groepjes, zegt Sylvester Eijffinger. Een club jonge CDA’ers vond elkaar. Balkenende, Timmerman- Buck en Ab Klink, die inmiddels ambtenaar op het ministerie van Justitie was, richtten een groepje van zo’n twaalf man op dat maandelijks bij iemand thuis at. In die tijd ontstond een tweede groepje, het Schlemmerberaad. De Rotterdamse bedrijfskundige Kees Koedijk had de leiding, maar ook Balkenende speelde er een prominente rol in. De groep jonge CDA’ers ontleende zijn naam aan het Haagse café Schlemmer waar zij bijeenkwamen. De Tilburgse hoogleraar economie Lans Bovenberg zat er ook in. De groep is hecht gebleven, zegt Klink. Al hield het beraad zelf in 1999 op te bestaan, de leden bellen „drie tot vier keer per dag”.

In september 2001 ontstond een nieuwe crisis in het CDA. Opnieuw was er, heel kort, een machtsvacuüm. Een dag na het vertrek van De Hoop Scheffer trad Klink op in het tv-programma Buitenhof. Hij zei dat Jan Peter Balkenende of eventueel Pieter van Geel de nieuwe politiek leider van het CDA moest worden. De volgende avond werd Balkenende door het partijbestuur aangewezen.

In de drie kabinetten-Balkenende is de agenda van de jonge Balkenende en Klink goed terug te zien, vinden alle ondervraagden. Niet langer bepaalt, volgens hen, de overheid wat mensen moeten kiezen. Er is meer marktwerking in de zorg, bijvoorbeeld. Gerd Leers, tot 2002 Kamerlid en nu burgemeester van Maastricht, voelde zich in de jaren negentig verwant aan de groep rondom Balkenende en Klink. Nu zegt hij dat het niet vreemd is dat er een „tegenbeweging” in het CDA op gang komt. Hij vergelijkt Balkenende en Klink met een piloot en een co-piloot, die de passagiers niet vertellen waar ze heen vliegen.

Paul Kalma: „Het CDA is ook de partij van het rentmeesterschap, van gerechtigheid en kritiek op de vercommercialisering van de samenleving. Dat is ondergesneeuwd.”

Lees wat Ab Klink aan het Gardameer schreef: http://verkiezingen.cda.nl/images/CDA_Verkiezingsprogramma.pdf of 81285 naar 7585

    • Guus Valk