Zonder peilingen zijn politici nergens

In verkiezingstijd wordt bijna dagelijks geschermd met de nieuwste uitkomsten van opiniepeilingen. Maar wat is de waarde van die peilingen en in hoeverre moeten politici ze serieus nemen? Het thema van het nieuwscollege van NRC Handelsblad en Universiteit Leiden/Campus Den Haag is morgenavond ‘Check die peiling’.

Philip van Praag en Maurice de Hond doen de aftrap.

Precies 30 jaar geleden startte ik met mijn werk voor het VARA-radioprogramma In de Rooie Haan. De uitslagen van die peilingen waren gebaseerd op mondeling onderzoek door Nipo bij de mensen thuis. Er zaten circa 12 dagen tussen de peiling en het bepalen van de uitslag. Daarom was onderzoek naar actuele onderwerpen amper zinvol.

Toen in de tachtiger jaren telefonisch onderzoek opkwam werd de omloopsnelheid een stuk korter. Maar de kosten per te stellen vraag bleven relatief hoog. Sinds onderzoek via internet gemeengoed is geworden is de snelheid nog verder verkort en zijn de kosten sterk verlaagd. Ik doe vrijwel dagelijks via www.peil.nl onderzoek naar actuele onderwerpen en als de vragenlijst om 12 uur rond is, dan zijn in de loop van de middag de belangrijkste uitslagen al bekend. Omdat websites en diverse media ook bezig zijn om informatie te verzamelen wat Nederlanders denken (los van het feit hoe representatief dit is) weten niet alleen politici snel wat de Nederlanders over actuele onderwerpen denken, maar ook de burgers zelf.

Dat maakt heel snel zichtbaar of en wanneer de politiek beslissingen neemt die op dat moment niet gedekt worden door een groot deel van de burgers. Dat heeft gevolgen voor de wijze waarop burgers naar de politiek kijken. De architectuur van ons politieke systeem is namelijk gebaseerd op de stand van de samenleving uit het midden van de negentiende eeuw. De burgers kiezen in feite noch de regering, noch de premier. Dat geschiedt op een heel indirecte manier via de samenstelling van de Tweede Kamer. Als politici tussen de verkiezingen erop worden gewezen dat de meerderheid van de bevolking een ander standpunt heeft dan het besluit dat wordt genomen, dan wijst men er fijntjes op dat bij de volgende verkiezingen, hoe ver weg die dan ook mogen zijn, de kiezer via zijn stem zijn mening alsdan kenbaar kan maken.

De burger kan dankzij de onbeperkte beschikbare informatie (Google!) en de onbegrensde mogelijkheden om te communiceren steeds meer specialistische kennis vergaren en steeds meer als groep opereren om een specifiek doel te bereiken. Maar ten aanzien van het politieke proces worden zij nog steeds op grote afstand gehouden. Hun invloed blijft heel indirect. Ten aanzien van bestuurlijke vernieuwing is het duidelijk dat de politiek niet in staat of bereid is de rol van de burger duidelijk groter te laten worden. Tegelijkertijd wordt het via de sterke toename van peilingen naar de mening van de Nederlanders steeds zichtbaarder dat er regelmatig een verschil zit tussen het stemgedrag in de Kamer en wat de meerderheid van de bevolking denkt of wil. En dat heeft als gevolg dat het vertrouwen van die burger in het politieke systeem daalt. De geschiedenis leert waar dat uiteindelijk toe kan leiden.

De aanstaande verkiezingen vormen een perfecte illustratie van de manco’s van het systeem anno 2006. Terwijl we formeel onze Tweede Kamer kiezen zal op 22 november een groot aantal kiezers hun stem uitbrengen op basis van de vraag wie zij het liefst zien als de volgende premier, Bos of Balkenende. Tot begin 2011 zal de samenstelling van de Tweede Kamer dus vooral gebaseerd zijn op de beantwoording van de vraag door de kiezer wie hij in 2006 als premier wilde. En vier jaar lang kan het voorkomen dat de Tweede Kamer beslissingen neemt die niet gedragen worden door de meerderheid van de Nederlanders, zonder dat de burger iets kan doen.

Als ons politieke systeem niet wordt aangepast aan deze gesignaleerde ontwikkelingen in de samenleving dan zal uiteindelijk de wal het schip keren. Een nieuwe partij die direct de grootste wordt (is in 2002 al bijna gebeurd). Of een sterke mate van burgerlijke ongehoorzaamheid bij belangrijke besluitvormingen in de politiek die aantoonbaar niet gedeeld worden door een ruime meerderheid van de bevolking.

In plaats van zich druk te maken over het bekend worden van vele peilingen of na te denken over de mogelijkheid die peilingen in de laatste fase van de verkiezingen te verbieden, zou het verstandig zijn de mate van urgentie te onderkennen om ons politieke systeem aan te passen aan zowel de (technologische) mogelijkheden als aan de burgers van de 21e eeuw.

Maurice de Hond voert opiniepeilingen uit via zijn website www.peil.nl.

    • Maurice de Hond