Goebaidoelina-festival met humor en ernst

Concert: Goebaidoelina Festival met Goebaidoelina, Sjostakovitsj, Webern, Schnittke en Van de Putte. Gehoord: 13 en 14/10 Muziekgebouw aan ’t IJ, A’dam.

De Russisch/Duitse componiste Sofia Goebaidoelina wordt binnenkort 75, en er zullen weinig landen zijn waar dat, zoals in Nederland, met maar liefst twee festivals wordt gevierd. Dit weekend was de componiste te gast in Amsterdam voor een driedaags festival met concerten en masterclasses, vanaf woensdag staat ze samen met componist Heiner Goebbels centraal op wat terecht een Festival der contrasten wordt genoemd. Eind deze maand maakt ze ook nog eens haar opwachting bij de Amsterdamse Cellobiënnale. De oktober van het Mozart-, Rembrandt- en Sjostakovitsj-jaar is in Nederland dus ook een beetje Goebaidoelina-maand. En terecht, want ook nog levende grootheden verdienen het geëerd te worden.

Dat was tevens de boodschap van Jan Wolff, directeur van het Muziekgebouw aan ’t IJ, die bij de opening van het Amsterdamse Goebaidoelina Festival een volle zaal Lang zal ze leven liet zingen voor de aanstaande jarige. Het was een mooi, wat jolig gebaar voor de componiste, van wie op het aansluitende concert ook eens een verrassend jolige kant te horen was.

In Transformation (2004), een Nederlandse première, zijn de vrome, etherische klanken waar Goebaidoelina bekend om is aanvankelijk ver te zoeken. Solist/trombonist Pierre Volders, solist in dit stuk, kwam hard stampend op in clownspak, muzikaal grappend en grollend in een speelse strijd met het weergaloos blazende Amstel Saxofoonkwartet. Volders’ overgave was schitterend, al wist hij zich niet helemaal raad toen hij iemand uit het publiek vroeg op te staan, en diegene daar ook echt op inging. Als een stervende Pierrot zakte hij uiteindelijk ineen, begeleid door een lage klaagzang van cello en contrabas, waar ook de saxofonisten zich bij voegden. Uiteindelijk steeg de muziek alsnog op naar hemelse hoogten -bekender Goebaidoelina-terrein- en bleek de ‘transformatie’ toch religieuze connotaties te hebben.

In de muziek van Goebaidoelina’s geliefdste collega’s was goed te horen waar ze inspiratie vond: in de rafelranden van Sjostakovitsj’ Romances (prachtig gezongen door sopraan Charlotte Riedijk), en het tot de essentie uitgebeende weefsel van Weberns Quartet, op. 22, esthetisch gespeeld door leden van het festivalensemble.

Zaterdag speelde het ensemble met sopraan Sabine Wüthrich nog een nieuw werk van Jan van de Putte, Uma Só Divina Linha (Pessoa), op tekst van dichter Álvaro de Campos (een heteroniem van Fernando Pessoa). De compositie, opgedragen aan Goebaidoelina, begint met een knappe verovering van de stilte door ruis- en fluisterklanken. Haast per ongeluk verschijnt hierin steeds meer toon en ritme – een aansprekend, maar soms ook wat voorspelbaar proces. Sopraan Wüthrich – die in de Madrigalen van Alfred Schnittke nog wat stemproblemen leek te hebben – zong uitstekend, en ‘playbackte’ in de stiltes met gepaste getergdheid. Het werk kon om technische redenen nog niet volledig worden uitgevoerd, maar deze deelpremière maakt zeker nieuwsgierig naar de rest.

    • Jochem Valkenburg