De ogen van de tovenaar

Met hun derde cd Techarí vestigt Ojos de Brujo zich als succesvolle internationale band.

Maar vrijheid en engagement blijven de basis.

Ramón Giménez is de gitarist en de centrale figuur van Ojos de Brujo. Hij is de enige zigeuner van het gezelschap. Deed in de jaren tachtig aan breakdance en probeerde na hiphop ook funk, soul en rock op zijn gitaar te spelen.

Met de term flamenco-hiphop kan het nog alle kanten op. Maar hoor je de Spaanse band Ojos de Brujo (‘De ogen van de tovenaar’) eenmaal spelen, dan valt alles op zijn plaats. De donkere baslijnen uit de hiphop, tabla’s uit de Indiase muziek en traditioneel handgeklap uit de flamenco ondersteunen broederlijk de rumba, drum ’n bass en reggae. Zelf noemen ze zich ‘kinderen van de straatrumba en de meertalige flamenco.’

De magie van de tovenaar bereikte onlangs de oren van alternatieve popgod Ben Harper, die hen meteen vroeg zijn voorprogramma te verzorgen, afgelopen weekend in Madrid en Barcelona. „Het heeft veel tijd en verschillende groepssamenstellingen gekost om dit te bereiken,” zegt dj Panko (scratching, electronica) van Ojos de Brujo, ,,maar nu maken we een hele mooie fase door.”

Hun derde cd Techarí die in februari uitkwam, bereikte onlangs de gouden status in Spanje en is wereldwijd een van de best verkochte platen van dit jaar in de categorie world. ‘Los Brujos’, zoals ze liefkozend worden genoemd, wonnen een BBC3 World Music Award, en speelden vorig jaar op Lowlands. Dit jaar ging het optreden door ziekte niet door. Volgende week vrijdag komen ze het goed maken met een concert in Paradiso.

Dj Panko – die ooit nog een tijdje in een kraakpand in Amsterdam woonde – maakt al bijna tien jaar deel uit van de vaste kern van Ojos de Brujo, die verder bestaat uit zang, (bas)gitaar, Cubaanse en Spaanse percussie, trompet, contrabas en beatbox. ,,Daarom heen zit een heel netwerk van graffitischrijvers, fotografen, programmeurs en dansers.”

Techarí betekent ‘vrij’ in het Caló, de taal van de Spaanse zigeuners. Ze gebruiken veel Caló ondanks dat ze het zelf niet spreken. Panko: „We ‘lenen’ de taal, omdat we het zonde vinden dat hij verloren zou gaan. Het is een oraal overgeleverde taal, er is vrijwel geen literatuur.” De teksten van Techarí zijn op de bijgeleverde cd-rom vertaald in veertien talen, waaronder ook drie Spaanse minderheidstalen (Gallicisch, Baskisch en Catalaans).

Vrijheid is niet toevallig het motto van de groep, ook zakelijk gezien. Ondanks de groeiende populariteit geeft de band nog steeds cd’s uit op hun eigen platenlabel Diquela. Ook is er een eigen boekingskantoor en uitgeverij, en verzorgt de band de eigen promotie in Spanje. Percussionist Xavi Turull, die ook de zakelijke leiding voert, vertelt: „Alleen voor de rest van Europa hebben we een belangenbehartiger. Het is een vrij klein label dat ons alle vrijheid geeft.”

Ook muzikaal is vrijheid het devies: flamenco is de basis, maar elke culturele inmenging is geoorloofd en experimenteerdrang de regel. In totaal werkten er veertien gastartiesten van formaat mee aan Techarí, van klassieke flamencogrootheden tot Senegalese rappers. Panko vertelt hoe ze in contact kwamen met asian underground-pionier Nitin Sawhney: „Ramón maakte een remix van een van zijn nummers. Sawhney vond het goed, en zo ging het balletje rollen. Er staan twee van onze nummers op zijn cd en hij werkte mee aan ons album.”

Maar het is ook vaak toeval of geluk, vult Turull aan. „Flamencogitarist Pepe Habichuela ontmoetten we bij de uitreiking van de prijzen van de Academia de la Musica de España. De festivalleiding vroeg ons: als je met iemand zou mogen spelen, wie zou dat dan zijn? We riepen in koor: ‘Pepe Habichuela!’ Hij is toch een van de grote artiesten van de klassieke flamenco.”

Vrijheid is hun devies, maar de leden van Ojos de Brujo zijn artistiek veeleisend. Om samen te werken moet er een intuïtieve, persoonlijke relatie ontstaan. De platenmaatschappij van de in Spanje superpopulaire en hitgevoelige flamencorockband Estopa zag een samenwerking wel zitten, maar de Brujos wilden niet. Panko: „Het zijn goede vrienden, maar chemie ontbrak. Men wilde vooral om commerciële reden iets samen doen, maar er was muzikaal geen klik en dan doen we het niet.”

    • Elda Dorren