‘No cure no pay’ wordt voor advocaten bij wet verboden

Het wordt advocaten wettelijk verboden te werken volgens een systeem van ‘no cure no pay’. Minister Hirsch Ballin (CDA, Justitie) heeft dit gisteren aangekondigd in een brief aan de Tweede Kamer.

Het kabinet volgt hiermee een advies van de commissie-advocatuur. Deze commissie bracht afgelopen april advies uit over het aanscherpen van wet- en regelgeving voor de advocatuur in Nederland.

Het kabinet houdt vast aan de weigering enige vorm van resultaat gerichte beloning in te voeren. Met name onder letselschade-advocaten heeft de roep om het gebruik van zo’n regeling geklonken.

Het kabinet geeft de Orde van Advocaten de wettelijke plicht een verordening op te stellen met de criteria waaraan advocaten minimaal moeten voldoen om hun onafhankelijkheid, integriteit, vertrouwelijkheid, deskundigheid en publieke verantwoordelijkheid te garanderen. Advocatenkantoren moeten in de toekomst een erkend kwaliteitssysteem invoeren en jaarlijks de resultaten daarvan op een website publiceren. Voorkeursgebieden en specialisaties van advocatenkantoren moeten ook op de website gepubliceerd worden, net als tuchtrechtelijke veroordelingen.

Aanleiding voor instelling van de commissie-advocatuur was een motie van het Tweede-Kamerlid De Vries (PvdA) in 2004, waarin om een evaluatie van de advocatenpraktijk in Nederland werd gevraagd. Volgens de toenmalige minister Donner behoefden de privileges van advocaten, zoals geheimhoudings- en verschoningsplicht, nader onderzoek, omdat advocaten soms te veel het belang van cliënten zouden dienen en het maatschappelijk belang – een goede procesorde – uit het oog zouden verliezen.

Door de beroepsgroep aan een reeks nieuwe regels te binden, komt het kabinet tegemoet aan de belangrijkste aanbevelingen van de commissie. De regelgeving die de Orde gaat opstellen, moet door de minster van Justitie worden goedgekeurd.

Volledige tekst van de brief op www.justitie.nl.