Naar een nieuw land

1365

Een paar jongens hadden zich toegang verschaft tot het terrein van de Gouden Kooi en waren in het zwembad gesprongen. Een van de indringers liep met zijn broek op zijn knieën over het terras. Ze zijn verwijderd, de bewaking wordt verscherpt. Dat las ik op NU.nl, een internetkrant. Twee Kamerleden van de PvdA hebben vragen gesteld over de jonge moeder die zich in de Kooi heeft laten opsluiten, met achterlating van twee huilende kinderen. Maar was dat zo erg? Die kinderen werden toch goed verzorgd? Laten die PvdA’ers zich liever bemoeien met al die andere mishandelde kinderen, riep het koor der bloggers. In de Volkskrant verscheen een overzicht van televisieprogramma’s die in de loop van een halve eeuw de woede van de kijkers hadden opgewekt, van Phil Bloom tot Big Brother. Goed beschouwd is die Gouden Kooi geen programma om je bijzonder druk over te maken, was de onuitgesproken strekking.

Zijn die inbrekertjes en de twee Kamerleden door Talpa betaald? Neem me niet kwalijk dat die vraag bij me opkwam. Je bedenkt een programma waarvan je zeker weet dat het door een aantal mensen op een of andere manier hemeltergend wordt gevonden, terwijl een veel groter aantal niet meer van de televisie is af te slaan. Maar deze laatste groep of massa kan veel groter worden, en hoe meer kijkers, hoe meer geld.

Om de groei te bevorderen, moet er een schandaal ontstaan. Strikt commercieel gedacht ligt het dus voor de hand dat je een paar schandaalbevorderaars huurt om een aanzet te geven. Daarna gaat de rest vanzelf. Het kabaal van het schandaal hoort bij het programma. Het kabaal genereert zich verder zelf, tot het publiek kabaalmoe is geworden. Daarna wordt er weer iets anders verzonnen, van hetzelfde laken een pak. Dat is in dit genre nu eenmaal een natuurgegeven.

Mij verbaast het telkens weer dat er zo veel drogredenen worden verzonnen om de vertoning te rechtvaardigen, een air van fatsoen te geven. „Tien menselijke kooidieren in vrijwillige gevangenschap in een villa van twee miljoen euro, die hij of zij wint wanneer hij of zij zich van alle concurrenten heeft ontdaan. Een door hebzucht gevoede en met manipulatie en intimidatie gevoerde strijd, met op de achtergrond John de Mol als de experimenterende kamparts en de kijker als aaseter”, schreef televisiecriticus Wim de Jong in de Volkskrant. Daar hoeft voor mij geen woord aan te worden toegevoegd.

Ook in de Tweede Kamer werd geopperd dat televisiemakers zich aan een ‘gedragscode’ zouden moeten houden. Ik voorspel u: daar komt niets van. Ten eerste is dat een veel te ingewikkelde opgave. Om te kunnen bepalen hoeveel geschreeuw nog door de beugel kan, waar de grenzen van de platheid liggen, waar je de exhibitionist tegen zichzelf in bescherming neemt, moet je de God van Nederland zelf zijn. En dan nog zullen er altijd mollen zijn, die telkens weer verzinnen hoe je onder het mom van de vrijheid van meningsuiting de code kunt ontduiken.

Ver van het vaderland las ik ook het een en ander over de verkiezingscampagne. De normen-en-waardenbeweging en ‘het fatsoen moet je doen’ dringen verder tot het volk door en beloven een groot succes te worden. ‘I love afstand houden’, ook zo’n voltreffer. Al meer dan een eeuw proberen onze overheden met rijmpjes en slagzinnetjes ons braaf te houden. „Laat niet als dank voor ’t aangenaam verpoozen den eigenaar van ’t bosch de schillen en de doozen”, dichtte een onvergetelijke anonymus van de ANWB in de jaren twintig. Na de oorlog verschenen de naamloze overheidspoëten. Ik heb wel eens een stukje geschreven over die rijmpjes. „Wilt u zitten, ik kan staan.” Over die onzin kun je een aparte literatuurgeschiedenis samenstellen.

Nu hebben we de Dag van het Respect. Soms denk ik dat we getuige zijn van twee parallel lopende nationale ontwikkelingen. De ene is die van het rijmpjeswezen, waarmee we door de overheid dag in dag uit vermaand worden. In geen enkel ander land ter wereld zul je zo veel hooggeplaatste vermaners vinden. Om de andere ontwikkeling te volgen kun je op het ogenblik het best naar Talpa kijken. Bevordering van het platte ploertendom, gepresenteerd als hartstikke eigentijds amusement.

Daartussen leven wij, die niet willen worden vermaand, noch iedere avond belaagd door het personeel van een club geldmakers. Wat te doen? Een nieuw land oprichten.