Leren voor het leven

Op de praktijkschool krijgen leerlingen de kans eindelijk eens te laten zien wat ze wèl kunnen.

Leerlingen van de Praktijkschool Hilversum zetten hun zwaluwkastjes in de grondverf tijdens hun ‘interne stage’. Hilversum 22-09-2006/© Jorgen Krielen/Praktijkonderwijs op school "Laapersveld".. Krielen, Jorgen

In de werkplaats van Praktijkschool Hilversum hangt een doordringende verflucht. Een rijtje zwaluwnestkastjes-in-wording ligt op de grond te drogen. De leerlingen hebben ze deze middag in de grondverf gezet. Nu zijn ze aan het opruimen. Hanan (14) wil later op een kinderdagverblijf gaan werken, maar zagen, timmeren en verven vindt ze ook wel leuk, vertelt ze. En leerzaam. “Later in mijn werk moet ik de hele dag lopen, hier leer ik alvast een halve dag lopen.” Hanan slaat de spijker op zijn kop. Want het allerbelangrijkste dat zij en haar zeven klasgenoten tijdens deze lessen leren, is een goede werkhouding: uithoudingsvermogen, samenwerken, opdrachten uitvoeren. Elke vrijdagmiddag staat er voor de derdeklassers een half jaar lang ‘interne stage’ op het rooster: in de werkplaats of in de keuken van school, of buiten in de groenvoorziening. Een concrete voorbereiding op een échte stageplek.

Levensecht onderwijs, noemen ze dat op de praktijkscholen, of: betekenisvol leren. Als voorbeeld dienen de Amerikaanse ‘big picture’-scholen, vertelt Harry van den Brand, secretaris van het Landelijk Werkverband Praktijkonderwijs. Grondlegger Dennis Littky heeft als belangrijkste boodschap: ‘one student at a time’. Big picture scholen zijn daarom – net als praktijkscholen – kleinschalig opgezet en streven maatwerk na, met de scholier als actieve speler in het onderwijsproces. Stages bij lokale bedrijven en instellingen vormen de belangrijkste component in het onderwijsprogramma. Van den Brand: “Toen ik er was viel me op dat ze echt stageplekken op maat zoeken, passend bij de interesse van de leerlingen. Voor een meisje van 13 dat misschien wel verpleegster wil worden, wordt bijvoorbeeld geregeld dat ze een dag met een arts in het ziekenhuis kan meelopen.”

Nederland telt 175 praktijkscholen, met zo’n 27.000 leerlingen. Toelatingscriteria zijn een IQ tussen de 55/60 en 75/80 én een leerachterstand van drie jaar. Praktijkscholen geven geen diploma’s af. Hun taak is de leerlingen voor te bereiden op werk, wonen en een zinvolle vrijetijdsbesteding. Steeds meer praktijkscholen werken competentiegericht en vraaggestuurd: wat kun jij als leerling al en wat moet je nog leren om die plek op de arbeidsmarkt te veroveren? René Knoester, teamleider op Praktijkschool Hilversum, zit al jaren in het vak en vindt het een goede ontwikkeling. “Vroeger was het pappen en nathouden, maar nu staat de leerling veel meer centraal. Wij werken met portfolio’s (een al dan niet digitale map met werkstukken), omdat het belangrijk is dat deze leerlingen, die al vaak genoeg met hun neus gedrukt worden op wat ze níet kunnen, nu eens kunnen laten zien wat ze wél kunnen.”

Voor het gros van de leerlingen is de praktijkschool eindonderwijs. Een klein gedeelte gaat naar een roc voor een mbo-opleiding op assistent-niveau, maar de meesten zoeken een baan. Zij komen terecht in assisterende en routinematige werkzaamheden. “Daarom is die stageplek zo belangrijk”, zegt Jan van Heerikhuize, voorzitter van het Landelijk Werkverband Praktijkonderwijs. “Als praktijkonderwijs stemmen we onze activiteiten zoveel mogelijk af op de regionale arbeidsmarkt. We voeren overleg met het bedrijfsleven, instellingen en de Kamer van Koophandel. In Nijkerk, waar ik directeur ben van Praktijkschool Accent, zijn veel bedrijven die hekwerken maken. Dus bekijken we of er mogelijkheden zijn voor onze leerlingen om een (deel van) een las- en metaalopleiding te volgen op een vmbo in de buurt.”

Maar voor de leerlingen de echte buitenwereld betreden moeten ze in schoolverband een aantal beroepsvaardigheden leren. Ook daar geldt: hoe echter hoe beter. Op de Praktijkschool Hilversum maken de leerlingen producten op bestelling. De zwaluwnestkastjes waar Hanan en haar klasgenoten aan werken, zijn besteld door Landschapsbeheer Noord-Holland. Het project is afkomstig uit het netwerk van techniekdocent Jan Schaafsma, die actief is in de milieubescherming. Verder hebben ze voor particulieren tuinmeubelen gemaakt en maken ze meubilair voor de school. In de richting ‘groenvoorziening’ werken leerlingen als tuinman bij particulieren, onderhouden ze een begraafplaats en werken ze in groepjes op de heidevelden in het Goois Natuurreservaat.

Slechte voorbeelden van hoe scholen hiermee omgaan zijn er ook, zegt Van den Brand. “Ik heb scholen gezien waar de leerlingen saai productie draaien. Leerlingen moeten wel weten wat ze aan het doen zijn en waarom.” Op Praktijkschool Hilversum geven ze die informatie wel. Hoewel dat geen garantie is dat iedereen het oppikt. Want wanna-be fotomodel Emillia (14) denkt dat ze lades aan het maken is voor een kast. Hanan corrigeert haar: “Nee joh, dat zijn vogelnestkastjes. Voor zwaluwen.” Emillia kijkt vragend. “Dat zijn toch van die witte vogels die aan zee wonen?”

www.praktijkonderwijs.nlwww.praktijkonderwijs.com