‘Kinderen snappen wat niet deugt’

In zijn in Duitsland bekroonde boek Slaaf Kindje Slaaf beschrijft Dolf Verroen onverbloemd Nederlandse wreedheid jegens Surinaamse slaven.

Jeugdboekenauteur Dolf Verroen ontvangt Duitse prijs Foto Jeroen van Warmerdam Warmerdam, Jeroen van

De schrijver Dolf Verroen bezocht Suriname vaak nadat het land in 1975 onafhankelijk was geworden. „De vriendelijke ontvangst gaf mij lang het gevoel dat ik er wilde wonen. Totdat een Surinaamse kennis mij zei: ‘Wij zullen nooit op één stoel kunnen zitten, want ik ben een nazaat van slaven, jij van slavenhouders,’ ” zegt Verroen.

Zijn ervaringen in Suriname inspireerden Verroen tot het schrijven van Slaaf Kindje Slaaf, dat dit jaar is verschenen. In dit kinderboek vervlecht Verroen de volwassenwording van een meisje met de wreedheden van de slavernij in Suriname. De Duitse editie werd afgelopen week bekroond met de belangrijke Deutsche Jugendliteratuurpreis.

Slaaf Kindje Slaaf speelt in de negentiende eeuw op een theeplantage. De dochter van de slavenhouders, Maria, krijgt voor haar twaalfde verjaardag een eigen slaafje. De moeder verminkt de seksslavin van de vader. De tantes vertellen bij de thee wrede verhalen over hun slaven. „Al deze dingen zijn echt gebeurd”, zegt Verroen: „Ik heb heel veel afschuwelijke verhalen gehoord toen ik in Suriname was.”

In het nawoord schrijft u: „Door mijn witte huid zit ik aan de verkeerde kant.” U bent toch niet medeplichtig aan de slavernij?

„Nee, en mijn familie heeft nooit slaven gehad. Tegelijkertijd ben ik als witte Nederlander wel onderdeel van de geschiedenis, die leert dat Nederlanders daar slaven hebben gehouden. De emoties daarover zijn bij Surinamers diepgeworteld, dat moet je respecteren.”

Uw boek is helemaal geschreven vanuit de slavenhouders. Waarom zo strikt vanuit de ‘daders’?

„Omdat ik niet anders kon. Jaren heb ik rondgelopen met de slavenverhalen uit Suriname, maar het lukte het me niet om te schrijven vanuit de slachtoffers. Toen zag ik op een dag het boek Zootje was hier van Edward van de Vendel (2004). Dat heeft veertig korte hoofdstukjes en die vorm inspireerde me zo dat ik op een maandagochtend gewoon ben gaan schrijven. Toen kwam het verhaal er zo uit.”

Het verhaal over het meisje dat haar kindslaaf mishandelt vertelt u heel sec. Had u geen behoefte aan een commentaarstem?

„Nee, de slavernij was destijds iets vanzelfsprekends. Zwarten waren in de beleving van blanken geen mensen, maar wezens zonder een ziel. Het zou onheus zijn om bijvoorbeeld op te schrijven dat sommige blanken destijds medelijden hadden – dat was niet zo. En kinderen hebben geen afkeurende stem nodig om te snappen dat dingen niet deugen.”

Zoals de plantagehoudster die de baby van haar slavin verdrinkt omdat het huilt bij een roeitochtje. Is dat niet te heftig voor kinderen?

„Nee, op tv zien kinderen ook heel veel geweld. Ik laat het verhaal over de baby bovendien vertellen door een tante. Daardoor wordt de gebeurtenis meer gefilterd. Kinderen hebben geen moeite met dit geweld. Wat ze wel vreemd vinden is de sociale setting: huispersoneel, bijvoorbeeld, dat kennen ze echt niet meer.”

Dolf Verroen: ‘Slaaf Kindje Slaaf’; 10+; uitgeverij Ger Guijs. 12,50 euro

    • Karel Berkhout