Duitsland herleeft sprookje van de knorrige reus die werd wakker gekust

Sprookjes kunnen niet vaak genoeg verteld worden. Zeker het sprookje van de knorrige Duitse reus die aan een hardnekkige vorm van zelfverachting leed en in een zomerse voetbalroes de weg tot zichzelf vond.

In Duitse bioscopen blikken voetbalverliefde Duitsers dezer dagen terug op het hoogtepunt van de zomer: het wereldkampioenschap. Gewapend met breezers en nacho’s doen ze het feest tijdens voorstellingen van Deutschland, ein Sommermärchen nog eens dunnetjes over. De spanning, de tranen, de liedjes, de scheldpartijen op de tegenstanders – de documentaire van regisseur Sönke Wortmann roept het nog eens in herinnering. „Scheiss Spaghetti-fresser”, sist mijn buurvrouw in Zoo Palast als Italië Duitsland uit het toernooi gooit.

Wortmann, die eerder een mierzoete film maakte over de Duitse WK-overwinning in 1954, neemt de kijker mee naar kleedkamer en strategiebespreking, naar de spelersbus en naar het hotel in Berlijn waar de sterren, op bed, worden geïnterviewd. De fans genieten. Van de jonge honden Schweinsteiger en Podolski, die moeite hebben met het woord ‘filosofie’. Van de oude rot Neuville, die tijdens de dopingcontrole niet kan plassen. Van bondscoach Jürgen Klinsmann die tekeergaat als Emile Ratelband. „Als ze de tijger in onze ogen zien, slaan we toe. Brutal!”

De film gaat over het wel en wee van de nationale selectie. De euforie die het team teweegbracht komt slechts zijdelings aan bod. Als 50.000 fans in de regen voor het spelershotel in Stuttgart een feestje bouwen. Als de voetballers in Berlijn afscheid nemen van hun supporters. Als tientallen soldaten de spelersbus begroeten met een wave.

Het zomersprookje gaat nauwelijks over het feest waarmee Duitsland zichzelf vierde. Duitsers kwamen tijdens het WK tot de ontdekking dat ze eigenlijk in een beminnelijk land wonen, samen met andere beminnelijke Duitsers. Het was een bevrijding, een bevrijding van morele scherpslijpers die ook zestig jaar na de dood van Hitler volhielden dat vaderlandsliefde en Duitsland elkaar uitsluiten. De Duitsers tooiden zich met de nationale driekleur en lieten zich door buitenlandse gasten graag complimenteren met hun organisatietalent en hun feestvreugde.

Wat is er na drie maanden over van de impuls voor het nationale ego? Heeft het WK het land duurzaam veranderd? Radiozender Deutschlandfunk en weekblad Die Zeit vroegen het aan oude en jonge denkers. Hun oordeel: Duitsland is wakker gekust.

De directeur van het museum voor nationale geschiedenis (DHM), Hans Ottomeyer (1946): „De wereld en de mentaliteit in Duitsland zijn tegen het einde van 2006 beslist niet anders geworden, maar de omgang met patriottisme is normaler geworden. We hebben geleerd dat je het volkslied zomaar mag zingen en dat zwart-rood-goud meer is dan een voetbalvlag. Dat blijft.”

Filmmaker Konstantin Faigle (1971) schrijft over de nieuwe omgang met de nationale identiteit: „Het is geen patriottisme. Het is een mooi, normaal, ontspannen gevoel.”

Faigle beschrijft zijn leeftijdsgenoten, de generatie die in de jaren tachtig in West-Duitsland opgroeide, als een ontwortelde generatie, die – typisch Duits – met veel denkwerk het probleem van de ongewenste nationale identiteit probeerde op te lossen. De analyses hielpen niet echt. „En toen kwam het WK en werd de knoop ontward. We konden de wereld laten zien dat wij Duitsers heel normaal zijn.” Het WK was „het emotionele einde van een lange therapie”.

Voor mensen die al langer vonden dat Duitsers meer van zichzelf mochten houden was het WK een genoegdoening. De Duits-Turkse schrijver Ferudin Zaimuglu (1964) werd altijd aangestaard als hij zijn liefde voor Duitsland toonde. „Mensen keken me aan alsof er een vis uit mijn mond hing.”

Volgens schrijfster Juli Zeh (1974) was de belangrijkste eigenschap van Duitsers „alles enigszins goed te doen en tegelijk alles vreselijk te vinden”. Voor haar schuilt het nieuwe patriottisme in de „bekentenis dat niet alles zo slecht was als we altijd dachten”.

Deutschlandfunk vroeg bekende Duitsers naar het ‘nieuwe patriottisme’: www.dradio.de/dlf/sendungen/schwarzrotgold/

    • Michel Kerres