De stelling van Willem van Leeuwen: Bestuurlijke vernieuwing plaatst burger centraal

Bestuurders en politici kunnen het vertrouwen van de burger alleen herwinnen door ruimte te bieden aan maatwerk in maatschappelijke dienstverlening op lokaal niveau, zegt voorzitter Willem van Leeuwen van de koepelorganisatie van woningcorporaties (Aedes) tegen Hans Buddingh’.

Willem van Leeuwen is voorzitter van de koepelorganisatie van woningcorporaties (Aedes). (Foto’s Eveline Jacq) Europa, Nederland, Hilversum, 11-10-2006 Vereniging van wooncorporaties AEDES voorzitter mr.W.D. van Leeuwen. Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

U heeft volgens eigen zeggen de monsterscore in 2002 van de Lijst Pim Fortuyn ook voor uzelf als een ‘gele kaart’ ervaren. In welke zin?

„Het was een waarschuwing dat de burgers echt ontevreden zijn over de kwaliteit van het hele bestuurlijke functioneren om hen heen en de kwaliteit van de publieke dienstverlening. Dat hebben ze uitgedrukt in een tegenstem naar Den Haag, terwijl heel veel van die dingen helemaal niet zoveel met Den Haag te maken hebben, niet vanuit Den Haag worden aangestuurd. Dus wanneer iemand als socioloog Gabriël van den Brink het heeft over de professionals die weer ruimte moeten krijgen, dan gaat het over sturingsconcepten voor maatschappelijke ondernemingen.”

Hoe moet dat vorm krijgen? Programma’s van grote partijen spreken over vermindering van bureaucratie, meer taken naar gemeenten. Goede stappen?

„Ik heb een discipline ontwikkeld eerst te praten over dingen waarvoor ik zelf verantwoordelijkheid draag.’’

Woningcorporaties zijn vaak bureaucratische bedrijven en schoolbesturen zijn managementbolwerken.

„Ze verrichten dagelijks prestaties die het verschil in de buurt maken, dat is te weinig zichtbaar. De kunst is hoe we onze ondernemingen zo kunnen leiden dat ze weer herkenbaar zijn als ondernemingen van de burgers. Dan moet je de organisaties zo inrichten, dat de professional, de mensen voor de klas, of de wijkmanager van de corporatie, zoveel mandaat hebben dat zij aanspreekpunten zijn die de problemen oplossen. Dus de stelling zou kunnen zijn: echte bestuurlijke vernieuwing waar we in de samenleving beter van worden is een bestuurlijke vernieuwing die aansluit bij de beleving, de problemen en de reikwijdte van burgers. Een van de mooiste citaten komt van oud-SER-voorzitter Herman Wijffels: dingen die er voor de mensen toe doen – wonen, onderwijs, veiligheid – moet je zo organiseren dat ze erbij kunnen.’’

Maar hoe moet je dat concreet doen, is er niet te veel dichtgeregeld?

„Ja. Je moet een heldere keuze maken als overheid. Je beperkt je tot kaders. Dus we gaan nog wel naar de stembus omdat we een overheid willen die een visie heeft op waar het naar toe moet in de samenleving, ook op terreinen van wonen, werken, onderwijs, veiligheid. En je moet ervoor zorgen dat dichtbij de burgers inhoud gegeven wordt aan die kaders op een manier die ook waarborgen biedt voor goede kwaliteit. Dus een stelsel opbouwen van checks and balances. Niet zelf je weer helemaal wezenloos gaan controleren, met al die formulieren. Gek wordt iedereen ervan.’’

Hoe zit het met de democratische legitimatie van maatschappelijke ondernemingen als corporaties, zorginstellingen?

„Een zeer relevante vraag. Die moet opnieuw worden beantwoord als je het over een andere ordening hebt. De corporatie moet aangeven wie de belanghebbenden zijn. Dat betekent dat deze stakeholders, een goede doorsnee van de samenleving, ook een geborgde positie krijgen in de beleidscyclus. Het tweede: er wordt gewerkt mede op basis van een gemeentelijke woonvisie. Corporaties ontlenen de legitimatie deels ook aan prestatiecontracten met de gemeente.’’

Kun je ook denken aan verkiezingen van besturen van maatschappelijke ondernemingen, zoals in de VS bij ‘schoolboards’?

„Dan wordt het weer semi-overheid of overheid. Rechtstreekse verkiezing is geen garantie dat je goed bestuur krijgt. Dat zien we in Zuid-Europese landen. Het grote voordeel van maatschappelijke ondernemingen is dat ze actiever, ondernemender en efficiënter werken dan de overheid. Een van de waarborgen kan zijn dat stakeholders toegang krijgen tot de ondernemingskamer, als ze vinden dat het bestuur het niet goed doet, er echt groot ongenoegen is in de lokale samenleving en de raad van commissarissen niet ingrijpt.’’

Over thuiszorg gaan fraudeverhalen, bij corporaties gaat het over huizenhoge salarissen van sommige directeuren. Hoe is dat te voorkomen, het ondermijnt toch het vertrouwen van de burger?

„Dat snap ik heel goed. Het is misschien teleurstellend, maar je voorkomt het niet. De toppen van de maatschappelijke ondernemingen zijn een redelijke doorsnede van de samenleving, dus er zit een vergelijkbaar percentage boeven tussen. Ten tweede kun je proberen het te voorkomen. De beste waarborg is hoogwaardige raden van commissarissen. Daar moeten alle maatschappelijke ondernemingen een stevige slag maken.’’

Wat moet er concreet veranderen om zaken als wonen, veiligheid, zorg aanraakbaar voor mensen te maken?

„Het betekent dat professionals die in de buurt werken zoals de locatiemanager van de school, de locatiemanager van de corporatie, en andere organisaties, in een netwerkstructuur moeten opereren. Daar zijn burgers uit die wijk bij betrokken, zoals bewonersplatforms, die bepalen hoe de inhoud eruit ziet. In de ene wijk werk je samen met de politie en het Leger des Heils, het centrum voor alcohol en drugs. In een andere wijk met een zorgaanbieder. In weer een andere wijk ben je bezig met progamma’s voor sport en naschoolse opvang, omdat bepaalde groepen jongeren het verstieren. De corporaties zitten met vastgoed in de wijk en hebben daar dus ook belang bij. Leefbaarheid is een rekbaar begrip. Maar het is vaak te vertalen naar vastgoedwaarde. Corporaties zijn in staat hun investeringskracht om te zetten in wijkkracht.’’

Zoals in Rotterdam-zuid, waar corporaties en gemeente een miljard investeren?

„Ja. Maar de corporaties moeten niet de rol van gemeente of onderwijs overnemen. Ze zijn misschien wel vaak degenen die dat netwerk op buurtniveau op gang kunnen brengen. En dan hoor ik mensen die in systemen denken zeggen: maar dan gaat het overal verschillend. Dat is nou juist de essentie van professionaliteit: dichtbij de burger.’’

Mooi. We zijn vier jaar na de ‘gele kaart' van Fortuyn, huurders klagen nog steeds dat hun corporatie niet of traag reageert bij overlast of achterstallig onderhoud.

,,Ik weet dat dingen beter kunnen. Maar er is ook geweldig veel verbeterd om klantgericht te werken. Corporaties hebben veel meer mensen in dienst die werken aan oplossingen van problemen als burenruzies en dergelijke.''

De commissie-De Grave, waarvan u lid was, adviseerde in 2005 ‘bestuurlijke drukte’ en ‘hindermacht’ van bureaucraten aan te pakken, die de door u gewenste ontwikkeling frustreren.

„Aan de politieke kant is er absoluut het besef: als je de reacties leest, nu van het bijna demissionaire kabinet, en ook Balkenende II trouwens, op al die rapporten, ook van SER en van WRR. Maar dan gaat het er vervolgens om: kan de politiek de bureaucratie aansturen? Ik ben niet van de afdeling die dan meteen roept, gooi er 20.000 ambtenaren uit, dan wordt het vast beter in Nederland. Dat vind ik een beetje populistisch.’’

Wel ambtenaren verschuiven naar de uitvoering, zoals politieke partijen zeggen?

„Ja. Minder beleid, minder controle op centraal niveau, meer visie en versnelde procedures lokaal. En het zwaartepunt van het toezicht hoort in de onderneming bij de raad van commissarissen te liggen.’’

Welke partij verwoordt in haar verkiezingsprogramma uw stelling het beste?

,,Het woord maatschappelijke onderneming gebruikt het CDA het meest. Maar ik vind in het program van de PvdA ook ongelooflijk veel denkwerk dat met deze visie spoort. GroenLinks zit daar tussenin. Ik mocht meepraten bij het verkiezingsprogramma van CDA en PvdA en heb meegewerkt aan het ontwerp van GroenLinks. Dat is part of my job. ’’

Is er dan sprake van een bredere herwaardering van het maatschappelijk middenveld?

„Ja, maar van het woord middenveld, krijg ik pukkeltjes.’’

Waarom?

„,Dat roept bij mensen in het land en politici ook associaties op met verzuiling, paternalisme, en meer van die dingen. Dus ik heb het liever gewoon over maatschappelijke ondernemingen.’’

    • Hans Buddingh'