‘Dat mooie, kleine meisje, zou ze nog leven?’

Brigit Hillenius (1961) is cameraman. Afgelopen week was ze samen met regisseur Karin Junger in Mali om een programma te ontwikkelen voor de plaatselijke televisie. Hillenius is getrouwd met Maurice Bedaux en heeft twee kinderen: Mozes (9) en Dirkje (8).

Brigit Hillenius in Mali: „Alle leed met kinderen doet huilen. Tegelwijsheid. ‘Weeffout van de natuur’, zou mijn lieve en overleden vader Dick Hillenius zeggen.”
Brigit Hillenius

Vrijdag 6 oktober

Wat trek ik aan vanavond? En waar zijn die twee oplaadbare zaklantaarns? De hersenen malen onophoudelijk, half acht ’s ochtends, terwijl ik de broodtrommels probeer te vullen. Twee volkomen verschillende situaties strijden in m’n hoofd om aandacht: vanavond het Gala met de uitreiking van de Gouden Kalveren. Onze straatmusical Bolletjes Blues heeft kans op vier kalveren (art-direction, muziek, mannelijke hoofdrol en scenario), en dan die andere, veel omvattende reis, onze tv-missie in Mali.

De regisseur met wie ik Bolletjes Blues gemaakt heb, Karin Junger, zit al in Mali om het project, een vernieuwend tv-magazine voor de Malinese televisie, voor te bereiden. We hadden er in de aanloop naar Mali geen rekening mee gehouden dat onze speelfilm Bolletjes Blues kansen had in de competitie van het Nederlands Filmfestival. Hoe anders oordeelde de jury. Ik zou vandaag op het vliegtuig stappen naar Mali. Karin staat te springen om te beginnen, maar onze eersteling dan vanavond op dat Gala?! Toch maar gebleven, ander ticket gekocht.

Later, na de uitreiking. De hoofdrolspeler, rapper Maurits ‘Negativ’ Delchot, genomineerd voor Beste Hoofdrol, zag er zo mooi uit. De stoere jongen wordt welhaast kwetsbaar in zijn grijze krijtstreep-pak. We krijgen een Gouden Kalf voor Muziek, ik spring uit mijn stoel, gil het uit, samen met de componisten. Voor een muziekfilm niet slecht. Ook wel gehoopt op scenario, maar ik spreek mezelf toe: „Niet zo gulzig, B, onze eerste film en meteen vier nominaties en een Kalf.”

Zaterdag

In het vliegtuig naar Bamako. Ik ben vol, van het Kalf en van het verhaal over die avond dat ik straks aan Karin ga uitbeelden. Vol van slaap ook, nawee van al die spanning gister. Een medepassagier leest een reisboek over Mali. Ik weet niets van Mali, geen toeristisch hoogtepunt of bevolkingsaantal, geen politici. Is dat de arrogantie van de professional? Het maakt me nu licht en ontvankelijk als een kind. Alles is mogelijk.

Karin heeft per telefoon wel verteld over de ondervoede kinderen die ze zag in een klein ziekenhuis op het platteland. Meteen merk ik het afweermechanisme. Niet over piekeren, je kunt je van tevoren niet wapenen. Zelf moeder, schrik ik iedere keer van die weke plek die in mijn opvangmechanisme is ontstaan. Alle leed met kinderen doet huilen. Tegelwijsheid. ‘Weeffout van de natuur’, zou mijn lieve en overleden vader Dick Hillenius zeggen. Hij had er zelf ook last van.

Bamako. Manu Hartsuyker, producent van het tv-project, haalt me uit de aankomsthal. Onderweg zie ik in de stad drie mannen onder een vierkante klamboe op straat slapen. Het hotel is weelderig en koel, het weerzien uitbundig. Karin trekt alle woorden uit mijn mond en ik ben veel te opgewonden en luidruchtig voor geluidsman Mark Wessner. Als ik zelf eindelijk wat wil horen over ons missie hier, kapt Karin het af. Morgen in de auto. Ik blijf in een vacuüm tussen Kalveren Gala en straatslapers hangen. Wat doe ik hier?

Zondag

Karin Junger en Ibrahima Coulibaly, Malinese vakbondsman van de AOPP, hebben het ambitieuze plan opgevat om een wekelijks tv-magazine te ontwikkelen voor boeren, waarin alles gezegd mag worden. Deze week gaan we dat programma ontwikkelen. Per auto uren onderweg naar Niono. Mooie manier om langzaam in een nieuw land aan te komen. Karin vertelt me over de bevlogen dokter die dagelijks ondervoede kinderen krijgt en hoe hij ondervoeding beschrijft als ‘het bed voor alle ziekten’. Ondertussen glijden de lemen hutjes en vrouwen in kleurige kleding voorbij. Ben me weer scherp bewust van het voorrecht om ingevlogen te worden en meteen onder de vleugels van André, Mustafa en Usman deze nieuwe wereld in te duiken. Tegelijk verrukkelijk, bevreemdend en confronterend. Dat laatste verandert als Mark met zijn ‘leerlinge’, verlegen Amoua, en ik met self-made cameraman Mustafa de apparatuur gaan verkennen. Heb ik ooit het mooiste beroep van de wereld in het Frans uitgelegd? Mustafa zit er bovenop, helpt me bij alle termen, licht op als ik een trucje voor de kleur laat zien, terwijl Karin glunderend om ons heen danst met een fotocamera. Dit is echt leuk, Mustafa laat me niet los en ik raak verstrikt in alles wat er nog meer te vertellen is. Mag ik ophouden, morgen verder?

Maandag

Ziekenhuis Niono, spreekuur van arts Coulibaly. Een jonge vrouw wacht gehurkt met haar kleine, zwaar ondervoede baby tot ze aan de beurt is. Wij zien dat het kind meer dood dan levend is. Waarom blijft ze zo geduldig haar beurt afwachten, probeert ze niet voor te dringen bij al die anderen die niet bijna dood zijn? Zo gaat dat hier niet. Twee uur later is ze eindelijk aan de beurt. Haar jonge man komt erbij (lijkt me niet ouder dan zestien). De dokter vraagt eerst beleefd om toestemming voor het filmen, legt uit dat het over voedsel en ondervoeding gaat. Ze vindt het best, en we filmen hoe hij rustig de tijd neemt voor de voorgeschiedenis, waar ze wonen. Dan naar de onderzoekskamer, baby op de tafel, dokter ontvouwt het bundeltje lappen en daar ligt ze, uitgemergeld en in een veel te groot luierpakje. Haar knieën zakken slap opzij. De dokter kijkt in haar oortje, luistert met de stethoscoop op borst en buik, en geeft het meisje in de lappen terug aan de moeder. Ik weet niet wat er gebeurt, film gewoon verder, maar ondertussen die hersens malend. Is het meisje niet al dood? Weet de dokter niet wat te doen, nu met die cameraploeg? Maar ik zie hem niet zenuwachtig zijn. Dat mooie, kleine meisje van twee maanden, zou ze nog leven dan?

In de spreekkamer legt de dokter uit over hospitalisering, maar de jonge ouders willen eerst terug voor toestemming van het familiehoofd. Ineens wil de dokter Karin alleen spreken. Het meisje is al dood, bekent hij. Waarom niet vertellen, suggereert Karin. Terug bij de ouders vertelt de dokter heel rustig dat het meisje helaas al is overleden. De jonge vrouw slaat een hand voor haar gezicht, alle hoop weg. Ze heeft zo lang met haar meisje zitten wachten. De vader bedankt de dokter en weg zijn ze, geruisloos. Mark en ik lopen naar buiten, heel stil, geluid en camera.

Dinsdag

Gister nog een ander ondervoed meisje (15 maanden, 4 kilo) gefilmd tot en met de opname in het smoezelige bed. Gebrek aan geld voor medicijnen en het ziekenhuis is vaak een reden om een kind niet te laten behandelen. Dit meisje had geluk, er kwam een cameraploeg met een vakbondsman langs die aan instant liefdadigheid wilde doen. Het meisje protesteert flink als de mopperende zuster een infuus probeert aan te leggen in het piepkleine handje.

Vandaag naar het dorp met de vader, of nee, de oudste oom, terwijl moeder achterblijft in het ziekenhuis, naast haar kind op bed liggend. Karin vraagt de oom om voor de camera uit te leggen hoe het komt dat er zo weinig goed voedsel is. Laten we nu net de meest verlegen man van het dorp hebben getroffen. Het is ook niet erg bemoedigend. Werkelijk het hele dorp kijkt mee. Voor hem de camera op twee meter afstand en boven hem die microfoon. Hij is wel eerlijk en zegt telkens: „Ik kan het niet.” Maar dan ken je cameraploegen niet. ‘Nee’ is zelden ‘nee’ voor hen. Ik hou met mijn camera-oog ook meteen van hem. Aarzelend als hij is, komt hij toch kranig over. Uiteindelijk komt hij tot een verhaal, kort en bondig, precies goed natuurlijk. Hij opgelucht, wij blij. En de avond in het dorp ontaardt in een uitgelaten kinderfeest. Slopende dagen, maar wat bijzonder om hier te zijn, verzuchten we.

Woensdag

Zangeres Moulimali heeft een lied gemaakt over voedsel. In het vergaderzaaltje van de plaatselijke vakbondsafdeling komt ze met vijf man om een hele geluidsinstallatie op te stellen. Ernstig doen de mannen hun werk, terwijl Mark zichtbaar kregelig wordt. Ondanks uitgebreid overleg is kennelijk niet duidelijk geworden dat er geen geluidsversterking nodig is, want Mark wil Moulimali gewoon met zijn eigen microfoon opnemen. Een van de vele misverstanden. Karin springt in en weet diplomatiek het tij te keren. Dan nog iedereen overtuigen dat het echt stil moet zijn, alle telefoons uit, ook geen gefluister. We staan klaar en dan gebeurt het. De gitarist begint zijn intro, en Moulimali valt in met een stem als een klok, nog nooit zo letterlijk gehoord. Het is de helderheid van een stem die ver wil dragen. Als het klaar is, dendert het applaus door de vergaderzaal. Eind goed al goed, voor deze ochtend dan.

Donderdag 12 oktober

Met het einde in zicht, komt de heimwee los naar mijn lieve, grote Moos en Dirkje. En naar Maurice die ik eigenlijk altijd mee zou willen nemen, om te laten zien wat voor een merkwaardig beroep het eigenlijk is. Maar dat weet hij wel. Hij zal dit dagboek eerder lezen dan dat ik thuis ben. Eerst nog uitgebreid adressen uitwisselen met Mustafa, Aoua en André. Beloften om te helpen met hun volgende film. Prachtig idee over de oude garde Malinese muzikanten. Die neiging om te helpen is onuitroeibaar.

    • Brigit Hillenius