China heeft nog niet alle hoop opgegeven

China wil rust aan zijn grenzen. Peking is daarom geschokt door de bomproef van Noord-Korea. Maar volgens hoogleraar Wang Jisi kan er opnieuw worden gepraat. Er is nog hoop.

Wang (Foto Johannes van Assem) foto: Johannes van Assem 13-10-2006 leiden Prof. Wang Ji Si Assem, Johannes van

Leiden, 14 okt. - Bijna een week na de Noord-Koreaanse klap is nog steeds niet zeker of Kim Jong-il de wereld heeft opgeschrikt met een echte kernproef of blufpoker heeft gespeeld. Vliegtuigen speuren nog naar radioactieve straling. Maar de politieke fall out is al wel goed meetbaar. De VS én China haalden fel uit naar Pyongyang. Maar snel daarna plooiden zij zich, antagonisten eigen, naar vertrouwde patronen.

China verzette zich fel tegen verregaande, bindende VN-sancties – zoals Washington wilde. De optie van militair ingrijpen om naleving af te dwingen, is helemaal onbespreekbaar. Zo staan Washington en Peking opnieuw tegenover elkaar. Met dank aan Kim.

Dát is evenwel overdreven, zegt hoogleraar internationale betrekkingen Wang Jisi van de Universiteit van Peking. Wang, ook verbonden aan de prestigieuze school van de Communistische Partij, was gisteren in Leiden voor een symposium van de VeerStichting.

Volgens Wang is China’s voorzichtige opstelling in de Veiligheidsraad heel begrijpelijk. „China wil in alle omstandigheid zijn flexibiliteit behouden”, zegt hij.

Maar vergis je niet: die terughoudendheid betekent niet dat China ‘dubbelspel’ speelt, zegt Wang. Net als de VS is China is er alles aan gelegen Kim Jong-il in te tomen – maar daarbij zal Peking nooit de eigen nationale belangen uit het oog verliezen.

China wil per se stabiliteit en rust aan de noordoostelijke grens. Het is als de dood voor ineenstorting van het regime in Pyongyang („Wat komt er dan?”) en chaos. Om nog maar te zwijgen over het nachtmerriescenario van Amerikaanse, Zuid-Koreaanse en Japanse troepen op het schiereiland. Daarom dringt het aan op nieuw diplomatiek overleg. Maar „dat betekent niet dat Peking bereid is Koreaanse kernbommen te accepteren”, aldus Wang.

Dan is de angstige vraag of China nog wel invloed heeft in Pyongyang. Peking waarschuwde Kim geen kernproef te nemen, maar die liet afgelopen maandag twintig minuten vóór de knal weten niet te zullen luisteren. Al eerder waren er signalen van Noord-Koreaanse koppigheid. In januari toerde Kim Jong-il door China en gaf daar hoog op over de economische hervormingen. Maar terug in zijn kluizenaarsland werd niet of nauwelijks meer gerept over het bezoek. En deze zomer, na Noord-Koreaanse raketproeven, werd een hoge Chinese delegatie demonstratief niet ontvangen door Kim.

„Vernedering is een groot woord”, zegt professor Wang, maar dat China zich „beledigd” voelt door de Noord-Koreaanse kernproef, is een feit. „Het was precies de provocatie die we niet hadden gewild.”

Maar, zegt hij: „Ik geloof niet dat mijn regering nu al de conclusie heeft getrokken dat de zaken onomkeerbaar zijn. Zeker, je kunt op dit moment moeilijk optimistisch zijn. Maar China heeft nog niet alle hoop opgegeven.” Daarom zullen China’s maatregelen (jegens Pyongyang) „weloverwogen” zijn en ze zullen „stap voor stap” worden genomen.

Volgens waarnemers is de Noord-Koreaanse crisis een gouden kans voor China om zijn prestige als diplomatiek bemiddelaar in de wereld op te vijzelen. Maar omdat in Peking niet eenstemmig wordt gedacht over Noord-Korea – met in sommige kringen sympathieke gevoelens voor Pyongyang – is China niet in staat snel en krachtig op te treden. Daardoor ontglipt voor Peking het momentum om een „verantwoordelijke rol” te gaan spelen op het wereldtoneel, zoals Washington openlijk verlangt.

Wang glimlacht. „Ik ben erg cynisch over het beleid van de regering-Bush. De VS willen China nu een leidende rol opdringen in de Noord-Koreaanse kwestie. Een rol die ze zelf ontlopen. Als je zegt dat je een niet-militaire oplossing wil en je weigert tegelijkertijd rechtstreeks te praten met het land waarmee je problemen hebt, zoals Noord-Korea wil, begrijp ik het niet. Natuurlijk willen de VS dat China het probleem oplost. Zelf hebben ze al hun tijd en energie nodig voor hun problemen in Irak en in Afghanistan.”

Het is een plaagstootje naar de enige grootmacht in de wereld, met, in potentie, China op de tweede plek. „Vrienden zullen China en de VS nooit worden”, zegt Wang. Daarvoor zijn hun ideologie en hun politieke systeem („China is niet klaar voor oppositiepartijen”) te verschillend en hun strategische belangen te concurrerend.

Maar dat is helemaal niet erg, zegt Wang. Nooit in de geschiedenis zijn de nummer één en twee in de wereld echte vrienden geweest. Waar het om gaat is dat ze niet vijandelijk tegenover elkaar staan. En dat doen de VS en China niet, ook niet na de bom van Kim, vindt Wang.

    • Wim Brummelman