Boston geeft antieke kunst terug aan Italië

Als eerste Amerikaanse museum geeft het Boston Museum of Fine Arts geclaimde antieke kunst terug aan Italië. Het belooft voortaan alle aankopen op dit gebied te melden.

Als eerste museum in de Verenigde Staten heeft het Museum of Fine Arts (MFA) in Boston antiquiteiten aan Italië teruggegeven. Bovendien heeft het museum als eerste een overeenkomst met Italië gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over samenwerking in de toekomst. Het museum hoopt de eerste vrucht hiervan: Italiaanse bruiklenen, bekend te maken als minister van cultuur Rutelli volgende maand Boston bezoekt.

De teruggave volgt na een kruistocht van de Italiaanse regering om illegaal opgegraven of geëxporteerde Romeinse kunst terug te vorderen. Eerder beloofden het Metropolitan Museum te New York en het Getty Museum in Californië al kunst terug te geven, maar dat hebben ze nog niet gedaan.

De dertien voorwerpen uit Boston werden onlangs overgedragen in Rome, waar MFA-directeur Malcolm Rogers en Italiaanse minister van cultuur Francesco Rutelli ook de overeenkomst ondertekenden. Deze houdt onder meer in dat het museum eerst met Italië overlegt voordat het kunst uit de oudheid aankoopt of in bruikleen neemt.

Het opvallendste van de objecten is een twee meter hoog marmeren beeld uit ongeveer 136 n.Chr. van Sabina, vrouw van keizer Hadrianus. Het Italiaanse ministerie van cultuur schrijft op zijn site (www.beniculturali.it) dat het hoogstwaarschijnlijk afkomstig is van Hadrianus’ villa in Tivoli. Het beeld was tot begin vorige maand nog onderdeel van de vaste opstelling in Boston. De andere voorwerpen zijn voornamelijk vazen, drinkbekers, watervaten, olieflessen en mengkommen. Tot midden volgende week zijn ze in Rome te zien, in het Museo Nazionale Romano di Palazzo Massimo alle Terme.

Eind vorig jaar, zegt adjunct-directrice Katie Getchell van het MFA, bereikte het museum vanuit de media berichten als zou Italië een claim voorbereiden. „Wij hebben toen Italië zelf benaderd. De Italianen bleken informatie te hebben die ons het sterke gevoel gaf dat wij niet de rechtmatige eigenaren waren van deze objecten.” Het museum heeft dat proces zelf vereenvoudigd, zegt Getchell, door als enige een beschrijving van de 330.000 objecten in zijn collectie, inclusief de herkomst, openbaar toegankelijk te maken op zijn site (www.mfa.org/collections). „Dankzij die openheid heeft een overlevende van de Holocaust ook een kunstwerk teruggevonden dat wij hebben teruggegeven.”

Twee van de dertien gerepatrieerde objecten had het museum gekocht van Jerome Eisenberg, eigenaar van de Royal Athena Galleries in New York. Hij zegt ze van een betrouwbare bron te hebben gekocht, één in 1984 op een veiling bij Sotheby’s en één in 1976 van een Zwitserse handelaar. Bovendien vindt hij het bewijs van de Italianen niet erg overtuigend: „Ze hebben zich gebaseerd op foto’s van opgravingen en van vóór en na de restauratie van de voorwerpen. Die leveren geen bewijs dat ze opgegraven zijn na 1970, het jaar dat de Unesco als grens voor illegale opgravingen hanteert.” Eisenberg zegt ook dat hij nog meer voorwerpen aan het museum heeft geschonken dan verkocht. Drie van de nu teruggeven voorwerpen waren geschonken door de inmiddels gepensioneerde MFA-conservator Cornelius Vermeule.

Archeoloog Malcolm Bell van de universiteit van Virginia, die tevens vicevoorzitter is van de commissie ethiek bij het Archaeological Institute of America , is voorzichtig optimistisch over de nieuwe samenwerking. „Wij zijn blij dat er oplossingen komen voor de problemen rond claims en teruggave. Nu is het belangrijkste hoe het aankoopbeleid er in de toekomst uitziet. Als musea blijven kopen, blijven ze de vraag voeden.” De American Association of Museum Directors heeft weliswaar nieuwe richtlijnen hiervoor, maar die zijn volgens Bell ontoereikend. „Ze spreken alleen over objecten die afkomstig zijn van officiële opgravingen, maar iedereen weet dat de meeste antiquiteiten die zonder documentatie worden aangeboden, illegaal zijn opgegraven.”

Het MFA is overigens bezig met een verbouwing die 500 miljoen dollar gaat kosten.