‘Aandacht voor microkrediet is erg overdreven’

De Nobelprijs voor de vrede voor econoom Yunus is begrijpelijk, maar de hype rond zijn microkredieten heeft ook gevaarlijke kanten. ,,Daar is Yunus medeschuldig aan.”

Jaco Alberts

De Tilburgse econoom en hoogleraar Jeffrey James had het twee weken geleden al voorspeld: de Nobelprijs voor de vrede gaat dit jaar naar Muhammad Yunus, de econoom uit Bangladesh. Hij wordt als uitvinder beschouwd van het microkrediet. „Niemand in de wereld heeft zoveel gedaan voor de allerarmsten,” zegt James die zelf veel heeft gewerkt in Afrika. Met de kleine kredieten kunnen arme mensen zelf een bedrijfje beginnen om zich uit hun armoedige bestaan te ontworstelen.

Op de Nobelprijs voor economie maakte Yunus weinig kans, zo schat James in. „Daarvoor doet hij iets dat te weinig aansluit bij zaken waar vooraanstaande economen mee bezig zijn.” Dat het de vredesprijs werd, kan James goed begrijpen: „Microkrediet weerhoudt een hele groep mensen ervan weg te zinken in de ellende van Aids, misdaad of prostitutie.”

Dat microkrediet veel voor arme mensen kan betekenen, staat buiten kijf. Volgens het comité dat de Nobelprijs uitreikt is het zelfs uitgegroeid tot een van de belangrijkste instrumenten in de strijd tegen armoede. Volgens het ministerie van buitenlandse zaken hebben de drieduizend instellingen voor microkrediet wereldwijd een kleine honderd miljoen klanten. Maar omdat het om zulke kleine bedragen gaat, is het macro-economische effect nog niet meetbaar, zeggen economen.

Microkrediet is hot. De Verenigde Naties riepen 2005 uit tot het jaar van ‘het jaar van het microkrediet’. In Nederland is microkrediet al lang niet meer een exclusief speeltje van ‘alternatieve’ instellingen als de Triodos Bank. Ook gevestigde banken doen er aan. De grote Nederlandse ontwikkelingsorganisaties geven vijf tot tien procent van hun budget uit aan microkrediet-projecten en Prinses Maxima profileert zich als een warm pleitbezorger. Zij noemde de toekenning van de Nobelprijs aan Yunus gisteren „fantastisch”.

Toch bestaat er kritiek op de aandacht voor microkrediet. Het wordt enorm gehypt, vindt Henk Moll, universitair hoofddocent in Wageningen. Hij heeft vele jaren gewerkt in Indonesië waar microkrediet ook een grote populariteit geniet, miljoenen mensen maken er gebruik van. „Die hype is begrijpelijk, want het is één van de weinige succesverhalen uit de ontwikkelingssamenwerking.” Moll is bevreesd voor de sterke koppeling van microkrediet aan de bestrijding van armoede. „Daar is Yunus medeschuldig aan. Zoals hij hier vorig jaar in Nederland rondliep, wekte hij sterk de indruk dat hij de armoede wel even uit de wereld kon helpen. Maar microkrediet is geen universeel middel tot het terugdringen van armoede.” Volgens Moll vraagt dat meer. „Microkrediet werkt alleen maar als het complementair is met investeringen van de overheid in infrastructuur, onderwijs en dergelijke. Het gevaar bestaat dat al die aandacht voor het succes van microkrediet overheden een argument geven zich terug te trekken en niet meer te investeren.”

Ook werkt het systeem van microkredieten niet overal en loopt het soms zelfs op drama’s uit, zegt Moll. „De microkredieten worden vaak gefinancierd met geld dat door anderen wordt gespaard. Dat is op zichzelf natuurlijk prima. Maar in Afrikaanse landen als Zambia en Congo waar regeringen hun inflatie laten oplopen tot meer dan honderd procent per jaar, betekent het dat mensen die sparen in een paar jaar tijd alles wat ze hebben kwijt zijn. In dat soort landen moet je mensen helemaal niet laten sparen.”

    • Jaco Alberts