Vergrijzing brengt EU-landen in problemen

De vergrijzing zal een aantal Europese landen in de toekomst in ernstige financiële problemen brengen. „De pensioenen zijn een tijdbom”, zei Europees Commissaris Joaquin Almunia (Monetaire Zaken) gisteren bij de presentatie van een studie van de Europese Commissie over de gevolgen van vergrijzing voor de 25 EU-lidstaten. „De meeste landen moeten echt wat doen om die bom onschadelijk te maken. Anders gaat hij af in de handen van onze kinderen en kleinkinderen.”

Volgens de studie zijn er in 2050 in de Europese Unie op iedere gepensioneerde nog maar twee werkende mensen. Nu is die verhouding één op vier. Als er geen maatregelen worden genomen, dan zullen de schulden van de overheden snel stijgen. De gemiddelde schuld van de 25 EU-landen bedraagt nu 63 procent van het bruto binnenlands product. In 2050 kan dat zijn opgelopen tot 200 procent.

De landen van de Europese Unie zijn onder te verdelen in drie categorieën: landen met een groot, een middelgroot en een laag risico. Nederland behoort tot de landen met een laag risico. „Maar dat is niet hetzelfde als géén risico”, zei Almunia.

Nederland hoeft zich relatief weinig zorgen te maken over de gevolgen van de vergrijzing voor de overheidsfinanciën. De kosten van de AOW zullen de komende jaren wel stijgen, maar omdat Nederland zijn begroting op orde heeft, zal dat waarschijnlijk niet voor grote problemen zorgen.

Lidstaten waarover de Europese Commissie zich veel zorgen maakt zijn Tsjechië, Cyprus, Griekenland, Hongarije, Portugal en Slovenië. Landen kunnen volgens de studie drie dingen doen: het begrotingstekort verkleinen, de pensioenstelsels hervormen of de arbeidsproductiveit verhogen. Dat laatste kan bijvoorbeeld door werknemers langer te laten werken.