Vanaf morgen niet meer: klokgelui op zondag

Zondagochtend. Zalige zondagochtend. Geen werk. Geen sport. Geen sociale verplichtingen – behalve het onvermijdelijke schoonouderlijk bezoek aan het eind van de middag. Maar tot die tijd: Niets. Een voorzichtige, veelbelovende zonnestraal door de gordijnkieren. Tegen twaalven misschien een croissantje. Maar eerst nog even omdraaien nu. Weer diep onder de dekens. Rust. Slaap. Heerlijk lui.

Maar nee. Om kwart over negen is het weer raak. En dan om half tien. En om kwart voor tien wéér. Zoals eigenlijk elke zondag – je zou inmiddels beter kunnen weten. Uitslapen is ijdele hoop, want op zondag moeten er mensen naar de kerk. En die weten kennelijk nog altijd niet precies hoe laat de dienst begint. Of zijn slechtziend, en moeten voorzichtig voortschuifelend op het geluid van de klokken hun weg naar het kerkgebouw zien te vinden.

Kerkklokgelui op de vroege zondagochtend – waar is het in godeshemelsnaam (excusez le mot) nog voor nodig? Op vrijwel elk vlak is de kerk, in elk geval in de Randstad, volledig uit het zicht verdwenen. Maar elke zondagochtend lijkt het weer heel even alsof we met z’n allen nog een reuze godsvruchtige natie zijn. Zou de kerk er daarom zo krampachtig aan vast houden?

Want wat kan anders het nut nog zijn? Wellicht dat ooit, bij het ontstaan van de kerkdienst, de kerkgangers nog niet over een horloge beschikten, maar we mogen aannemen dat zelfs de gelovige goegemeente moderniseert.

Ook was er misschien ooit nog een tijd dat dolende zielen op straat door het klokgelui werden aangespoord om hun heil onverhoopt in het godshuis te zoeken. Maar in deze ontkerkelijkte tijden keren ze zich nog eerder tot de moskee. Het is onwaarschijnlijk dat de kerk hen met zijn opdringerige lawaai nog voor zich wint.

En voor die paar mensen die nog altijd wél gaan, heeft de waarschuwing ook weinig nut. Want na jarenlang trouw elke zondagochtend om tien uur in de houten bankjes te zijn aangeschoven mag in elk geval bij hen het aanvangstijdstip van de dienst toch wel bekend worden verondersteld.

Resteert dus slechts een sentimentele reden: die van de nostalgie. Van het ritueel. Maar in onze geïndividualiseerde samenleving kunnen collectieve rituelen niet meer zo makkelijk worden afgedwongen. Niks tegen mensen die zich willen wentelen in tradities, maar liever niet ten koste van mijn welverdiende zondagochtendrust. Ik beluister mijn iPod toch ook met koptelefoon?

Ik stel dan ook voor: wie wil, kan zich – via internet of telefoon – op zondagochtendklokgelui abonneren. Dan kan de rest tenminste rustig uitslapen.

    • Herien Wensink