Parijs verlegen met genocidewet

De Franse senaat moet nog instemmen met het verbod op ontkenning van genocide. De Armeense gemeenschap wil vooral Turkije weren uit de EU.

Turkije komt nooit bij de Europese Unie, zongen enkele honderden Armeense demonstranten gisteren in Parijs. Dat was hun conclusie na een parlementair debat in de Franse Assemblée Nationale waarin de Turkse toetreding niet één keer expliciet genoemd werd – maar er was waarschijnlijk niemand die er niet aan dacht.

Met een ruime meerderheid stemde het Franse parlement in met een wetsvoorstel dat vooralsnog uniek is in Europa. Wie ontkent dat de Ottomaanse Turken in 1915 genocide hebben gepleegd op de Armeniërs, kan straks in Frankrijk een jaar gevangenisstraf en 45.000 euro boete riskeren – dezelfde sancties die staan op het ontkennen van de holocaust. Alleen de Franse senaat hoeft nu nog in te stemmen voordat deze sanctie wet wordt.

In afwachting daarvan was het gisteren al feest bij de Armeense gemeenschap in Frankrijk, die naar schatting een half miljoen mensen telt. Maar er was ook verlegenheid bij de Franse regering. Het ministerie van Buitenlandse Zaken liet gisteren meteen weten zeer te blijven hechten aan goede relaties met Ankara. En premier De Villepin hield het gisteren in een eerste reactie bij een ‘principieel punt’ dat vooral een binnenlands-Franse tendens betreft. We weten uit ervaring, zei hij, dat het niet goed is om wetgeving te maken over kwesties van geschiedenis en herinnering. Vorig jaar nog moest president Chirac er aan te pas komen om wetgeving te corrigeren die scholen en universiteiten voorschreef de effecten van het Franse koloniale verleden als positief te beoordelen.

Bij die gelegenheid leek er in het parlement nog een ruime consensus te ontstaan dat geschiedschrijving via de wet inderdaad niet wenselijk is. Maar gisteren bleek er in het parlement opnieuw een ruime meerderheid voor: 106 afgevaardigden stemden voor het strafbaar stellen van het ontkennen van een Armeense genocide in 1915, 19 stemden tegen, er waren vier onthoudingen.

„De Armeense genocide kan nu geen deel meer uitmaken van het hedendaagse politieke debat”, verklaarde een linkse afgevaardigde, Bruno Le Roux. Dat geldt ook voor het wetenschappelijke debat: een voorstel om historici en andere onderzoekers te vrijwaren van strafrechtelijke gevolgen van twijfel, haalde geen meerderheid, ondanks de druk van prominente historici, aangevoerd door René Rémond, die het verbod “een ernstige aantasting van de vrijheid van meningsuiting” noemen.

Dat het debat over de Armeense genocide in 1915 ook in Frankrijk wel degelijk gevoelig ligt, bleek gisteren alleen al uit de magere opkomst bij de stemming. Meer dan tweederde van de 577 afgevaardigden bleef weg – de demonstranten op de publieke tribune waren talrijker dan het aantal deputeerden in de zaal. Onder de wegblijvers was bijvoorbeeld de socialistische oud-minister Jack Lang. In de coulissen verkondigde hij de sanctie niet alleen „onnodig” te vinden omdat Frankrijk de Armeense genocide sinds 2001 bij wet erkent. [Vervolg GENOCIDEWET: pagina 5]

GENOCIDEWET

Sarkozy positief over nieuwe wet

[Vervolg van pagina 1] Zij schaadt in zijn ogen vooral ook „het begin van samenwerking van Turkse en Armeense wetenschappers over dit delicate onderwerp.”

Maar door veel andere wegblijvers werd ook weer vooral aan de Turkse toetreding gedacht. Leden van regeringspartij UMP maakten duidelijk dat zij tegen het ontkenningsverbod waren, maar niet het risico wilden nemen door hun tegenstem over te komen als verdedigers van Turkije. Hun kiezers zeggen immers tegenstander te zijn van Turkse toetreding tot de Europese Unie.

Dat illustreerde ook de opstelling van de twee meest kansrijke aankomende presidentskandidaten. Minister Nicolas Sarkozy, tegenstander de toetreding van Turkije, liet doorschemeren dat hij wel positief staat tegenover de ‘Armeense wet’, in tegenstelling tot het officiële standpunt van de Franse regering. Socialiste Ségolène Royal heeft haar (positieve) mening over Turkse toetreding opgeschort, en steunt het verbod op het ontkennen van de Armeense genocide.

En een prominentste voorstanders van het ontkenningsverbod, Patrick Devedjian van regeringspartij UMP, voerde gisteren als argument aan dat Turkije de ontkenning van de Armeense genocide naar Europa ‘exporteert’ en zo binnen Frankrijk de vredige verhoudingen tussen bevolkingsgroepen in gevaar brengt.

Omgekeerd waren volgens minister van Handel Lagarde, die bevreesd is voor Turkse economische sancties, „electorale overwegingen” ook het belangrijkste motief van de voorstanders van de wet.

    • René Moerland